dinsdag 15 december 2009

Twin Peakscafé

Afgelopen zondag belandde ik na een kille fietstocht door het 14e en 15e arrondissement van Parijs in een café dat naadloos leek te passen in de entourage van de mysterieuze serie Twin Peaks. De bar, Harmony Café aan de Boulevard Port Royal, zag er op het oog uit als een doodnormale tent. Maar toen ik binnenkwam waande ik me in een surrealistisch decor waarin ik een figurant speelde tussen een aantal professionele acteurs.
Achter de bar stond een kleine man. Geen dwerg maar ook geen man van een volwassen lengte. Misschien valt zijn lengte en postuur in een categorie die nog niet bestaat of tenminste nog niet benoemd is. De man was tenger en droeg naast een foeilelijk gilet met achterop de naam van de bar een ronde strohoed. Bij hem bestelde ik een koffie. Hij liet de automaat het werk doen en verdween naar een tafel in de hoek waar de rest van het personeel zat te eten. Op zich niet zo verwonderlijk omdat ik vlak voor lunchtijd binnenstapte. Mijn koffie werd geserveerd door een slanke vrouw met kort haar. Ze droeg het soort kapsel dat midden jaren tachtig heel hip was maar sinds die tijd hopeloos gedateerd. Verder was ze gekleed in een hemd en spijkerbroek. Mijn koffie smaakte goed. De vrouw verdween achter de bar en kwam even later terug. Ze had een paarse coltrui aangedaan. Verstandig, dacht ik bij mezelf want het was fris buiten. Toen ik links van de bar keek zag ik de vrouw weer in haar hemd staan. Ze zei tegen niemand in het bijzonder: 'Hij denkt dat hij dubbelziet'. Ik kon het alleen maar beamen en vroeg in mijn beste Frans of de dames tweelingen waren. 'Mais bien sur', was het korte antwoord. Beide zussen bleken getooid te zijn met het hopeloos gedateerde kapsel.
Achter de bar kirde een hond die ik niet kon zien.
Overal stonden de lelijkste kerstmannen en de zaak was bedolven onder de treurigste kerstversiering.
Ik rekende af en hoefde slechts een Euro te betalen.
'C'est pas cher hein?
'Non, pas du tout.'
Toen ik het café verliet door een van de twee uitgangen klonk er het gefluit van een bouwvakker die een vrouw in minirok nafluit.
Ik lachte beleefd en keek het café in.
De Twin Peakskarakters zag ik al niet meer toen ik me besefte dat het gefluit van de bouwvakker elke keer klonk als de deur open en dicht ging.
In plaats van de gebruikelijke 'ding dong' had een bouwvakker waarschijnlijk een halve ochtend in een studio gestaan om het deuntje in te fluiten.
Met mijn handen diep weggestopt in mijn jaszakken liep ik het koude Parijs weer in op weg naar het Grote Wonder en de eigenlijke reden van mijn bezoek aan de stad.
De geboorte van mijn neefje en nichtje in de schaduw van de goud verlichte Eifeltoren.

woensdag 11 november 2009

Mart Smeets

We stonden samen op het station te wachten op de trein van half tien. Nee, dat is niet waar. Althans, niet helemaal. We stonden daar tussen honderden forensen die allemaal met dezelfde trein van half tien mee moesten. Maar mijn aandacht was maar bij een man. Mart Smeets. Mastodont. In een perfecte wereld zou Mart Smeets een anagram zijn van het woord mastodont maar de wereld is niet perfect. Al van ver zag ik Mart Smeets het perron op komen lopen. Hij droeg een lange okerkleurige jas met een roomwitte shawl. Zijn jas hing open waardoor een keurig roze overhemd met witte streep zichtbaar was. Mart Smeets heeft ooit eens gezegd dat veel in Nederland grijs is. Hij houdt niet van grijs. Grijs is het midden en dus het niets en daar houdt Mart Smeets niet van. Gelukkig begint zijn grijze haar snel witter te worden.
Mart Smeets kwam het perron op lopen en werd aangesproken door een onbekende vrouw. Hij nam even de tijd om een vriendelijk praatje met haar te maken. Mart Smeets leek in niets op de chagrijnige en arrogante man die hij laat zien als hij wordt geïnterviewd. Nadat Mart Smeets beleefd een einde had gemaakt aan de conversatie met de vrouw liep hij verder het perron op en kwam pal achter mij staan.
Ik bedacht me dat, op een enkeling na, iedereen op het perron Mart Smeets zou herkennen. Ook iedereen in de trein herkent een ieder Mart Smeets. Mart Smeets wordt herkend van Amsterdam tot aan Maastricht en van Texel tot aan Tholen. Mart Smeets is dus altijd Mart Smeets en toen ik me dat realiseerde kreeg ik het met hem te doen. Anonimiteit is iets dat hij buiten de landsgrenzen moet zoeken maar, reislustig als wij Nederlanders zijn, wordt Mart Smeets waarschijnlijk overal herkend. Als hij sterft krijgt hij wat journalisten een 101 tje noemen; een vermelding op pagina 101 van Teletekst en waarschijnlijk ook nog eens in capitalen.
Mart Smeets kan de lamp nooit even uitzetten die op hem gericht staat. Altijd maar Mart Smeets. Met een opgelucht gevoel stapte ik, volkomen anoniem, de trein in.

zondag 1 november 2009

Spiegelvlieg

Sinds anderhalve week wordt mijn badkamer bewoond door een bijzonder eigenaardig diertje. Het is een soort vliegje met vier doorzichtige vleugels. Onlangs trof ik het diertje trillend op de douchevloer aan terwijl de spetters als grote skippyballen op hem neerdaalden. Als rechtgeaarde dierenvriend, die overigens maar al te graag vlees en ook vis eet, pakte ik het beestje op en plaatste hem op het plankje onder de spiegel dat dienst doet als verzamelplek voor diverse snuisterijen als parfum, tandpasta en deodorant. Naast de hiervoor genoemde rekwisieten op het plankje staat er ook een fles bodylotion met een spiegelende dop. Zonder dat ik er erg in had is het diertje begonnen aan de beklimming van de fles lotion om zich vervolgens tegen de dop aan te nestelen. Een dag later zat ie er nog. Twee dagen later ook. Ik nam aan dat mijn vliegje dood was om in ieder geval in een soort coma was geraakt. Toen ik hem voorzichtig aanraakte bewogen de vleugels en het gelige lijfje. De vlieg had al twee dagen in de dop van de fles naar zichzelf zitten staren dus ik vermoedde dat hij wel eens behoefte zou kunnen hebben aan een ander uitzicht. Voorzichtig tilde ik het beestje op en plaatste het ergens anders in de badkamer.
Toen ik 's avonds thuiskwam en de badkamer binnenliep zat de vlieg weer op de dop. Kennelijk vond hij zichzelf zo bijzonder dat hij er maar geen genoeg van kon krijgen. Als een Midas Dekkers die op het punt staat een belangrijke ontdekking te doen verplaatste ik de vlieg weer maar toen ik in de avond weer in de badkamer kwam zat hij weer op zijn vaste stek, midden op de dop naar zichzelf te staren in het spiegelende vlak. Voor even voelde het alsof ik een belangrijke biologische ontdekking had gedaan.
En passant heb ik ook maar meteen een passende naam gevonden voor dit fenomeen: Insecta Narcissum.

zaterdag 31 oktober 2009

Axe-effect

Vaibhav Bedi heet de man die tegen de producenten van Axe een proces aan heeft gespannen. De Indiase man, 26 jaar alweer, klaagt het bedrijf aan omdat hij na zeven jaar intensief gebruik van Axe nog steeds geen vriendin heeft gevonden. Het zogenaamde Age-effect waarmee producent Unilver adverteert gaat dus niet op voor de arme Vaibhay. Ergens is het niet zo heel verrassend dat Bedi naar de rechter stapt want als je werkelijk gelooft dat veel en langdurig spuiten met Axe de vrouwen in je omgeving in katzwijm doet vallen is het natuurlijk logisch dat je dan na zeven jaar wel eens resultaat wil zien.
Mijn eerste reactie was dat Bedi een malloot is die niet helemaal weet hoe reclame werkt. Na jarenlang melk drinken heb ik ook nog steeds geen witte motor. Laat staan een rijbewijs.
Aan de andere kant heeft Bedi wel een punt. We worden dagelijks genept door producenten die van alles beweren over hun producten die, op zijn zachtst gezegd, niet helemaal stroken met de werkelijkheid. Inmiddels zijn we hier kennelijk zo murw door geslagen dat we het maar accepteren en, sterker nog, het vaak geloven ook.
In die zin heeft de actie van Bedi mijn ogen wel geopend. Waarvoor dank beste Vaibhay. Het Axe-effect wordt deze keer niet aangewend om talloze Indiase schonen om de vinger te winden maar om even met een andere blik naar de dagelijkse tsunami van commercials te kijken.

dinsdag 27 oktober 2009

Heb ik het nodig

'Heb ik het nodig?'
'Nee'
'Jawel'
'Nee hoor'
'Echt niet?'
'Nee, echt niet'
'Huh?'
'...'
'Maar waarom bied je het dan aan?'
'Gewoon'
'Ja hallo, en ik moet dat geloven?'
'Hoeft niet, mag wel'
'Ik weet het niet hoor'
'Dan niet'
'Ik heb het nodig hè?'
'...'
'Dat kan je gewoon tegen me zeggen hoor. Sterker nog, ik heb liever dat je het gewoon tegen me zegt'
'...'
'Niets zo vervelend als mensen die het er achter je rug over hebben'
'Je hebt het niet nodig'
'Maar je biedt het me toch aan?'
'Ja'
'Dat snap ik dan niet zo goed'
'Dat is dan jammer'
'Hola, waarom nu ineens zo gepikeerd?'
'Ik ben niet gepikeerd'
'Jawel. En alleen omdat ik iets niet van je aanneem'
'Voor de laatste keer. Ik bied het je nog een keer aan...'
'Ik heb het echt niet nodig?'
'Neehee!'
'Geef dan maar. Dan bewaar ik het nog even. Voor als ik het straks wel nodig heb'






maandag 26 oktober 2009

Belgenmop

Gisteravond stapte ik in een volle trein voor een kort ritje naar Amsterdam. Ik zat aan het gangpad en naast mij, aan de andere kant van het gangpad, zat een gezin. De moeder, een antroposofisch uitziend type, en de jongste dochter van een jaar of negen zaten aan het raam tegenover elkaar. De oudste dochter van een jaar of elf zat schuin tegenover mij aan het gangpad tegenover haar vader. Haar vader zag eruit alsof hij tussen zijn twaalfde en zijn zeventiende, de tijd waarin een mens hard groeit, permanent een ander mens op zijn hoofd had gehad waardoor zijn nek nooit heeft kunnen doorgroeien. Los van een ontbrekende nek zag de man er in zijn geheel nogal ingedeukt uit.
De twee meiden waren beiden moe en melig. Ze probeerden zo lang mogelijk stil te zijn maar hadden onderling kennelijk afgesproken dat ze wel enorme armgebaren mochten maken en ook giebelen was niet uitgesloten. De moeder zat ondertussen verdiept in haar mobieltje terwijl de man zonder nek naar buiten staarde en zich afvroeg of het de planeet Jupiter was die hij naast de maan zag. Oh nee, toch een vliegtuig. De aandacht van de giebelende zusters verschoof naar de mobiel van moeders. Kennelijk had ze verbinding met Internet en kennelijk had ze net een Belgenmop op het schermpje staan waardoor de dochters het uitproesten. Uit het niets begonnen de dochters weer te praten. Het was volgens de vader onmogelijk voor hun om tien minuten stil te zijn. Pedagogisch niet een al te handige uitspraak dunkt mij maar de oudste dochter liet het niet op zich zitten en zei meerdere malen 'jij bent gek' tegen haar vader. De man zonder nek reageerde hier niet op en bleef tussen de landende vliegtuigen naar Jupiter zoeken.
De moeder begon over het weer van de dag erna te praten. Kennelijk had ze niet alleen naar moppen gezocht op de mobiele telefoon maar ook naar de weersverwachting. Wat er daarna gebeurde was wonderlijk want de mobiele telefoon, inmiddels in handen van de man zonder nek, bleef maar sms'en ontvangen met de weervoorspelling. De een na de ander kwam binnen tot grote frustratie van de nekloze die nog niet zo vaak met het bijltje van de mobiele telefonie had gehakt.
Om een eind te maken aan deze frustratie besloot hij het over een andere boeg te gooien en de aandacht van de kinderen en zijn vrouw te verleggen van zijn gestuntel met telefoons naar moppen over Belgen. In een volle trein vroeg hij aan zijn dochters waarom vogels ondersteboven over België vliegen. Na een korte stilte, korte pijnlijke stilte van mijn kant, kwam hij met de verklaring. De nekloze zei dat de vogels het niet meer konden aanzien en gniffelde. Zijn kinderen lachten hard en ook zijn vrouw gnuifde zachtjes tegen het raam van de trein.
Toen kwam zij met een mop. Waarom waren de bussen in België dertig meter breed en drie meter lang? Weer vragende gezichten van het kroost. Omdat iedereen voorin wilde zitten. Dar werd door de kinderen niet begrepen waardoor de man zonder nek de toch al oerslechte mop ook nog eens moest uitleggen.
'Gelukkig', zei ik bijna hardop. We naderden Amsterdam CS. De familie ging staan en kwam er toen achter dat ze wel wat vroeg stonden. Ze gingen weer zitten en op dat moment stopte de trein aan het perron. Ze stapten nog wat flauwtjes lachend uit. Jupiter liet zich die avond niet meer zien.

zondag 25 oktober 2009

Toneelstukjestelevisie

Vanochtend viel ik tijdens een korte zapronde in het programma Business Class. De presentatie is zoals elke week, en dat al een flink aantal jaren lang, in handen van Harry 'ik draag een piepklein doch goed zichtbaar zwart microfoontje op mijn das' Mens. Fascinerende televisie vind ik dat. Eigenlijk is het meer een toneelstukje op de televisie. De acteurs schuiven bij de protagonist aan tafel om daar, tegen betaling, hun uit het hoofd geleerde tekstje op te mogen lepelen. Een goed toneelstuk is het niet. De inhoud van de teksten vervliegt met de wind die buiten de Hotels van Oranje, waar het programma wordt opgenomen, over de zee geblazen wordt. De acteurs lijken gecast door een tweederangs castingbureau want acteren is niet hun tweede natuur. Ook niet hun derde en ook niet hun vierde, vijfde of zesde. Geld verdienen is verreweg het belangrijkst. Acteren wordt gezien als een hobby die weliswaar veelvuldig moet worden uitgevoerd omdat anders de boodschap die ze over willen brengen verwordt tot wat het eigenlijk is; gebakken lucht. De acteurs is nooit geleerd hoe ze hun adem moeten beheersen wat resulteert in een te hoge ademhaling die, als je er op gaat letten, benauwend werkt. De teksten worden haspelend uitgesproken en de stemmen van de acteurs zijn vaak bovennatuurlijk hoog. Harry Mens ondertussen zit het uurtje uit, stelt vooral geen kritische vragen en laat zich zakken in de voor hem fluwelen gedachte aan het geld dat door de acteurs wordt binnen gebracht.
Het programma staat voor mij symbool aan de financiële wereld an sich. Het is een op niets gebouwd kaartenhuis dat door een aantal slechte acteurs wordt bezongen en in stand wordt gehouden. Twijfel aan het systeem kan funest zijn voor het systeem zelf. Dat heeft de financiële crisis ons inmiddels wel geleerd. Maar of de wereld er slechter uit gaan zien na de crisis weet ik zo net nog niet. Misschien is het juist wel een verademing. In ieder geval zou ik er geen traan om laten wanneer een exponent van de financiële wereld, het programma Business Class, omvalt en met donderend geraas in de Noordzee dondert.

maandag 12 oktober 2009

Filezwemmen

Vanochtend was ik voor het eerst sinds ik uit Amsterdam vertrokken ben weer in het zwembad waar ik menig nat uur heb doorgebracht. Het Marnixbad met de trage caissières, de veel te kleine omkleedhokjes en de overbevolking in de zwembanen; ik had het maar gemist.
Het was, zoals meestal, filezwemmen. Net als met files op de weg ontstaan de files in het zwembad niet in de eerste plaats door drukte maar door mensen die de regels van, in dit geval, het bad niet kennen en hun eigen plan trekken. En die mensen zijn weer in een aantal categorieën onder te brengen. Hieronder de meest in het oog springende en de meest opmerkelijke.

De 'ik-zwem-lekker-op-mijn-eigen-tempo-ook-al-is-dat-in-de-snelle-baan' mensen.
Een slag erger zijn deze:
De 'ik-zwem-lekker-op-mijn-eigen-tempo-ook-al-is-dat-in-de-snelle-baan-en-het-maakt-mij-geen-fuck-uit-wat-jij-daar-van-vindt' mensen
Ook erg zijn de borst of rugcrawl gerelateerde mensen. Daarin zijn natuurlijk hoofd- en subcategorieën maar laat ik mij tot de hoofdzaken beperken.
De 'ik-kan-keigoed-borstcrawlen-en-het-maakt-mij-niets-uit-dat-ik-dan-dwars-over-je-heen-zwem' mensen.
Binnen deze categorie bestaat nog een roekelozer soort.
De 'ik-doe-lekker-de-rugcrawl-en-het-maakt-me-niets-uit-dat-ik-een-ander-dan-keihard-in-zijn-gezicht-mep' mensen.

Ikzelf heb de gewoonte om in de snelle baan mijn schoolslag te beoefenen. Een paar maanden terug dacht ik een medestander te hebben gevonden. We hadden allebei net aangetikt toen hij begon uit te wijden hoe vervelend het wel niet is als er trage mensen voor je zwemmen. Ik knikte instemmend en verheugde me op een vriendschap in de dop, geboren uit een gezamenlijke frustratie. Toen de jongen vervolgens weer een baantje begon te trekken zag ik de aanstaande vriendschap als in een film die nooit uit is gekomen aan me voorbij trekken. Hij zwom zo langzaam dat hij nog net niet naar de bodem van het bad zakte.

Er is ook een categorie zwemmers, meestal mannen, die zich prima aan de snelheid houden, niet als een achterlijke crawlen en ook niemand tijdens de rugcrawl in het gezicht slaan. Toch dient deze categorie wel benoemd te worden als zijnde een categorie waarin ruimte voor verbetering mogelijk is.
Iedereen die, net als ik, met een duikbrilletje zwemt zal het waarschijnlijk wel herkennen.
De 'ik-zwem-met-een-broek-met-hele-wijde-pijpen-waardoor-je-lekker-alles-kan-zien-maar-dat-maakt-me-niet-uit' mensen.
Of de 'ik-zwem-met-een-broek-met-hele-wijde-pijpen-waardoor-je-lekker-alles-kan-zien-alleen-ben-ik-de-enige-die-dat-niet-weet' mensen.

Het is een beetje te makkelijk om anderen maar in hokjes te proppen en jezelf buiten schot te laten. Vandaar de volgende, op mijzelf betrekking hebbende categorie.
De 'bekijk-het-maar-ik-ga-daar-lekker-niet-meer-zwemmen-nou-de-groetjes' man.

maandag 28 september 2009

Baby-Dump

Toegegeven. Misschien ben ik wat gevoeliger voor bepaalde titels van bepaalde winkelketens wegens de zwangerschap van mijn zus. Zou best kunnen. Maar zelfs als mijn zus niet zwanger zou zijn, nee, zelfs als ik geen eens een zus had maar een broer, en zelfs als ik niet eens een broer had maar gewoon twee hamsters die luisterden naar de namen Arie en Fred, dan nog zou ik 'Baby-Dump' een belachelijke naam voor een winkelketen vinden.
Tot gisteravond wist ik van het bestaan niet af totdat ik langs de A4 een filiaal van de Baby-Dump raasde. Nu begrijp ik ook wel waarom de winkel zo heet dus wat dat betreft is het een duidelijke titel maar het roept bij mij ook de associatie op van een jonge moeder die na een ongewenste zwangerschap, overlopend van verdriet, haar kind achterlaat bij een ziekenhuis in Utrecht. Of bij Vlaamse moeders die hun kind achterlaten in wat daar de vondelingenschuif heet.
Het ergste is nog dat er waarschijnlijk ook serieus over de naam is nagedacht. Bij mij borrelt dan de vraag op welke afgekeurde titels er de revue zijn gepasseerd maar laat ik voor deze vraag maar geen antwoord verzinnen.

Ik zie een tafel voor me waar een aantal mannen in gemakkelijk zittende kleding koffie uit plastic bekertjes drinken. De stilte wordt alleen doorbroken door het getik van de plastic roerstaafjes in de bekertjes. Een man gaat met zijn hand over zijn kin. Even denkt hij dat hij het heeft. Nog net op tijd slikt hij zijn suggestie weer in. Het is weer stil in het kamertje waar behalve de aanwezigheid van de heren ook een ficus staat die nodig water moet. Dan valt er een koffiebekertje om. Het bekertje, leeg gelukkig!, rolt naar de rand van de tafel en kiepert ervan af. Een van de mannen probeert het op te vangen maar is te laat. Het bekertje ligt inmiddels op het grijze tapijt. De man schuift zijn stoel naar achteren en helt voorover om het bekertje op te kunnen pakken. Zijn buurman geeft er nog een klein schopje tegenaan zodat de man zich nog wat verder moet strekken. Met een rood hoofd en het bekertje in zijn hand komt hij weer boven de tafel. 'Baby-Dump', zegt hij. De anderen, blij dat ze het kamertje met de halfdode ficus en het kunstlicht spoedig kunnen gaan verlaten knikken instemmend. 'Baby-Dump', mompelen een paar mannen en ze kijken elkaar tevreden aan.
'Lunch?', zegt de een.
'Lunch!', zeggen de anderen.

woensdag 23 september 2009

Stoelen en banken

Ik probeer het vaak onder stoelen of banken te steken. Maar soms, als er iets gebeurt dat me werkelijk raakt verschuiven de stoelen en banken en komt daar de moraalridder in mij onder vandaan. Een ridder op een houten paard weliswaar, met een tweedehands roestig en bot zwaard in de rechterhand terwijl ik linkshandig ben.
De stoelen en banken in mijn huis hebben gisteravond, om iets over tien, even getrild en geschud nadat ik op het journaal zag dat er weer een nieuwe film is uitgebracht die ons, mensen, moet wijzen op de gevaren van de klimaatsverandering en over het moordende tempo waarin wij, mensen, bezig zijn de natuurlijke energiebronnen de lucht in te schieten.
In de film 'The Age of Stupid' verteld een archivaris in het jaar 2055 als laatste mens op aarde vanaf een gesmolten Noordpool over de totale uitverkoop van grondstoffen in de tweede helft van de twintigste eeuw. En over de gevolgen die dat heeft gehad op het klimaat. De film ging onlangs in premiere in 62 landen waaronder Nederland. Ik denk niet dat ik ga. Ik weet niet of ik dat wel aankan. Je kijkt gedurende de film in een spiegel die je een lelijk spiegelbeeld voorschotelt. Als je jezelf niet ziet in de spiegel komt dat hoogstwaarschijnlijk door het bord voor je hoofd dat jou en de spiegel scheidt. Er moet iets veranderen. Zoveel is duidelijk. Maar dat kan alleen als we, ik, jij, hij, zij en ook de anderen dat echt willen.
De zin die mijn moraalridderschap tevoorschijn deed toveren onder de stoelen en de banken in mijn huis was:
"Hoe konden we zo lang denken dat we onszelf niet hoefden te redden?"
" Je zou haast denken dat we het niet de moeite waard vonden."

dinsdag 22 september 2009

Koninklijke zucht

Terug van weg geweest. Letterlijk en figuurlijk. Tijdens een heerlijke vakantie op het Griekse eiland Chios heb ik een excursie gemaakt naar de Turkse stad Izmir.
De stad is nogal groot. Het verschil tussen de kalmte van Chios en de hectiek in de miljoenenstad Izmir is er een van dag en nacht.
Vanaf Chios ging er een Tsjechische gids mee om ook de niet Engels sprekende Tsjechen van dienst te kunnen zijn. Tijdens de busrit naar Izmir vertelde een enthousiaste Turkse in het Engels over de bijzonderheden onderweg. Hetzelfde verhaal werd door de Tsjechische gids, Romana, vertaald. Maar altijd net iets minder enthousiast dan de trotse Turkse. 'Iets minder enthousiast' is eigenlijk te mild uitgedrukt. Het leek wel alsof Romana er geen enkele zin in had getuige de zucht die ze inzette voordat ze een nieuwe zin begon. De zucht, ook nog eens versterkt door een microfoon galmend door de bus, deed me denken aan dertig april toen koningin Beatrix eerst diep zuchtte alvorens haar gevoelige toespraak tot het volk te houden naar aanleiding van de gebeurtenissen in Apeldoorn. Romana had dezelfde zucht. Een koninklijke zucht.
Romana zuchtte onder andere over een oud kasteel, bovenop de heuvels van Izmir, dat door Alexander de Grote was bezocht. Het kasteel zelf was niet zo bijzonder. Iemand had het laatst over stoffige blokken. Nou, dit waren stoffige blokken. Er stonden nog wat muren en een poort en op het plein in het midden was een mini bazaar waar je door de lokale bevolking op de voor hun zo typische wijze, en de voor mij zo opdringerige wijze, naar de koopwaar werd geleid.
Buiten de kasteelmuur liepen jonge jongetjes helemaal niets te doen behalve zich te vervelen en te kijken naar onze witte bus alsof het de eerste bus was die ze ooit in hun leven hadden gezien. Op het moment dat we vertrokken waren de jongetjes er als de kippen bij om ons zwaaiend met hun middelvinger uitgeleide te doen. Vrolijk lachend en gesticulerend bleven zij achter tussen de stoffige blokken terwijl de bus, onder het gezucht van Romana, zich een weg door de nauwe straatjes richting de baai van Izmir baande.

woensdag 26 augustus 2009

De zomer voorbij

Nog even en dan is de zomer voorbij. Ik word niet graag met dit feit geconfronteerd in de wetenschap dat na de zomer zonder enige twijfel de herfst gaat komen met als persoonlijke dieptepunten de maanden oktober en november.
Om het er nog maar eens in te wrijven dat de zomer echt voorbij is komt de TROS voor het derde jaar op rij met het programma 'De Zomer Voorbij'. De camera volgt de olijke Volendammers Jan, Jan, Jan, Jaap en NickenSimon op hun bonte tochtjes langs de Spaanse kusten. Elk jaar hetzelfde ongeschreven scenario van de gezworen vrienden die elkaar in zwembaden duwen, wakker maken midden in de nacht, optreden voor rood verbrande Hollanders en handtekeningen uitdelen aan de kinderen van de roodverbrande Hollanders.
Het is altijd feest bij Jan, Jan, Jan, Jaap en NickenSimon. Altijd gezellig. Vrijheid, blijheid. Dat soort dingen. Kwajongensstreken ook. Dik Trom-achtige taferelen onder de Spaanse zon. Waarschijnlijk gebeurt er ook dit jaar niets spectaculairs in 'De Zomer Voorbij'. En dat terwijl de Spaanse costa's een broeinest waren voor de Mexicaanse griep. Volkszanger Thomas Berge kwam zelfs naar Nederland met die vervelende hoest. Maar waarschijnlijk blijft dat Jan, Jan, Jan, Jaap en NickenSimon ook bespaard.
Het is straks al erg genoeg dat de zomer voorbij is. Hopelijk houdt de TROS volgend jaar dan ook op met deze 'niets aan de hand' televisie. Of, maar die kans acht ik kleiner, gaan Jan, Jan, Jan, Jaap en NickenSimon zelf inzien dat het nu wel een beetje over is met het kijken naar de Volendamse aapjes. Ook al hebben die jongens, die overigens heel normaal zijn gebleven, nog zo'n lol.

zaterdag 15 augustus 2009

Langeleegte

De trotste koploper in de Eerstedivisie na twee speelronden is BV Veendam.
Veendam met illustere bijnamen als de Veenkolonialen en de Black Yellow Angels.
Veendam met vedetten als Gersom Klok, Tjeerd Korf en Haaje Feenstra en onder de bezielende leiding van Joop Gall heeft er in twee wedstrijden rustig op los gescoord.
Tot vorig jaar had het stadion van de Veenkolonialen de mooiste naam uit de Nederlandse stadiongeschiedenis.

De Langeleegte.

De Langeleegte. Een prachtige naam waarin rust, wanhoop, oneindigheid, eenzaamheid, angst en bezinning samen komen. Sinds dit jaar heeft een sponsor gemeend haar naam te moeten verbinden aan de club waardoor het stadion nu het Gjaltema stadion aan de Langeleegte heet. Gelukkig blijft het mythische Langeleegte wel terug te vinden in de naam. En dat is al een verademing te noemen in de tijd waarin het MariFlex stadion (RBC), het Mandemakersstadion (RKC) en het Parkstad Limburg stadion (Roda JC) als commerciële paddestoelen uit de grond schieten.
Dat de commercie meer en meer haar stempel drukt op het voetbal is algemeen bekend maar gelukkig hebben ze aan het eind van de Nederlandse wereld in ieder geval nog de naam van het oude stadion weten te behouden.
Zelf ben ik er nog nooit geweest. Maar heel moeilijk lijkt het me niet om supporter te zijn van de Black Yellow Angels. Want wat is er mooier dan, met in de ene hand een lauw biertje en in de andere hand een koude kroket, te filosoferen over wat erachter ligt. Achter die lange Langeleegte.


foto: Jaap van Heusden

woensdag 12 augustus 2009

Het verdriet dat IKEA heet

Eigenlijk dekt de titel van dit stukje de lading niet helemaal. Een geschiktere kop zou deze zijn: 'Het verdriet dat IKEA heet op een regenachtige woensdag in augustus tegen het einde van de zomervakantie'. Maar dat zijn net iets te veel karakters.
Ik was op zoek naar iets. En als je niet op zoek bent naar iets groots, zoals de zin van het leven of het geheim van de liefde, is er een goede kans dat je het vindt bij IKEA.
Bij binnenkomst werd ik al met mijn neus op de feiten gedrukt. Kinderen stonden in de rij om in een heel lelijk, plastic speeltuintje te mogen spelen. Op de trap naar de eerste verdieping vormde zich al een kleine file. Gisteren sprak ik iemand die me al waarschuwde voor dit soort taferelen maar moedig als ik ben durfde ik die uitdaging wel aan.
Door de regen was het idee om met het gezin naar het strand te gaan in een Zweedse ladenkast geschoven. Deze mensen lagen nu languit op de zelf in elkaar te schroeven bedden en op de driezitsbanken.
Ik was zelf op zoek naar iets kleins. En iets kleins vinden in een zeldzaam grote winkel bleek een haast onmogelijke opgave. Zweed parelde inmiddels op mijn rug toen ik aankwam bij de afdeling 'Opbergen'. Briljante titel voor een afdeling overigens: 'Opbergen'. Daar vond ik wat ik zocht en tot mijn lichte schaamte liep ik met twee artikelen van 1 Euro per stuk naar de kassa. Vanuit de verte zag ik de meterslange kassarijen al staan. Volgeladen karren met kartonnen verpakkingen die bij minstens een van de wachtende stellen tot een vlammende relatiecrisis zou gaan leiden. Het winkelen bij IKEA is al een serieuze test voor de relatie, het in elkaar zetten van het gekochte artikel is daar de vergrotende trap van.
Ik besloot de rij de rij te laten en mijn artikelen op een subtiele manier in het magazijn te laten verdwijnen.
Achtervolgd door de lucht van Zweedse gehaktballetjes, die volgens mij alleen een Zweeds karakter krijgen door de blauw-gele vlaggetje, liep ik door de reusachtige hal naar de draaideur. Rechts van mij speelden de kinderen alsof het een lieve lust was in de treurige en overwegend grijs met groene speeltuin. Eenmaal buiten kon ik weer, zonder spelende kinderen of drommen met mensen en in mijn eigen tempo op zoek naar de zin van het leven of het geheim van de liefde.

woensdag 5 augustus 2009

Maurice III, de epiloog

Al twee keer eerder, en goed bezien twee keer te veel, heb ik aandacht besteed aan de reclamecampagne waarin Maurice de Hond roept dat we het moeten 'doen'. De koddige en slecht acterende opiniemaker wurmt zich door een Amsterdamse straat vol figuranten om ons deze boodschap mee te geven. Of de olijke vrolijkerd met Bourgondisch buikje staat voor een Amsterdamse pont met zijn wijsvinger priemend in het niets zijn nietszeggende boodschap te verkondigen.
Ik had me voorgenomen om me daar niet meer aan te storen want, zoals ik eerder schreef, volgt energie aandacht.
Maar vanochtend maakte mijn hart even een klein vreugdesprongetje toen ik op de site van de Telegraaf las dat de Reclame Code Commissie heeft besloten dat de commercials van de buis moeten verdwijnen. De Reclame Code Commissie stelt dat De Hond ''een zeker vertrouwen geniet bij een belangrijk deel van het televisiekijkend publiek''. Nu reken ik mezelf daar gemakshalve maar even niet onder maar ik dank de Commissie wel voor haar oneindige wijsheid.
Maurice van het scherm?
Ik zeg: Doen!

Muggen

Ik denk niet dat het bestaat.
Het Nederlands Kampioenschap Muggen Meppen.
Op zich zonde want ik zou hoge ogen gooien bij het toernooi dat waarschijnlijk ergens in Drenthe zou worden gehouden.
De laatste maanden heb ik meer dan genoeg tijd gehad om te oefenen want de mug heeft mijn slaapkamer tot zijn tijdelijke habitat verkozen.
Omdat de muren van mijn slaapkamer geheel wit zijn en ik dat ook zo wilde houden heb ik de eerste weken de muggen om mij heen genegeerd of geprobeerd ze in de lucht te onderscheppen. Zo zou er in ieder geval geen vlek op de muur komen. Maar op een nacht werd ik weer wakker van het gezoem van de dunlijvige insecten en besloot ik dat het genoeg was. Ik herinnerde me hoe ter dood veroordeelden vroeger dagenlang aan de galg bleven hangen om een afschrikwekkende werking te hebben op het volk. De eerste muggen die ik dood mepte liet ik dan ook tegen de muur zitten in de hoop dat het hun soortgenoten aan het denken zou zetten.
Toegegeven, misschien ligt de waarheid dichter in de buurt bij het feit dat ik midden in de nacht geen zin had om de vlek van mijn muur te halen maar in ieder geval is het resultaat nu een witte muur gelardeerd met muggenvlekken.
Gelukkig wordt de muggenjacht wel steeds makkelijker naarmate de zomer vordert. Dit komt deels door mijn uren training waardoor het me lukt om de vlucht van muggen te laten eindigen tussen mijn handpalmen met een voor hen ongetwijfeld oorverdovende klap. Maar er is ook een tweede reden.
De muggen in de lente zijn jong, fris en carrièrebelust en doen er alles aan om niet gedood te worden. In de zomer wordt het al wat makkelijker en in de herfst is het voor een mug vrijwillige euthanasie om plaats te nemen op een muur waar mensenhanden of een mensenkrant hem uit zijn lijden kan verlossen. In de herfst zijn muggen zo lui geworden dat je ze bijna hoort lachen als je per ongeluk een keer mis mept.
De mug zal ongetwijfeld ergens goed voor zijn. Het geheel verdwijnen van de mug is niet goed voor de voedselketen. Zo dient de ranke, zoemende, bulten en jeuk achter latende bloedzuiger als voedsel voor bijvoorbeeld spinnen.
Ik stel voor dat we spinnen dan maar gewoon bijvoeren. Bij deze meld ik me aan als vrijwilliger.

maandag 3 augustus 2009

Kamperen in Hoofddorp

Het stond er weer.
Vanochtend.
Terug van weggeweest.
Misschien wel van vakantie waar zij haar tentje eens op een andere plek had neergezet dan voor het politiebureau in Hoofddorp.
Haar tentje stond de afgelopen weken wellicht aan een rustig stromende bergbeek. Of langs een weg in Frankrijk waar 's nachts de dronken tieners hun weg terug probeerden te vinden van de discotheek naar de camping.
In ieder geval stond de tent nu weer op zijn inmiddels vertrouwde plek. Pal voor het Hoofddorpse politiebureau naast een soort van kunstwerk dat een soort van schip moet voorstellen.
Toen ik er vanochtend met de bus langsreed was de sluiting van de tent nog gesloten. Waarschijnlijk lag de bewoner nog te slapen wat een prestatie mag worden genoemd naast een zeer druk kruispunt waar dagelijks duizenden auto's optrekken of remmen voor de verkeerslichten.
Voor de tent stond een campingstoel. De vrouw had gisteravond in haar campingstoel gefantaseerd over een prachtige zonsondergang die zij vanaf het kruispunt in het troosteloze Hoofddorp waarschijnlijk nooit zou kunnen zien.
Ze had niet de moeite genomen de stoel in zijn tent op te bergen. Logisch. Wie steelt er nou een campingstoel voor een politiebureau van een dame in een tent die aan een kruispunt woont?
Waarom de vrouw daar zit weet ik niet. Wil ik ook niet weten. Misschien kon ze niet kiezen in welke richting haar reis zou gaan. Het noorden, oosten, zuiden of westen en heeft ze zich daarom op het snijpunt van deze windstreken gevestigd. Er is een goede kans dat zij met deze actie iets van de politie verlangt. Of in ieder geval wil meedelen. Er zijn alleen in Nederland al honderden, zo niet duizenden, kruispunten waar de romantiek niet gezocht hoeft te worden in de fantasie maar gewoon in de omgeving, in dat wat je werkelijk ziet.
Misschien ziet zij echter wel dingen die ik niet zie. Die niemand behalve zij ziet. Misschien waant ze zich daar langs een rustige bergbeek en neemt zij de schreeuwerige dronken tieners op weg van discotheek van camping wel voor lief.
Natuurlijk heeft ze een naam. Iedereen heeft een naam. Even googlen en je bent erachter. Maar ik hoef het niet te weten. Net zo min als de werkelijke reden dat ze daar zit. De realiteit doodt de fantasie en laat deze tot stand komen als een rommelende, roestige Ford voor een kruispunt in Hoofddorp. Het kruispunt van de vrouw in de tent voor het politiebureau.

maandag 27 juli 2009

Met de bus

Ik zit vaak, en naar mijn mening iets te vaak, in de bus. Niet zomaar een bus waar je voorin bij de chauffeur instapt maar een bus waar je ook bij de andere deuren naar binnen kan en zelf je strippenkaart af mag stempelen. Je kan er ook afrekenen met je OV Chipknip maar dat apparaat werkt de helft van de tijd niet, net als de monitoren in de bus die de haltes aangeven.
Tijdens het frequent reizen met de bus raak je gewend en bijna immuun voor de kleine onhebbelijkheden die het busreizen met zich meenemen. Je zucht een keer als een chauffeur veel te hard optrekt wanneer je nog niet zit of je schudt een keer met je hoofd als hij net iets te hard remt waardoor de passagiers bijna tegen de zitting van de persoon voor hun slaan.
Misschien is er wel eens een binnensmondse vloek als je de aansluiting mist omdat de chauffeur van de door jouw begeerde bus het niet nodig vindt even te wachten terwijl je aan komt rennen. Soms zelfs een ruimhartige vloek als je aan komt rennen, de bus wegrijdt, jij op de ramen bonkt, en de chauffeur doet alsof hij niets hoort. Wellicht horen sommige chauffeurs het niet. Anderen mogen van hun baas niet stoppen en er is ook een slag dat wel eens aan passagiertje pesten doet.

Vanochtend kwam ik in contact met een, voor mij, nieuw type chauffeur. Ik heb de hele dag de tijd gehad om deze man een kwalificatie mee te geven om te duiden wat voor figuur het was. Maar de hele dag zoemde er maar een woord door mijn hoofd: Lul.
De buschauffeur van vanochtend was een lul.
Ik realiseer me dat dit een grove belediging is voor de man die gewoon zijn werk doet maar geloof me, het was een lul.

Toen ik aankwam bij mijn overstaphalte zag ik de bus die ik wenste te nemen net wegrijden. Tragisch maar helaas went het want het gebeurt vaker niet dan wel dat een bus even wacht. Na een klein kwartiertje wachten stopt de volgende bus voor mijn neus. Dat wil zeggen dat de achterdeuren recht voor mij waren. Ik maakte twee kleine passen en drukte op de knop om de deuren te laten openen. Er gebeurde niets. Nou ja, niets, de bus kwam in beweging. Even dacht ik dat de bus een klein stukje verder zou rijden omdat ie redelijk achteraan het busperron stond maar niets bleek minder waar. De bus, met de lul als chauffeur, versnelde en ik rende met in mijn ene hand mijn rugtas en in de andere een krant met de bus mee. Kennelijk rende ik sneller dan de bus want ik presteerde het om bij de deur van de chauffeur te komen. Deze remde en opende zijn deuren. Ik zei dank je wel. Hij zei niets tegen mij want hij was in een korte discussie verwikkeld met een oudere dame die ook bij de halte was ingestapt.

De laatste flarden van de discussie ving ik op en ik bemerkte dat deze over mij ging. De chauffeur zei: 'Ja, maar hij zat gewoon in dat hokkie'. Dat klopt. Daar heeft de chauffeur een punt. Ik zat, zoals klaarblijkelijk in de beleving van deze chauffeur zoals zovelen rustig mijn krant te lezen in een bushokje om daarna de fiets naar mijn werk te nemen. Ik stond ook niet met mijn armen zwaaiend op de busbaan. Noch probeerde ik met rooksignalen de aandacht de van lul achter het stuur te trekken. Ik ging er vanuit dat, als er een bus voor je neus stopt en dat je op het knopje 'deuren open' drukt, dat dit dan ook gebeurt. Kennelijk naïef, ook voor iemand die bijna dagelijks met de bus reist.

Voor zover ik mezelf ken ben ik geen agressief persoon. Ik zal niet snel verhaal gaan halen bij de chauffeur. Nee, ik mompel zelfs goedemorgen tegen de zak achter het stuur. Maar helaas zijn er ook uitzonderingen. Passagiers die het de chauffeurs lastig maken door ze te beschimpen, of erger nog, te bespugen of ze anderzijds geweld aandoen. Dit is nooit goed te praten. Je blijft van de chauffeur af. Maar soms, heel soms kan ik begrijpen waarom er mensen zijn die zo uit hun slof kunnen schieten. Met dank aan de lul van vanochtend.

zondag 26 juli 2009

Theo bedankt?

Of Theo onderstaand bedrijf, na 25 jaar trouwe dienst, ook gezond heeft achter gelaten waag ik te betwijfelen.



Yuri Coke

Naast mij op het terras aan het water zat een dikke, vlezige man. Daarnaast zat zijn vrouw met wie hij weinig woorden wisselde. De man, voor in de zestig gok ik, verdiepte zich in een tijdschrift waardoor zijn echtgenote meewarig voor zich uit zat te kijken naar de openstaande brug die niet meer naar beneden ging.
De bestellingen voor het echtpaar werden gebracht. De dikke man kreeg een flink stuk brood met ossenworst voorgeschoteld, de vrouw een licht aangebrande tosti.
'Het lijkt wel roggebrood' zei ze. De man merkte op dat de mosterd die de vriendelijke serveerster op de tafel had gelegd 'helemaal niet op het broodje met ossenworst hoort'. Hij brak zijn brood doormidden en begon te eten. Of beter gezegd, hij begon hompen brood diep in zijn mond te stoppen terwijl zijn vrouw zuinig aan de tosti zoog.
In het tijdschrift van de dikke man stond een foto van iets wat bij de vrouw kennelijk een associatie opriep want ze vroeg: 'Hoe heet die turner ook alweer? Die man van die ringen?'
'Yuri van Gelder', sprak de man met volle mond, 'Yuri Coke.'

Ik moest denken aan de kleine gedrongen ex-sergeant met aderen in zijn nek die zo dik leken als de bovenarmen van de man naast mij. De eerste Nederlandse wereldkampioen turnen sinds decennia bij de mannen. De Lord of the Rings die niet naar de Olympische Spelen mocht vanwege een krankzinnig kwalificatiesysteem. En over de collectieve nationale verontwaardiging hierover.

Van Gelder had een aantal weken geleden toegegeven dat hij wel eens cocaïne heeft gebruikt. Daarmee was kennelijk al het respect dat hij dacht te hebben vervlogen als een klein hoopje cocaïne door een zuchtje wind. En daardoor was hij voor de gewone man op straat, of in ieder geval voor de dikke man naast mij, verworden tot Yuri Coke. De enige ring die de man in zijn hele leven zelf van dichtbij had gezien was zijn trouwring gokte ik. Een ring die hij nooit meer op een normale manier af zou kunnen krijgen getuige het vlees van zijn ringvinger dat zich om zijn amper nog zichtbare gouden ring had gekruld.

vrijdag 24 juli 2009

Kenny

Sinds kort hebben we er in Nederland een volksheld bij. Iemand waar men drie weken geleden, op Mart Smeets en wat andere wielerfanaten na, nog nooit van gehoord had.

Natuurlijk.

Kenny van Hummel.

Kenny, bijnaam Hummeltje, is beroemd geworden door zijn gezwoeg in de bergen met in zijn kielzog de bezemwagen. 'Kenny en de bezemwagen', het klinkt bijna als een schelmenroman. Van Hummel werd letterlijk omhoog geschreeuwd door een alsmaar groter groeiende schare fans die massaal riepen dat 'Hummeltje' niet op mocht geven.
Niet alleen in Nederland maar ook in het buitenland kreeg men lucht van deze titanenstrijd. Zelfs Lance 'The Boss' Armstrong twitterde dat hij groot respect had voor Kenny van Hummel.
Wat men nogal eens vergeet is dat bijvoorbeeld ook Andreas Klier, Cyril Lemoine, Albert Timmer en Marco Bandiera zich half kotsend over de bergreuzen heen vochten.
Maar Kenny is door zijn karakter, of zoals hij zelf zegt; karachter, de perfecte anti-held. Een jongen van het gewone volk die nu, tegen betaling, het startschot mag lossen bij het eerste criterium na de Tour in Boxmeer. Hummeltje kan zelf niet meerijden omdat hij in een afdaling zo ontzettend hard tegen het asfalt smakte dat, volgens zijn ploegleider, 'zijn knie ervan open spatte'. Parijs zal Van Hummel in deze Tour in ieder geval niet meer halen. Als ik hem een bescheiden tip mag geven zou ik de volgende keer sowieso met de Thalys naar Parijs gaan. Dat scheelt een heleboel bloed, zweet, tranen en blikjes Fanta.
Een titel heeft Hummeltje wel overgehouden aan zijn gevecht in de Franse, Spaanse, Italiaanse en Zwitserse bergen. Hij is door de Franse sportkrant L'Equipe uitgeroepen tot slechtste klimmer ooit in de Tour de France. Die titel kan hij dan maar mooi in het rugzakje van zijn blauw-witte wielertruitje steken.
We zouden bijna vergeten dat Van Hummel toch echt wel een aardige fietser is. Hij werd maar mooi tweede bij het laatste NK en is waarschijnlijk de beste sprinter van Nederland op dit moment. Maar ook daarin zit het Hummeltje niet mee. Sprinter te zijn in het tijdperk dat later als het Cavendish-tijdperk uitgeroepen zal worden is weinig eerzaam voor Van Hummel. Kenny, de eenzame fietser, die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind zichzelf een weg baant tegen die alsmaar hoger wordende bergen.

dinsdag 21 juli 2009

Michael Collins


Al een paar dagen ben ik bezig met Michael Collins. Niet met Neil 'Een kleine stap voor de mens, een grote sprong voor de menselijkheid' Armstrong en ook niet met Buzz Aldrin. Nee, met Michael Collins. Die was er namelijk ook bij. Veertig jaar en een dag geleden hoog boven onze hoofden bij het oppervlak van de maan. Neil en Buzz mochten uitstappen. Michael Collins niet. Iemand moest die capsule vliegend houden want een beetje inparkeren op de maan, zelfs als er geen andere auto in de buurt is, zat er niet in.
Natuurlijk kan ik uitzoeken waarom Michael Collins niet op het maanoppervlak mocht wandelen maar de fantasie wint het van de feiten in deze. Had hij verloren met strootje trekken? Of met het verzinnen van de beste openingszin?
Neil: It's a small step for men, a giant leap for mankind
Buzz: This brings life in a total new perspective that will end up in worldpeace
Michael: Mummy, I am on the moon!

Jammer voor Michael, de zinnen van Neil en Buzz lagen iets beter bij het publiek. Overigens zou Aldrin als eerste gaan maar bleek Armstrong meer te lijken op de gemiddelde Amerikaan en mocht hij daarom de eerste stappen zetten.

Het zou ook kunnen zijn dat ze eigenlijk alle drie zouden gaan. Eerst Neil, dan Buzz en tenslotte Michael. Maar op het moment dat Buzz de capsule inkomt en Michael het beste wenst komt er vanuit Houston bericht dat de Apollo 11 terug moet naar de aarde.
Michael (vergeefs sputterend tegen Ground Control): Jongens alsjeblieft. Ik ben er nu zo dicht bij!
Ground Control: Michael, je valt de hele tijd weg. Sta je in een tunnel?

Ach de realiteit zal ongetwijfeld minder spannend zijn. Waarschijnlijk wist hij bij de start al dat hij nooit de man op de maan zou worden. Niet de eerste, niet de tweede, helemaal nooit niet. Daarom is Michael Collins nog meer een held dan zijn collega-astronauten want als je zo dicht bij de maan bent en even niet uitstapt, wetende dat men jou zal vergeten en de overige twee voor altijd helden van een natie en van een tijdperk blijven, dat is pas klasse. Klasse van een buitenaardse grootsheid.




ps: bij Neil Armstrong was het ook niet altijd even spontaan...
Neil Armstrong rehearsing famous quote

dinsdag 14 juli 2009

Downdaten

Downdaten. Tot gisteravond was ik geheel onbekend met het begrip downdaten. Gelukkig werd het in het programma 'Café de Liefde' prima uitgelegd door twee blonde dames die voor het tijdschrift "Jackie" werken. Datzelfde tijdschrift maakt jaarlijks een bachelor top 50 waarin de vijftig meest begeerde mannelijke vrijgezellen worden geportretteerd. De dames, Eva en Carolien, vertellen onder het genot van een wit wijntje op hun kantoor wat de lijst inhoudt. Ook horen we Carolien, die inmiddels haar tweede wijntje heeft ingeschonken met iemand aan de telefoon. Trots vermeldt Carolien dat ze 'verkering' heeft. En ook nog eens met iemand uit de lijst. Na wat gezoek en na het inschenken van een lekker derde glaasje wit heeft ze de ranking van haar nieuwe vlam te pakken. Haar verkering staat op plaats 39.
We zien hoe de dames het kantoor verlaten en op weg gaan naar een afspraak met iemand uit de lijst. Eenmaal op het terras aangekomen worden ze door een aantal mannen begroet. Een jonge, snelle dude met een scherpe geest, of neus, vraagt subtiel of 'Carolien dronken is'. Een beetje wel moet ze bekennen. Op kantoor heeft ze al drie witte wijntjes gehad.
De bachelor met wie ze, om volstrekt onduidelijke redenen overigens, een afspraak hebben zit al op ze te wachten. Zijn halflange vette haren zitten met een ons of zes aan ongetwijfeld hele dure wax aan zijn achterhoofd geplakt. Er wordt wat gebabbeld en gezoend. Ach je kent het wel.
Op de vraag wat eigenlijk het nut is van de lijst hebben de dames een pasklaar antwoord. Het is namelijk heel fijn te weten wat voor vlees je in de kuip hebt als je gaat daten. Je wil voorkomen dat je gaat downdaten. Je wil dus niet met iemand daten uit een lagere sociale klasse. Nee, hallo, natuurlijk niet, want je toekomstige verkering moet wel in de smaak vallen bij de blonde verslaggevers en het vastgekoekte achterhoofd. In India hebben ze hier een naam voor. Daar noemen ze het het kastenstelsel. Binnen dat kastenstelsel date je ook niet down. Je zal wel gek zijn zeg! Of Rupsje Nooitgenoeg, die inmiddels op een fles witte wijn zit, daar ooit van gehoord heeft betwijfel ik. En nu maar hopen dat het rupsje ooit toch nog eens een vlinder wordt. Een dronken witte wijnvlinder.

Zo, en nu eerst een glas wijn. Rood graag.

http://www.cafedeliefde.nl

maandag 29 juni 2009

De Bril van Bos


Volgens een onderzoek van, ja ja daar is ie weer, Maurice de Hond, meent 64% van de ondervraagden dat minister Bos zijn verloren Ray Ban zonnebril niet had mogen declareren.
Dat dit groot, of moet ik zeggen welhaast wereldschokkend, nieuws is bleek wel uit het feit dat het nieuws op Radio 538 gisteren drie uur achter elkaar met deze door Bos begane schande opende. De hetze, die is ingezet door de Telegraaf en voorkomt uit de bonnetjesschandalen in het Verenigd Koninkrijk, is dus losgekomen van de door chocoladeletters gelardeerde voorpagina van de krant van wakker Nederland en overgenomen door de vox populi.
Uit een ander onderzoek bleek dat men vindt dat het in het nieuws te veel over Iran gaat. Wat een geluk is het dan dat op hetzelfde moment uitkomt dat die dekselse Bos zo maar een zonnebril declareert. Dat gedoe ook over een mogelijke revolutie, de invloed van een ayatollah, de protesten in de straten van Teheran en de steeds maar weer terugkerende beelden van een stervende Neda op het kapot geschoten asfalt. Best vervelend allemaal hoor maar wel heel ver weg.
Nee, dan de bril van Wouter. Hoe durft hij, als minister van Financiën nota bene, zomaar een bril te declareren? Waar is zijn goed fatsoen? Waar zijn zijn normen en waarden? En in het kader van die normen en waarden, is hij al over de knie gegaan bij de minister-president?
Neda droeg ook geen zonnebril en al helemaal geen Ray Ban. Mede daardoor kon de wereld zien hoe haar ogen braken en in de richting van een door mij voor haar gewenste hemel staarden. Misschien moeten de mensen die vinden dat het teveel over Iran gaat zelf ook maar een zonnebril kopen. Een hele donkere Ray Ban zonnebril. Zo zien de mensen in ieder geval niet dat je je ogen afwendt van Neda's gebroken blik. En als mensen gaan vragen hoe je in vredesnaam die bril hebt kunnen betalen, kan je met een gerust hart zeggen dat je 'm gedeclareerd hebt. Net als de minister van Financiën.

woensdag 24 juni 2009

Lait

Er zijn momenten dat je het spreekwoordelijke kwartje bijna hoort vallen. Ik herinner me nog goed dat ik door het Amsterdamse Rijksmuseum liep en ineens de straatnamen in de Pijp begreep. Ferdinand Bol, Govert Flinck, Albert Cuyp, het waren kennelijk allemaal schilders. En bepaald geen amateurs ook.
Gisteren zat ik in Parijs op een terrasje in de Rue de Roi Sicilië. Ik begreep hieruit dat Sicilië kennelijk ooit een koning heeft gehad. Kijk, zo steek je toch nog wat op tijdens je vakantie. Deze gedachten schoten allemaal door mijn hoofd terwijl ik zat te wachten op mijn café au lait. Heel lang duurde het gemijmer niet want de serveerster begon in een zin minstens twaalf keer het woord 'lait' te gebruiken. Nu spreek ik aardig Frans maar ook een half dove Chinees had opgemerkt dat er geen melk meer aanwezig was. En een café au lait zonder lait is een café en daar had ik niet om gevraagd. Ik wilde wel maar kreeg de kans niet omdat de serveerster druk doende was de kok uit te schelden. Tussen de scheldwoorden door kwam meerdere malen het woord 'lait' voor waardoor ik geruststellend kon concluderen dat het onderwerp van gesprek nog niet veranderd was. Even later liep de kok als een geslagen hond langs mijn tafeltje de hoek om en kwam een minuut of vijf later met twee pakken melk terug. De serveerster griste ze uit zijn handen en kwakte nog geen minuut later een lauwe kop café au lait op mijn tafel. Zonder me een blik waardig te gunnen smeet ze ook het bonnetje met daarop de prijs voor de koffie, slechts 3,50, op tafel en ging verder met waar ze mee bezig was; chagrijnig zijn. De kok zag ik niet meer. Waarschijnlijk zat hij in zijn keuken nog wat na te trillen maar stiekem hoopte ik dat er in die keuken een deurtje zat waardoor hij op deze zonnige zomerse dag kon ontsnappen aan de hooghartige Reine du Lait.

maandag 22 juni 2009

Recycling

Vandaag zag ik een vrouw lopen in de stad met onder haar arm een boom. Geen echte maar een door mensen gemaakte boom van hout. Waarschijnlijk dient deze boom als decoratie in een Franse woonkamer. Een boom die, na bewerking door mensenhanden, een boom wordt en onder de armen van een Française door een broeierige Rue de Rivoli wordt gedragen. Is dit de ultieme vorm van recycling?

Gezien in Parijs



En de spatie moet je er zelf maar even bijdenken...

An ordinary day in Paris

Ze liepen vlak achter mij op het zebrapad van de Boulevard Sébastopol in Parijs toen de vrouw ineens tegen haar man begon te schreeuwen. Daar bleef het niet bij want de man kreeg ook een onverwachte por in zijn rug van zijn vrouw. Ik keek om en staarde in het verbaasde gezicht van de man. Hij hield even in, de vrouw niet. Ze versnelde haar pas en trok tegelijkertijd haar joggingbroek omhoog waardoor haar bilspleet aan het Parijse oog werd ontrokken. De man ging helemaal niet achter de vrouw aan. Sterker, hij keek haar bijna in shock aan. Langzaam werd het mij duidelijk dat het hier niet om een echtpaar ging maar om twee mensen die elkaar niet kenden. Als ik op het zebrapad voor de vrouw had gelopen, had ik waarschijnlijk de wind van voren gekregen. Want dat ze niet heel kritisch was bleek wel uit het feit dat ze uit het niets op elke willekeurige, en niets vermoedende, voorbijganger afsprong en deze trakteerde op een scheldkannonade of een ferme tik of trap. Twee jonge meiden kwamen nietsvermoedend de McDonalds uit, zuigend aan een rietje gestoken in een halve liter cola. Toen de vrouw met hun klaar was hadden ze alleen het rietje nog in hun mond terwijl de Franse furie er met de bekers vandoor ging. De overige mensen op straat leek het weinig te deren. Just an ordinary day in Paris.

vrijdag 5 juni 2009

De pil in Nieuw-Vennep

'Zou er wel in alle Nederlandse dorpen en steden genoeg kennis zijn over anti-conceptie?'

Dit vraag ik me regelmatig af als ik door een Nieuw-Vennepse vinexwijk loop. De blauwe en roze slingers die een nieuw leven verwelkomen zijn niet van de lucht in het Vennepse. Als ik een winkel zou moeten beginnen in slingers in maar twee kleuren, en stel dat die kleuren dan roze en blauw zouden zijn, dan zou ik dat zeker in Nieuw-Vennep doen.
Slingers en beschuit met muisjes zijn van alle tijden. Maar ook de aankondiging van nieuwe aanwas is modegevoelig. Zo zag je vroeger houten ooievaars in de tuin staan. Tegenwoordig willen jonge ouders je nog steeds doen geloven dat kinderen met de ooievaar gebracht worden maar dat moet dan kennelijk met de nodige dosis humor.
De eerste keer dat ik zo'n soort ooievaar zag vond ik het leuk. De tweede keer ook. De derde en de vierde al wat minder en bij de vijfde kwam ik tot de conclusie dat we hier te maken hadden met een trend. Bij ooievaar zes, zeven en acht betrapte ik me erop dat mijn glimlach was verdwenen en verworden tot een lichte zucht. Ik begin weer te verlangen naar de tweedehands ooievaars in voortuinen na een geboorte. Moet kunnen denk ik. Zeker in Nieuw-Vennep. Daar zijn de voortuinen groot genoeg.

donderdag 4 juni 2009

Q&A II

Q: Wie loopt er nou, met zijn hoofd in de wolken, zo een bus in die klaarblijkelijk net een kop-staartbotsing heeft gehad en waar de slachtoffers voorin zitten te wachten op medische assistentie?

A: Ik.

Ik hield van bloemen

Moment van verstandsverbijstering: Je vult je eigen naam, uit nieuwsgierigheid, in op www.sterfdatum.nl.
Deze geniale site berekend dan op basis van je naam en je geboortedatum je sterfdatum. Nog even los van het feit dat ik hoop dat verzekeraars dit anders aanpakken schrok ik van het resultaat. Ik word namelijk maar 73 jaar! En dat terwijl ik braaf elke ochtend mijn sinaasappels sta te persen, op tijd naar bed ga en al ruim anderhalf jaar niet meer rook.
Op de site zie je een virtuele overlijdensadvertentie waarin je naam en je sterfdatum staan. Twaalf oktober 2049. Balen, net voor het magische jaar 2050 maar dat terzijde. Naast naam en sterfdatum staat er een wijze spreuk. In mijn geval: Je mag de dood niet vrezen, ze is je toekomst. Prachtig. Schitterende tekst. Tot slot vermeld de advertentie dat ik van bloemen hield. Da klopt, ik houd van bloemen.
Ik begon dit bericht met een verontschuldiging door te schrijven dat het gebeurde in een vlaag van verstandsverbijstering. Kan gebeuren. Maar toen ik onlangs mijn naam googelde, want ja dat doe ik ook, en trouwens veel meer mensen die ook zeggen dat ze het echt niet doen, kwam meteen op de eerste pagina van de zoekresultaten al de link: Wanneer overlijdt Matthijs...
Dat was nou weer niet de bedoeling.
Ik zou hier nog langer op door kunnen gaan maar de site meldt me ook dat ik nog maar 14709 dagen te gaan heb. En ja, dan kan je je tijd beter anders besteden...

zaterdag 30 mei 2009

Maurice II

Ik heb ergens gelezen dat energie aandacht volgt. In het geval van Maurice de Hond klopt dat bij mij ook. Toen ik zijn commercial voor het eerst op de tv zag vond ik hem vervelend. En sinds die tijd zie ik overal Maurice de Hond. Kennelijk heeft het bedrijf waar hij reclame voor maakt een mediaoffensief ingezet volgens een aloud Brits gezegde; It's raining cats and dogs. De katten zijn voor het gemak maar even weggelaten met als gevolg dat Maurice overal is. Een tragisch dieptepunt is Maurice de Hond op een lokale tv zender die als scheidsrechter in een veel te heet gewassen blauw shirt en wedstrijd mag fluiten. Alsof zijn wanstaltige optreden in commercials en zijn enge peilingen waarin de al even enge PVV structureel de grootste is niet genoeg is.
Maurice is overal. Op tv maar ook in abri's en op de radio. En overal zegt hij met een vooruit priemende wijsvinger dat we het moeten doen. Bah. Maurice en 'het doen'. Het is voor mij geen prettige combinatie.

donderdag 28 mei 2009

Een zeilboot in Nieuw Vennep

Zomaar, op een zomerse dag ergens in een Nieuw Vennepse vinexwijk. Ik liep vrolijk fluitend naar mijn werk door de talloze, kaarsrecht, aangelegde gangetjes die lopen tussen de talloze, kaarsrecht aangelegde huizen.

In de verte viel mijn oog op iets. Iets wits. Het leek wel een vlaggetje. Ja, het leek wel een vrolijk wit vlaggetje. Toen ik dichterbij kwam bleek mijn vermoeden waar te zijn. Het was niet zomaar een wit vlaggetje, nee, er stond ook nog iets op. 'Een boodschap' schoot het door mijn hoofd. De romanticus in mij drong zich op en vermoedde een liefdesboodschap. Zomaar, op een wit, een maagdelijk wit vlaggetje. Mijn hart ging iets rapper kloppen en ik versnelde mijn pas zodat ik kon lezen wat er stond.



De door de spanning opgeroepen romanticus in mij stierf een zachte dood toen de realiteit tot mij doordrong.

En ineens dacht ik aan een kleuter. Een kleuter die trots met zijn op school gemaakte zeilbootje was thuisgekomen. De boot zelf, een lege statiegeldfles, had hij verknipt. Met het zeil was hij maar een heel klein beetje geholpen door de juffrouw.
En ik dacht aan zijn moeder die, nadat ze de kleuter een goedenacht had gekust, het zeil van de boot had gescheiden en er kalm met zwarte stift haar boodschap op had gezet. Tegen haar man vertelde ze dat ze een ommetje ging maken. Terecht. De wijk waar ik dit vlaggetje vond leent zich perfect voor ommetjes. Tijdens het ommetje, in een steegje waar de schemer kalm over de tegels zakte voordat het bedolven zou worden onder het duister, had ze haar prooi gevonden. Een keer prikken was voldoende. Het bleek een voltreffer.
Ze liep voldaan terug naar huis. Haar kleuter lag in zijn bed en droomde. Hij droomde over hoe hij ooit, als hij later groot was, met zijn zelfgemaakte boot uit Nieuw Vennep weg zou varen.

woensdag 20 mei 2009

Mijn Keus

Onderstaand verhaal schreef ik voor een wedstrijd, uitgeschreven door de nrc next. De opdracht was om een verhaal van maximaal 700 woorden te schrijven dat was geïnspireerd op deze foto.


foto: Monique Scuric

MIJN KEUS

De leren schoenen rechts achter, die bruine met die gespen, die zijn van mij.
Hoe de eigenaren van de andere schoenen heten weet ik niet. Ik ken alleen maar hun gezichten. Dat is genoeg. Namen zijn niet belangrijk.

In mijn leven heb ik nooit een keus gehad. Alles overkwam me of werd voor mij beslist. Samen met mijn broers verafschuwde ik het regime waarin alles voor ons beslist werd. We werkten harder dan de hoger geplaatsten en hun families maar zagen vol afgrijzen hoe zij de paleizen bouwden en in dure bolides over de boulevards van de hoofdstad reden.

Zes jaar geleden, vlak na het avondeten, hoorden we gerommel in de buitenwijken van de hoofdstad. Onze vader was juist naar het schuurtje gelopen om daar de door mij geplukte dadels te halen. Onze moeder schonk ons muntthee in. Het oppervlak van het theewater in onze mokken trilde licht. Naarmate het gerommel aanhield en dichterbij kwam ontstonden er kringen in het theewater en gutste bij mijn jongste broertje het hete theewater over zijn kindervingers.
Toen klonk er gesis dat overging in gefluit. Een hoog en piepend monotoon geluid. Daarna, heel even maar, een helder licht en toen een klap. Een droge harde klap. In de achtertuin zag ik de aarde opspringen.

Ik was twaalf en had nog nooit een dode gezien.
Het eerste lijk dat ik in mijn leven zag was dat van mijn vader.
De grond om hem heen kleurde razendsnel rood. Overal lagen granaatscherven en dadels.
Het verdriet over de dood van mijn vader kon ik alleen delen met mijn broers en mijn ontroostbare moeder. De andere mensen in de buurt hadden hun eigen doden te betreuren. In sommige gezinnen waren de vader en de moeder omgekomen. In andere gezinnen de jongste zoon.

Op deze sandalen, die mijn vader droeg toen hij stierf, liep ik als twaalfjarige, door het centrum van de stad. Elke dag telde ik de bruggen over de rivier. Elke week telde ik een brug minder. Soms leek het alsof de bruggen onder mijn tranen bezweken.
De schoenen van mijn vader waren mij veel te groot. Nu passen ze perfect. Ik ben erin gegroeid zoals ik het leven ben ingegroeid. Ik ben niet opgegroeid in het licht van de zon maar in het licht van de overschietende vliegtuigen, de explosies op de grond en de brandende auto’s. Dit is mijn leven zoals het uwe het uwe is. Ik had geen keus mijn leven te leven zoals ik dat wilde.

Tijdens de begrafenis van mijn vader raakte ik in gesprek met een voor mij onbekende man. Hij leerde me veel over mijzelf, mijn land, mijn God. Hij leerde me wat ik van mijn vader had moeten leren. Hij leerde me dat ik wel degelijk een keus heb. De keus die mijn vader nooit heeft kunnen maken.
De ultieme keus.
Daarom staan mijn schoenen nu daar.
De foto is niet in mijn land genomen maar in een land daar ver vandaan.
De foto is gemaakt voor mijn trotse moeder.
Aan mijn voeten draag ik nu hagelwitte Nikes.
Nikes zijn schoenen waar mensen zich geen vragen bij stellen.
Nikes zijn veilige schoenen.
Met Nikes aan mijn voeten ben ik niet gevaarlijk voor de mensen op straat, de mensen op het grote plein, de mensen op het station.
Naar dat station ben ik onderweg.
In een klein wit busje. Samen met de eigenaren van de andere schoenen op de foto. Net als ik dragen zij sportschoenen.
De nieuwe spijkerbroek knelt.
Het zojuist uit de verpakking gehaalde overhemd schuurt in mijn nek.
Mijn keus is gemaakt. Mijn eerste echte keus. De ultieme keus. Er is geen weg terug. Geen weg meer vooruit. Alleen nog maar de weg naar boven.
Het is stil in het busje.
Buiten staan de velden vol met rode tulpen.
Bloedrood.
Ik zie mijn vader liggen op de roder wordende aarde in onze tuin tussen dadels en granaatscherven.
We dragen allemaal een mobiele telefoon van een westerse maatschappij. Het afgaan van mijn telefoon zal het laatste zijn dat ik hoor.
Ik ben rustig.
Mijn keus is eindelijk gemaakt.

dinsdag 19 mei 2009

Maurice

Na Natasja Froger, 'ik zeg doen!' heeft de Nederlandse Energie Maatschappij weer een bekende Nederlander voor haar karretje weten te spannen. Het is deze keer niemand minder dan Maurice de Hond. De Hond, ook wel bekend als onafhankelijk opiniepeiler, prijst in niet mis te verstane taal een commercieel produkt aan. Zou hij met het geld dat hij met deze commercial verdiende, want Maurice noch Natasja doen dit niet voor niets, een hele handige jongen in Deventer hebben afbetaald. Ik herinner me vaag iets over een bedrag van 35.000 euro dat De Hond moest overmaken naar de rekening van 'De Klusjesman'.
Bij Andries Knevel vertelde hij onlangs dat dit bedrag reeds is overgemaakt. Gelukkig maar. Ook voor klusjesmannen is de crisis voelbaar.
Laten we dan maar hopen dat Maurice het geld gaat investeren in goed en onafhankelijk onderzoek en opiniepeilingen. Op deze manier komt hij dan wellicht weer af van zijn imago als misschietende Robin Hood in de Deventer moordzaak en als iemand die voor geld, lees de commercial, ook zijn imago als onafhankelijk onderzoeker te grabbel heeft gegooid.

zaterdag 9 mei 2009

X factor

De finale van X Factor is beslist. Nadat de twee finalisten Lisa en Rachel hun single hadden laten horen ging presentatrice Wendy van Dijk langs bij de vader van Rachel. Hij had maar liefst zevenhonderd (700) keer op zijn dochter gestemd en bewoog zijn vingers nog maar eens om te voorkomen dat de kramp erin zou schieten.

Lisa heeft gewonnen.
De vader van Rachel kan op zoek naar een bijbaantje in het weekend.

Q&A

Q: Wie haalt het in zijn hoofd om midden in de stad een haan te hebben die 's ochtends om vijf uur begint te kraaien?

A: Mijn buurman.

donderdag 30 april 2009

Koninginnedag 2009

Ik had willen schrijven over het genot dat mensen beleven aan in massa's door winkelstraten te worden gepropt.
Of over het nuttigen van liters bier uit blik.
Of uit een plastic bekertje met statiegeld.
Of schrijven over de volwassen man in de Haarlemse Grote Houtstraat die 'Hey Jude' van The Beatles subtiel verkrachtte.
Over de duizenden kleedjes, zeiltjes, gelige matrassen en badhanddoeken vol prullaria.
En over hoe je dan iets koopt en thuis al niet meer weet waarom het ook al weer zo leuk was.
Of waarom je het nodig had.
Ik had willen schrijven over de treurigheid van prinses Mabel die een golfballetje over een plas water probeert te slaan.
Of over prinsen die op de foto gaan met toeschouwers.
Toeschouwers die al om zich heen kijken of ze nog een prins of prinses kunnen voor een foto en een verhaal op een verjaardag.
Ik had willen schrijven over de absentie van Maartje van Wegen.
Of de aanstaande abdicatie van de vorstin.
Over de mensen die de straat op gaan en allemaal iets oranjes in hun kast blijken te hebben hangen.
En als ze dat niet hebben kunnen aanschaffen op een vrijmarkt.
Ik had willen schrijven over de treurigheid die Koninginnedag bij mij oproept.
Waarin we als volk een zijn.
Denken we.

Toen was er een zwarte auto.
Een Suzuki Swift.
Een man.
Er waren dranghekken en wegblokkades.
Er was een open bus voor de Koninklijke Familie.
En er waren volwassenen en kinderen die 's ochtends hun veters strikten in de wetenschap dat ze de koningin zouden zien.
Veters van schoenen die nu op het asfalt lagen.
En op mijn netvlies staan gebrand.
Als littekens.
De littekens van Koninginnedag 2009.

zaterdag 25 april 2009

Nagellak

Bij een groot aantal dingen die vele vrouwen dagelijks doen sta ik, als man, niet stil. Natuurlijk weet ik wel dat vrouwen hun nagels lakken maar om dat op te merken moet je over een antenne bezitten die bij niet is ontwikkeld.
Totdat je er op een dag plompverloren mee wordt geconfronteerd.
In de trein.
In een kleine tweedeklas treincoupe.
Een dame van middelbare leeftijd was bezig haar nagels te lakken op het moment dat ik de treincoupe binnenstapte.
Rood.
Tegenover haar zat haar man. Hij had dit tafereel zonder twijfel al talloze malen aanschouwd en hield zijn mond om zijn echtgenoot niet af te leiden bij haar klusje waardoor de kleine coupe zwanger werd van de zware lucht die nagellak draagt.
De coupe waarin wij zaten hadden geen ramen die open konden. Wel was er een ventilatiesysteem dat niet werkte.
Terwijl de dame met haar gestifte lippen stijf op elkaar haar nagels bewerkte schoten de wissels onder de trein door.
Op het traject zijn veel wissels.
Heel veel wissels.
Ik hoopte op een misser, een uitschieter, maar deze bleef uit. Het kleine zwarte kwastje met de felrode punt deed zijn werk. Concentratie en ervaring deden de rest.
Even dreigde er een klein relletje toen de vrouw haar potje nagellak in haar tas wilde stoppen.
De dop zat er niet goed op.
Ik zag een zwarte leren tas met een stinkende bloedrode voering voor me.
Haar man greep in.
Hij nam het flesje over van zijn vrouw en draaide de dop er stevig op.
Flesje in de tas.
Tas dicht.

donderdag 29 januari 2009

Twijgen

In het Amsterdamse Westerpark liepen vrouwen zo dun dat de gemiddeld uitgehongerde Afrikaan er zijn kommetje rijst voor zou afstaan. De haast doorzichtige twijgen met naar de grond wijzende schouderbladen bleken duur betaalde modellen te zijn. Ze staken nauwelijks af tegen de dunne, vale boompjes die het park in de zomer sieren met hun groen maar in de winter een troosteloze aanblik geven. Door de glazen ruiten van de uit de grond gestampte partytenten spatte de decadentie in mijn gezicht uiteen en viel als stukjes puin en gruis op het grijze beton. Voor mijn voeten lag de kapitalistische droom in scherven. Alleen de heren en dames met champagne en kaviaar achter het koele glas wisten nog van niets.

woensdag 21 januari 2009

Een historische kans


Er zijn momenten in de geschiedenis waarop men nog weet wat hij deed en waar hij was. De moord op Fortuyn, elf september. Meestal komen dit soort gebeurtenissen onaangekondigd. Twintig januari heeft zich een nieuw baken in de geschiedenis aangediend met de inauguratie van Barack Obama. Terwijl ik daar naar zat te kijken besefte ik me dat ik een historische kans had laten liggen. Ik had op de top van de Mount Everest moeten staan! Of precies op dat moment een bungeejump moeten maken. Ik realiseerde me dat men zou kunnen vragen waar ik was toen Obama werd beëdigd. Thuis dus. Ik at boontjes, sperzieboontjes, en hoopte vurig dat niemand mij ooit zou vragen wat ik deed op twintig januari 2009.