Achter de bar stond een kleine man. Geen dwerg maar ook geen man van een volwassen lengte. Misschien valt zijn lengte en postuur in een categorie die nog niet bestaat of tenminste nog niet benoemd is. De man was tenger en droeg naast een foeilelijk gilet met achterop de naam van de bar een ronde strohoed. Bij hem bestelde ik een koffie. Hij liet de automaat het werk doen en verdween naar een tafel in de hoek waar de rest van het personeel zat te eten. Op zich niet zo verwonderlijk omdat ik vlak voor lunchtijd binnenstapte. Mijn koffie werd geserveerd door een slanke vrouw met kort haar. Ze droeg het soort kapsel dat midden jaren tachtig heel hip was maar sinds die tijd hopeloos gedateerd. Verder was ze gekleed in een hemd en spijkerbroek. Mijn koffie smaakte goed. De vrouw verdween achter de bar en kwam even later terug. Ze had een paarse coltrui aangedaan. Verstandig, dacht ik bij mezelf want het was fris buiten. Toen ik links van de bar keek zag ik de vrouw weer in haar hemd staan. Ze zei tegen niemand in het bijzonder: 'Hij denkt dat hij dubbelziet'. Ik kon het alleen maar beamen en vroeg in mijn beste Frans of de dames tweelingen waren. 'Mais bien sur', was het korte antwoord. Beide zussen bleken getooid te zijn met het hopeloos gedateerde kapsel.
Achter de bar kirde een hond die ik niet kon zien.
Overal stonden de lelijkste kerstmannen en de zaak was bedolven onder de treurigste kerstversiering.
Ik rekende af en hoefde slechts een Euro te betalen.
'C'est pas cher hein?
'Non, pas du tout.'
Toen ik het café verliet door een van de twee uitgangen klonk er het gefluit van een bouwvakker die een vrouw in minirok nafluit.
Ik lachte beleefd en keek het café in.
De Twin Peakskarakters zag ik al niet meer toen ik me besefte dat het gefluit van de bouwvakker elke keer klonk als de deur open en dicht ging.
In plaats van de gebruikelijke 'ding dong' had een bouwvakker waarschijnlijk een halve ochtend in een studio gestaan om het deuntje in te fluiten.
Met mijn handen diep weggestopt in mijn jaszakken liep ik het koude Parijs weer in op weg naar het Grote Wonder en de eigenlijke reden van mijn bezoek aan de stad.
De geboorte van mijn neefje en nichtje in de schaduw van de goud verlichte Eifeltoren.