Op de glasbak om de hoek, waar ik met enige regelmaat groen gekleurde flessen in werp, staat de tekst 'Kut je moeder'.
Nu is er mij geen taal bekend waarin 'Kut je moeder' eigenlijk glasbak betekent. Waarschijnlijk wordt er met de tekst dan ook niets anders bedoeld dan wat er staat: 'Kut je moeder'.
Maar daarmee schiet ik niets op. Want wie zet zoiets erop? En waarom? Is het een vete tussen twee pubers die wordt uitgevochten middels de diverse glasbakken in de stad?
Op msn wordt de laatste stand van zaken doorgenomen in de onderlinge ruzie.
Twan zegt: Igor, Igor, ha ha, ik heb lekker 'Kut je moeder' op een glasbak geschreven!
Igor zegt: Oh, okay.
Waarop Igor zijn spuitbus ten hand neemt en een ongeschonden glasbak gaat zoeken om een minstens zo pijnlijke verwijzing naar de moeder van Twan te maken.
Zoiets.
De zin is niets meer dan een holle frase. Ik, als achteloze passant en gebruiker van de glasbak, heb geen idee wie er mee bedoeld wordt. Bovendien, en dat steekt toch ook wel een beetje, is het krom Nederlands. Grammaticaal is 'Kut je moeder' slecht uit te leggen. Je hebt geen idee wie er mee aangeduid wordt en of het eigenlijk wel over een moeder gaat.
Op zich heb ik niets tegen een fijne beschildering van de gele bakken met bruine roestvlekken maar iets meer duidelijkheid met betrekking tot de boodschap die deze woordkunstenaars over willen brengen zou ik wel op prijs stellen.
zaterdag 3 april 2010
zaterdag 27 maart 2010
Peterr de Vries
Peterr de Vries was gisteren in de laatste uitzending van de maand te gast in 'De Wereld Draait Door'. Hierin verklapte Peterr dat hij maar weinig naar de televisie keek. Geen wonder dacht ik, toen hij later die avond aanschoof bij 'Pauw en Witteman'. Peterr de Vries is de hele tijd zelf op televisie! Aan Matthijs van Nieuwkerk vraag je ook niet of hij wel eens DWDD kijkt.
Tijdens DWDD ging het met Peterr over de moord op Milly Boele. 's Avonds schoof hij aan om het over de moord op een ander kind te hebben. Ik kan me niet voorstellen dat Peterr daar zelf een fijne avond aan beleeft. Laat staan de kijker. Maar in mijn geval heeft dat ook alles met Peterr zelf te maken. De Vries, ooit eens bestempeld met de sexy titel van niet-roker van het jaar, heb ik nog niet op een greintje humor of zelfspot op televisie kunnen betrappen. En dat terwijl daar toch alle gelegenheid voor is want, zoals eerder gezegd, de man is voor mijn gevoel 24/7 op de televisie. Eerlijk is eerlijk, hij heeft ook niet het beroep gekozen waar je de hele tijd krom van het lachen je werk kan doen. Een snorhaar zelfspot op z'n tijd zou de lucht boven Peterr wel wat kunnen klaren.
Peterr zei in DWDD dat hij eigenlijk voornamelijk naar voetbal keek. Laat ik dat ook maar doen. Kleine kans dat je Peterr ziet ronddartelen over het veld. Helemaal uitgesloten is het als hij zelf ook zit te kijken. Eindelijk een alibi om lekker lang onder uitgezakt naar 22 mannen te kijken die als een malle achter een bal aanhollen.
Tijdens DWDD ging het met Peterr over de moord op Milly Boele. 's Avonds schoof hij aan om het over de moord op een ander kind te hebben. Ik kan me niet voorstellen dat Peterr daar zelf een fijne avond aan beleeft. Laat staan de kijker. Maar in mijn geval heeft dat ook alles met Peterr zelf te maken. De Vries, ooit eens bestempeld met de sexy titel van niet-roker van het jaar, heb ik nog niet op een greintje humor of zelfspot op televisie kunnen betrappen. En dat terwijl daar toch alle gelegenheid voor is want, zoals eerder gezegd, de man is voor mijn gevoel 24/7 op de televisie. Eerlijk is eerlijk, hij heeft ook niet het beroep gekozen waar je de hele tijd krom van het lachen je werk kan doen. Een snorhaar zelfspot op z'n tijd zou de lucht boven Peterr wel wat kunnen klaren.
Peterr zei in DWDD dat hij eigenlijk voornamelijk naar voetbal keek. Laat ik dat ook maar doen. Kleine kans dat je Peterr ziet ronddartelen over het veld. Helemaal uitgesloten is het als hij zelf ook zit te kijken. Eindelijk een alibi om lekker lang onder uitgezakt naar 22 mannen te kijken die als een malle achter een bal aanhollen.
maandag 22 maart 2010
Stilte
Gisteravond, iets voor achten, kwam ik in aanraking met de dood. Hij was even overal om me heen. Het was al gebeurd voordat ik me realiseerde wat er aan de hand was. Ik had wel iets gehoord maar pas doordat de trein waarin ik zat een noodstop maakte werd de volle omvang van dat wat was geschied me duidelijk.
Het begon te zoemen in mijn wagon. Het gezoem van mensen die ongewild betrokken waren geraakt bij iets vreselijks. Even daarna klonk het gezoem van de intercom en zoemde de conducteur dat het mis was. Het gezoem in de wagon nam toe. Mensen zoemden in hun telefoon zinnen als: '...een zelfmoordenaar', '... ben iets later waarschijnlijk', ... waarschijnlijk mis ik mijn aansluiting straks in Amersfoort' en '... maar dan krijgt de kat geen eten vanavond'.
Een jonge vrouw tegenover mij was wit weggetrokken. Als toevoeging op haar gelaatskleur zei ze er ook nog bij dat ze erg geschrokken was. Ik ook. Ik was ook geschrokken. Geschrokken en misselijk.
Het gezoem hield aan en werd een beetje gegiebel. Ongemak in een trein vol wachtende mensen. Ik dacht terug aan wat er kort daarvoor gebeurd was en dacht aan mensen die ik niet ken die deze avond nog bezoek zouden krijgen van de politie.
De mensen om me heen bleven praten, bellen en lachen maar het gezoem nam af. Het werd stil in de wagon. Het werd stil in mij en ik bedacht me dat dit de enige passende muziek is bij zo een drama.
Het begon te zoemen in mijn wagon. Het gezoem van mensen die ongewild betrokken waren geraakt bij iets vreselijks. Even daarna klonk het gezoem van de intercom en zoemde de conducteur dat het mis was. Het gezoem in de wagon nam toe. Mensen zoemden in hun telefoon zinnen als: '...een zelfmoordenaar', '... ben iets later waarschijnlijk', ... waarschijnlijk mis ik mijn aansluiting straks in Amersfoort' en '... maar dan krijgt de kat geen eten vanavond'.
Een jonge vrouw tegenover mij was wit weggetrokken. Als toevoeging op haar gelaatskleur zei ze er ook nog bij dat ze erg geschrokken was. Ik ook. Ik was ook geschrokken. Geschrokken en misselijk.
Het gezoem hield aan en werd een beetje gegiebel. Ongemak in een trein vol wachtende mensen. Ik dacht terug aan wat er kort daarvoor gebeurd was en dacht aan mensen die ik niet ken die deze avond nog bezoek zouden krijgen van de politie.
De mensen om me heen bleven praten, bellen en lachen maar het gezoem nam af. Het werd stil in de wagon. Het werd stil in mij en ik bedacht me dat dit de enige passende muziek is bij zo een drama.
dinsdag 16 maart 2010
De snor van Mouwe
Soms verdwijnen er dingen uit het straatbeeld zonder dat je er erg in hebt. Iets als de zweetbandjes bijvoorbeeld. Of de Simca. Je realiseert je pas dat je al jaren geen Simca meer hebt gezien als je er een ziet rijden.
Vanochtend had ik zo’n moment. Er liep op perron 1 een man met een heuse Henk Mouwe snor. Nu is Henk Mouwe ook al een tijdje uit mijn straatbeeld verdwenen en met hem verdween zijn volle borstelige snor. Het is een typische jaren tachtig snor. Hip in de eigthies maar al over z’n hoogtepunt in de jaren negentig.
De meneer vanochtend op het station blies de snor weer nieuw leven in door fier en monter, de snor parmantig vooruit gestoken, over het perron te lopen. Het is slechts een van de vele comebacks uit de jaren tachtig. Ik kijk alvast uit naar de eerste Simca die ik weer zie rijden.
Vanochtend had ik zo’n moment. Er liep op perron 1 een man met een heuse Henk Mouwe snor. Nu is Henk Mouwe ook al een tijdje uit mijn straatbeeld verdwenen en met hem verdween zijn volle borstelige snor. Het is een typische jaren tachtig snor. Hip in de eigthies maar al over z’n hoogtepunt in de jaren negentig.
De meneer vanochtend op het station blies de snor weer nieuw leven in door fier en monter, de snor parmantig vooruit gestoken, over het perron te lopen. Het is slechts een van de vele comebacks uit de jaren tachtig. Ik kijk alvast uit naar de eerste Simca die ik weer zie rijden.
maandag 8 februari 2010
El Padre Abraham, The Sequel
Ik heb een onregelmatige stoelgang. Sinds een paar uur. Sinds ik plompverloren, en zonder enige waarschuwing vooraf, werd geconfronteerd met de finale van het Nationaal Songfestival.
Aan het festival deden vijf onbekende acts mee die allen werden gecoacht door hele bekende Nederlandse artiesten die hun sporen inmiddels ruim hebben verdiend. En natuurlijk mag dan een wereldster als Grad Damen niet ontbreken. En dat deed hij dan ook niet.
Het festival werd gepresenteerd door Yolanthe Cabau van Kasbergen. Zeg maar de nieuwe Mies Bouwman maar dan niet. De vijf deelnemende acts brachten allen het lied 'Ik ben verliefd' van Padre Kartner ten gehore en een vakkundige jury moest vervolgens samen met het publiek uitmaken wie ons land in Oslo mag gaan vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival. Eerst tijdens de halve finale en daarna, als er wonderen bestaan of geen Oost-Europa, de finale.
De jury bestond onder andere uit Tatjana. Tatjana heeft I Pod knallers als als Awaka Boy, The First Time en Buurman Wat Doet U Nu op haar naam staan. Naast Tatjana was ook George Baker lid van de jury. Een goede keus want niemand voelt de tijdsgeest beter aan dan de man die onlangs in 1975 nog een grote hit scoorde over een witte duif in the sky.
Nadat de optredens achter de rug waren maakte de jury haar voorkeur duidelijk. Twee stemmen gingen naar, hoe kan het ook anders, Sieneke, en de andere twee naar, hoe kan het ook anders, Loekz. Omdat het publiek voor een andere act ging moest El Padre zelf het verdict van Oslo tekenen. Hij moest kiezen tussen Sieneke en Loekz. Maar dat is lastig. Hoe doe je dat? De man die zo gewoon is gebleven wilde geen keus maken en besloot te gaan voor kop of munt. Uit zijn broekzak toverde hij een muntje. Gelukkig waren er maar twee gegadigden want als het er drie waren geweest sta je daar met je kop en je munt. Buiten beeld greep iemand in. El Padre moest zelf een keus maken. Hij stribbelde tegen. Heel even. Toen keek Yolanthe even zoals ze naar Wesley moet kijken en kreunde Kartner: 'Sieneke'. De munt was weer verdwenen in de nu ongetwijfeld knellende broek van Padre Abraham en Sieneke en haar gevolg maakten een vreugdedansje. Goed nieuws voor Sieneke. We zitten maar mooi al in de halve finale!
Aan het festival deden vijf onbekende acts mee die allen werden gecoacht door hele bekende Nederlandse artiesten die hun sporen inmiddels ruim hebben verdiend. En natuurlijk mag dan een wereldster als Grad Damen niet ontbreken. En dat deed hij dan ook niet.
Het festival werd gepresenteerd door Yolanthe Cabau van Kasbergen. Zeg maar de nieuwe Mies Bouwman maar dan niet. De vijf deelnemende acts brachten allen het lied 'Ik ben verliefd' van Padre Kartner ten gehore en een vakkundige jury moest vervolgens samen met het publiek uitmaken wie ons land in Oslo mag gaan vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival. Eerst tijdens de halve finale en daarna, als er wonderen bestaan of geen Oost-Europa, de finale.
De jury bestond onder andere uit Tatjana. Tatjana heeft I Pod knallers als als Awaka Boy, The First Time en Buurman Wat Doet U Nu op haar naam staan. Naast Tatjana was ook George Baker lid van de jury. Een goede keus want niemand voelt de tijdsgeest beter aan dan de man die onlangs in 1975 nog een grote hit scoorde over een witte duif in the sky.
Nadat de optredens achter de rug waren maakte de jury haar voorkeur duidelijk. Twee stemmen gingen naar, hoe kan het ook anders, Sieneke, en de andere twee naar, hoe kan het ook anders, Loekz. Omdat het publiek voor een andere act ging moest El Padre zelf het verdict van Oslo tekenen. Hij moest kiezen tussen Sieneke en Loekz. Maar dat is lastig. Hoe doe je dat? De man die zo gewoon is gebleven wilde geen keus maken en besloot te gaan voor kop of munt. Uit zijn broekzak toverde hij een muntje. Gelukkig waren er maar twee gegadigden want als het er drie waren geweest sta je daar met je kop en je munt. Buiten beeld greep iemand in. El Padre moest zelf een keus maken. Hij stribbelde tegen. Heel even. Toen keek Yolanthe even zoals ze naar Wesley moet kijken en kreunde Kartner: 'Sieneke'. De munt was weer verdwenen in de nu ongetwijfeld knellende broek van Padre Abraham en Sieneke en haar gevolg maakten een vreugdedansje. Goed nieuws voor Sieneke. We zitten maar mooi al in de halve finale!
zaterdag 6 februari 2010
El Padre Abraham
Ja, sorry hoor. Maar soms zijn er mensen die me zo ergeren dat ze de moeite zijn om iets over te schrijven.
Een van die mensen is zonder enige twijfel, en de laatste paar weken met stip omhoog geschoten, Pierre 'Vader Abraham' Kartner.
In interviews vertelt de oppersmurf maar al te graag dat hij zo gewoon is gebleven en dat hij op liedjes schrijven na niet veel kan. Om daar dan vervolgens aan toe te voegen dat hij in Mexico een held is, met 'Padre Padre!' wordt toegejuicht en dat hij, als hij dat wilde, een eigen kerk in Mexico had kunnen krijgen. Men was idolaat van de bebrilde en bebaarde vandaal die 'Lalalalalalalalalala' of terwijl het Smurfenlied, in ons collectief geheugen heeft gebrand. In een ander artikel vergeleek hij zich met Haydn. Niet met Barry Haydn de garagemonteur. Ook niet met Bob (zeg maar Bobby) Haydn van autosloperij Bob's Wieldop maar met de componist Joseph Haydn. Dat was die componist die wel briljant was maar net niet briljant genoeg om 'Het Kleine Café aan de haven' te componeren. Om nog maar te zwijgen over poëzie met een hoofdletter P als: 'Kunnen jullie door een waterkraan? Ja wij kunnen door een waterkraan'.
Tja, die Pierre. Een miskend talent. Maar gelukkig mag hij nu revanche nemen door het songfestival te winnen met het briljante lied: 'Ik ben verliefd Shalali'.
En toch, ondanks dat onmetelijk talent, zijn vriendelijke glimlach, zijn zachte zoete stem en dito accent krijg ik bij El Padre Abraham toch een hele vieze smaak in mijn mond. De smaak van plastic. Van nep. Van valse bescheidenheid. Van lange baardharen. Van muffe bolhoedjes en tot slot de vieze smaak van kleine blauwe mannetjes die zich net door een hele smerige waterkraan hebben gewerkt.
Een van die mensen is zonder enige twijfel, en de laatste paar weken met stip omhoog geschoten, Pierre 'Vader Abraham' Kartner.
In interviews vertelt de oppersmurf maar al te graag dat hij zo gewoon is gebleven en dat hij op liedjes schrijven na niet veel kan. Om daar dan vervolgens aan toe te voegen dat hij in Mexico een held is, met 'Padre Padre!' wordt toegejuicht en dat hij, als hij dat wilde, een eigen kerk in Mexico had kunnen krijgen. Men was idolaat van de bebrilde en bebaarde vandaal die 'Lalalalalalalalalala' of terwijl het Smurfenlied, in ons collectief geheugen heeft gebrand. In een ander artikel vergeleek hij zich met Haydn. Niet met Barry Haydn de garagemonteur. Ook niet met Bob (zeg maar Bobby) Haydn van autosloperij Bob's Wieldop maar met de componist Joseph Haydn. Dat was die componist die wel briljant was maar net niet briljant genoeg om 'Het Kleine Café aan de haven' te componeren. Om nog maar te zwijgen over poëzie met een hoofdletter P als: 'Kunnen jullie door een waterkraan? Ja wij kunnen door een waterkraan'.
Tja, die Pierre. Een miskend talent. Maar gelukkig mag hij nu revanche nemen door het songfestival te winnen met het briljante lied: 'Ik ben verliefd Shalali'.
En toch, ondanks dat onmetelijk talent, zijn vriendelijke glimlach, zijn zachte zoete stem en dito accent krijg ik bij El Padre Abraham toch een hele vieze smaak in mijn mond. De smaak van plastic. Van nep. Van valse bescheidenheid. Van lange baardharen. Van muffe bolhoedjes en tot slot de vieze smaak van kleine blauwe mannetjes die zich net door een hele smerige waterkraan hebben gewerkt.
woensdag 20 januari 2010
Haïti
Gisteren riep 's lands populistische moraalridder, Albert Verlinde, al op om kritisch na te denken over het al dan niet doneren op giro 555 voor de slachtoffers van de aardbeving in Haïti.
Vandaag blijkt uit een enquête van Een Vandaag dat veel meer Nederlanders twijfelen over hun donatie aan de Samenwerkende Hulporganisaties.
Een veelgehoord argument is dat er teveel geld 'aan de strijkstok' zou blijven hangen. Een ander argument is dat de top van deze organisaties teveel zou verdienen.
Pas als men zeker weet dat het geld terecht komt in het rampgebied wil men storten.
Ik zou het willen omdraaien. Als je bang bent dat de helft van het geld niet aankomt, stort dan het dubbele.
We leven immers nog steeds in een van de rijkste landen ter wereld. Als er van de twintig Euro die je overmaakt tien Euro terecht komen op het armste land van ons halfrond kan dat het verschil maken. Als de huizen zijn herbouwd en de doden zijn begraven beginnen we wel eens over salarissen van de topmensen binnen de verschillende organisaties te spreken. En daarna misschien ook eens over het salaris van Albert Verlinde die met zijn jaarinkomen waarschijnlijk een hele straat in Port-au-Prince kan laten bouwen.
Ik ben het overigens wel met Albert Verlinde eens als hij het heeft over kritisch nadenken. Maar ik zou willen adviseren om gewoon geld over te maken op giro 555 om vervolgens heel kritisch na te denken of je vanavond RTL Boulevard aanzet.
Vandaag blijkt uit een enquête van Een Vandaag dat veel meer Nederlanders twijfelen over hun donatie aan de Samenwerkende Hulporganisaties.
Een veelgehoord argument is dat er teveel geld 'aan de strijkstok' zou blijven hangen. Een ander argument is dat de top van deze organisaties teveel zou verdienen.
Pas als men zeker weet dat het geld terecht komt in het rampgebied wil men storten.
Ik zou het willen omdraaien. Als je bang bent dat de helft van het geld niet aankomt, stort dan het dubbele.
We leven immers nog steeds in een van de rijkste landen ter wereld. Als er van de twintig Euro die je overmaakt tien Euro terecht komen op het armste land van ons halfrond kan dat het verschil maken. Als de huizen zijn herbouwd en de doden zijn begraven beginnen we wel eens over salarissen van de topmensen binnen de verschillende organisaties te spreken. En daarna misschien ook eens over het salaris van Albert Verlinde die met zijn jaarinkomen waarschijnlijk een hele straat in Port-au-Prince kan laten bouwen.
Ik ben het overigens wel met Albert Verlinde eens als hij het heeft over kritisch nadenken. Maar ik zou willen adviseren om gewoon geld over te maken op giro 555 om vervolgens heel kritisch na te denken of je vanavond RTL Boulevard aanzet.
woensdag 6 januari 2010
zondag 3 januari 2010
Martin Brozius leeft!
Martin Brozius leeft. Dit in tegenstelling tot eerdere berichten over zijn overlijden in maart 2009. Hij leeft dus. En hoe! Sinds hij uit de schijnwerpers is gestapt speelt hij de rol van zijn leven in Brasserie Au Rond Point tegenover de beroemde Parijse begraafplaats Père Lachaise.
Martin speelt hier op uiterst overtuigende wijze de rol van een zeldzaam chagrijnige ober die met een door de drank gehavend gelaat de toeristen toeblaft. Met een zwierige zwaai worden de drankjes op tafel gekwakt. Niet het bestelde drankje maar iets anders natuurlijk. Geen probleem voor Martin. Als je er op een vriendelijke manier iets van zegt wordt het zojuist neergeworpen kopje hete chocola met een nukkige blik weer op het asgrauwe dienblad gezet en komt Martin even later met het bestelde flesje cola dat hij met niet minder enthousiasme voor je op tafel pleurt.
Hij lijkt te figureren in een episode van Fawlty Towers ware het niet dat deze serie bol stond van de comedy. Bij Martin is de comedy ver te zoeken. Zijn laatste glimlach brak waarschijnlijk decennia geleden door zijn vlassige snor.
Terwijl ik de brasserie uitliep keek ik Martin nog even aan. Mijn blik viel op zijn ooit zwarte broek die nu vol zat met dubieuze witte en lichtgrijze sporen. Ik wandelde de straat op en stak over om de begraafplaats te bezoeken en vroeg me af hoe lang deze eeuwigheid voor Martin nog zou moeten duren.
Martin speelt hier op uiterst overtuigende wijze de rol van een zeldzaam chagrijnige ober die met een door de drank gehavend gelaat de toeristen toeblaft. Met een zwierige zwaai worden de drankjes op tafel gekwakt. Niet het bestelde drankje maar iets anders natuurlijk. Geen probleem voor Martin. Als je er op een vriendelijke manier iets van zegt wordt het zojuist neergeworpen kopje hete chocola met een nukkige blik weer op het asgrauwe dienblad gezet en komt Martin even later met het bestelde flesje cola dat hij met niet minder enthousiasme voor je op tafel pleurt.
Hij lijkt te figureren in een episode van Fawlty Towers ware het niet dat deze serie bol stond van de comedy. Bij Martin is de comedy ver te zoeken. Zijn laatste glimlach brak waarschijnlijk decennia geleden door zijn vlassige snor.
Terwijl ik de brasserie uitliep keek ik Martin nog even aan. Mijn blik viel op zijn ooit zwarte broek die nu vol zat met dubieuze witte en lichtgrijze sporen. Ik wandelde de straat op en stak over om de begraafplaats te bezoeken en vroeg me af hoe lang deze eeuwigheid voor Martin nog zou moeten duren.
dinsdag 15 december 2009
Twin Peakscafé
Afgelopen zondag belandde ik na een kille fietstocht door het 14e en 15e arrondissement van Parijs in een café dat naadloos leek te passen in de entourage van de mysterieuze serie Twin Peaks. De bar, Harmony Café aan de Boulevard Port Royal, zag er op het oog uit als een doodnormale tent. Maar toen ik binnenkwam waande ik me in een surrealistisch decor waarin ik een figurant speelde tussen een aantal professionele acteurs.
Achter de bar stond een kleine man. Geen dwerg maar ook geen man van een volwassen lengte. Misschien valt zijn lengte en postuur in een categorie die nog niet bestaat of tenminste nog niet benoemd is. De man was tenger en droeg naast een foeilelijk gilet met achterop de naam van de bar een ronde strohoed. Bij hem bestelde ik een koffie. Hij liet de automaat het werk doen en verdween naar een tafel in de hoek waar de rest van het personeel zat te eten. Op zich niet zo verwonderlijk omdat ik vlak voor lunchtijd binnenstapte. Mijn koffie werd geserveerd door een slanke vrouw met kort haar. Ze droeg het soort kapsel dat midden jaren tachtig heel hip was maar sinds die tijd hopeloos gedateerd. Verder was ze gekleed in een hemd en spijkerbroek. Mijn koffie smaakte goed. De vrouw verdween achter de bar en kwam even later terug. Ze had een paarse coltrui aangedaan. Verstandig, dacht ik bij mezelf want het was fris buiten. Toen ik links van de bar keek zag ik de vrouw weer in haar hemd staan. Ze zei tegen niemand in het bijzonder: 'Hij denkt dat hij dubbelziet'. Ik kon het alleen maar beamen en vroeg in mijn beste Frans of de dames tweelingen waren. 'Mais bien sur', was het korte antwoord. Beide zussen bleken getooid te zijn met het hopeloos gedateerde kapsel.
Achter de bar kirde een hond die ik niet kon zien.
Overal stonden de lelijkste kerstmannen en de zaak was bedolven onder de treurigste kerstversiering.
Ik rekende af en hoefde slechts een Euro te betalen.
'C'est pas cher hein?
'Non, pas du tout.'
Toen ik het café verliet door een van de twee uitgangen klonk er het gefluit van een bouwvakker die een vrouw in minirok nafluit.
Ik lachte beleefd en keek het café in.
De Twin Peakskarakters zag ik al niet meer toen ik me besefte dat het gefluit van de bouwvakker elke keer klonk als de deur open en dicht ging.
In plaats van de gebruikelijke 'ding dong' had een bouwvakker waarschijnlijk een halve ochtend in een studio gestaan om het deuntje in te fluiten.
Met mijn handen diep weggestopt in mijn jaszakken liep ik het koude Parijs weer in op weg naar het Grote Wonder en de eigenlijke reden van mijn bezoek aan de stad.
De geboorte van mijn neefje en nichtje in de schaduw van de goud verlichte Eifeltoren.
Achter de bar stond een kleine man. Geen dwerg maar ook geen man van een volwassen lengte. Misschien valt zijn lengte en postuur in een categorie die nog niet bestaat of tenminste nog niet benoemd is. De man was tenger en droeg naast een foeilelijk gilet met achterop de naam van de bar een ronde strohoed. Bij hem bestelde ik een koffie. Hij liet de automaat het werk doen en verdween naar een tafel in de hoek waar de rest van het personeel zat te eten. Op zich niet zo verwonderlijk omdat ik vlak voor lunchtijd binnenstapte. Mijn koffie werd geserveerd door een slanke vrouw met kort haar. Ze droeg het soort kapsel dat midden jaren tachtig heel hip was maar sinds die tijd hopeloos gedateerd. Verder was ze gekleed in een hemd en spijkerbroek. Mijn koffie smaakte goed. De vrouw verdween achter de bar en kwam even later terug. Ze had een paarse coltrui aangedaan. Verstandig, dacht ik bij mezelf want het was fris buiten. Toen ik links van de bar keek zag ik de vrouw weer in haar hemd staan. Ze zei tegen niemand in het bijzonder: 'Hij denkt dat hij dubbelziet'. Ik kon het alleen maar beamen en vroeg in mijn beste Frans of de dames tweelingen waren. 'Mais bien sur', was het korte antwoord. Beide zussen bleken getooid te zijn met het hopeloos gedateerde kapsel.
Achter de bar kirde een hond die ik niet kon zien.
Overal stonden de lelijkste kerstmannen en de zaak was bedolven onder de treurigste kerstversiering.
Ik rekende af en hoefde slechts een Euro te betalen.
'C'est pas cher hein?
'Non, pas du tout.'
Toen ik het café verliet door een van de twee uitgangen klonk er het gefluit van een bouwvakker die een vrouw in minirok nafluit.
Ik lachte beleefd en keek het café in.
De Twin Peakskarakters zag ik al niet meer toen ik me besefte dat het gefluit van de bouwvakker elke keer klonk als de deur open en dicht ging.
In plaats van de gebruikelijke 'ding dong' had een bouwvakker waarschijnlijk een halve ochtend in een studio gestaan om het deuntje in te fluiten.
Met mijn handen diep weggestopt in mijn jaszakken liep ik het koude Parijs weer in op weg naar het Grote Wonder en de eigenlijke reden van mijn bezoek aan de stad.
De geboorte van mijn neefje en nichtje in de schaduw van de goud verlichte Eifeltoren.
Abonneren op:
Posts (Atom)
