donderdag 28 februari 2013

Hoi Zijne Heiligheid

Over een paar uur treedt de paus af als paus. Hij heeft als mens het allerhoogste bereikt en gooit nu de handdoek in de ring.
Het is alsof Lionel Messi bij de clubleiding van FC Barcelona binnenstapt en zegt dat hij de rest van het seizoen af gaat maken bij VVV-Venlo.  En om daarna in Venlo alleen nog maar te oefenen op vrije trappen maar deze nooit meer aan iemand te laten zien.

Binnen een paar weken hebben we een echte paus en een emeritus paus. De term ‘emeritus’ vind ik ongelukkig gekozen. Dat associeer ik namelijk met mensen die ergens heel goed in waren. Hoogleraren bijvoorbeeld worden emeritus hoogleraar als ze met pensioen gaan. Als de paus deze term nu ook gaat gebruiken kan iedereen het wel gaan doen. Ik ben dan bijvoorbeeld emeritus kandidaat van het tv spelletje Hints en straks, als ik stop met mijn huidige werk, emeritus receptionist.

De huidige paus behoudt wel de aanspreektitel van ‘Zijne Heiligheid’. De nieuwe paus krijgt deze titel ook. Hoe zal dat dan gaan als die twee elkaar in de catacomben van het Vaticaan tegenkomen?

‘Hé hoi Zijne Heiligheid.’
‘Hé hoi Zijne Heiligheid. Ook.’
Zoiets?

Paus Benedictus XVI zal afstand moeten doen van zijn gouden ring en pauselijke gewaden. Ook zijn typerende robijnrode schoenen zal hij niet meer dragen. Zijn voeten zal hij in de toekomst steken in een paar bruine instappers. Een kalfslederen paar uit Mexico dat ongelooflijk lekker om de voeten van Zijne Heiligheid zit. Altijd goed om te horen dat de paus een paar schoenen heeft dat ongelooflijk lekker om zijn voeten zit! De rode schoentjes worden weer gewoon een sprookje.
Wat een prettige bijkomstigheid voor beiden zal zijn is dat het old boys network van pausen na het conclaaf in een klap verdubbeld zal zijn. Al zie ik ook dat de woorden ‘old’ en ‘boys’ samen in één zin in het licht van de Katholieke kerk een ongelukkige woordspeling is.

Ik hoop vurig dat de wens van de paus in vervulling gaat. Hij wil de rest van zijn leven, en dat begint pas echt goed als je in de vut zit!, wijden aan schrijven en bidden. Het is te hopen dat hij daar niet bij gestoord wordt en dat hij op zijn beurt ook anderen niet meer stoort. Dit in tegenstelling tot Lionel Messi. Want hoezeer ik VVV-Venlo ook een lijfsbehoud in de Eredivisie gun, ik hoop van harte dat Messi tot in de eeuwigheid bij FC Barcelona zijn kunsten zal laten zien.

woensdag 27 februari 2013

Volkskrantverhaal

Esmée Piek

‘Ja! Ja, ik wil!’, had Jasmijn zojuist nog over heel Parijs uitgeroepen. De echo van haar stem was
net bestorven tegen het ijzer van de Eiffeltoren. Nu stond ze bleek en met holle ogen voor hem.
Samen hadden ze de foto’s bekeken die een Japanse toerist van hen had gemaakt. Een foto van
een dolgelukkige Sven die Jasmijn net ten huwelijk had gevraagd. Daarna een foto van Sven die
Jasmijn in zijn armen droeg. Daarna de foto die alles veranderde. ‘Sven,’ vroeg Jasmijn met een droge mond, ‘waarom heb jij déze foto van Esmée Piek in jouw telefoon?’

De hand had waarmee hij zijn mobiel vasthield en de foto had gemaakt bleef na de klap tussen het
leven en de dood nog even in de lucht hangen. Sven was bang voor het beeld dat hij te zien zou
krijgen. Het lichtgevende schermpje gaf een haarfijn beeld van het meisje dat hooguit zestien jaar
was. Ze stond met een kaarsrechte rug op de spoorwegovergang. In haar rechterhand de fietssleutel
waarmee ze even daarvoor haar fiets op slot had gezet. Sven had afgedrukt op het moment dat de
locomotief minder dan een halve meter van het meisje was verwijderd. Haar laatste ademtocht
stokte in de stilte van zijn foto. Om hem heen stonden omstanders in een geur van verschroeid vlees
naar hun mobiele telefoons te staren. Ze waren afgekomen op het gerucht dat er iemand op het
spoor stond. Niemand had geprobeerd haar op andere gedachten te brengen. Een aantal jongens
hadden haar zelfs uitgedaagd door te roepen dat ze het toch niet zou durven. Maar ze durfde wel en
was blijven staan. Tot het moment dat de locomotief haar als een bokser met een loden vuist uit het
leven had geslagen.

De dag erna haalde de zelfmoord van Esmée Piek de voorpagina’s van alle kranten. In korte tijd
hadden meerdere pubers een eind aan hun leven gemaakt nadat ze hadden besloten dat de
pesterijen voor altijd voldoende waren geweest. De grootste krant van Nederland vroeg omstanders
zich te melden. Liefst met een foto van de situatie. Sven belde op nadat hij voor zichzelf had
uitgemaakt dat ze de foto wel mochten publiceren maar alleen tegen betaling. Vijftienhonderd euro
wilde hij hebben. En Jasmijn mocht absoluut van niets weten. Nog geen minuut nadat hij de foto
had verstuurd werd hij al gebeld. De redactrice van de krant was lyrisch. Het bedrag was geen enkel
probleem. Wel was ze nieuwsgierig of Sven al een bestemming had gevonden voor het geld.
‘Ja’, zei Sven vastbesloten en sprak voor het eerst hardop zijn droom uit, ‘ik ga mijn vriendin ten huwelijk vragen. Bovenop de Eiffeltoren. Midden in Parijs. De stad van de liefde.’

zaterdag 23 februari 2013

Een emmer vol sterren

Ik moet beginnen met een mea culpa. Met een mea maxima culpa. In deze blog http://windinderug.blogspot.nl/2012/07/sterren-springen.html van juli vorig jaar geef ik nogal scherp af op een nieuw tv-format waarbij sterren van de duikplank afspringen. Mijn cynische en sarcastische toon zijn inmiddels ingehaald door de realiteit. Gisteren begon SBS6 met een vervolg op het springen; het schansspringen. En daar waar ik in juli nog fulmineerde tegen dit soort programma’s ben ik nu helemaal om. Sterker nog, ik vind dat er meer programma’s moeten komen waarbij zelfbenoemde sterren tussen leven en dood zweven. In mijn blog van juli 2012 bedacht ik nog wat quasi-grappige, op Ter Land, ter zee en in de lucht gebaseerde, programmatitels, maar nu ben ik bloedserieus. Het lijkt me een fantastisch idee om meer van dit soort programma’s te creëren waarin er een gerede kans bestaat dat een of meerdere sterren ons kunnen ontvallen. De emmer met sterren in Nederland zit inmiddels zo bomvol dat het tijd wordt voor wat meer ruimte. En dat gaat in het geval van een emmer alleen als er een aantal sterren over de rand kukelen.

Wat te denken van een programma als ‘Sterren automutileren’? Er is een goede kans dat er genoeg Nederlandse sterren zijn die niet weten wat het inhoudt, het automutileren, dus die zeggen al ‘ja’ bij het idee dat ze weer eens op de buis mogen verschijnen.
Sterren als Geert Hoes, Kelly en Jody Bernal bewerken zichzelf net zo lang met een bot aardappelmesje tot een van hen het loodje legt. De winnaar, degene die het langst blijft zitten, mag meedoen aan een ander sterrenformat!

Bijvoorbeeld ‘Sterren eten punaises’. Patty Brard, Patricia Paay en Tatjana Simic werken alle drie een bierglas vol met punaises weg. Als dit niet zorgt voor een eeuwige verwijdering uit het Nederlandse sterrenlandschap is er altijd nog het bijkomend voordeel dat ze in ieder geval nooit meer zullen zingen.
Of een programma als ‘Sterren slaan’, waarin Emile Ratelband, Dean Saunders en Sita net zo lang door jongeren worden geschopt en geslagen tot ze omvallen en niet meer opstaan. Ook dit heeft een bijkomend voordeel namelijk dat de jeugd z’n agressie kwijt kan op de sterren en niet meer op een onschuldige passant in bijvoorbeeld het centrum van Eindhoven.

‘Sterren schieten’, ook al zo’n briljant idee. En dan op locatie in Volendam. Half Volendam is inmiddels een ster dus door juist te mikken kan er in een klap een heleboel ruimte vrij komen in de sterrenemmer.
Voor de echte hardleerse sterren is het format ‘Sterren eten elkaar’ een uitkomst. Robert Schoemacher, Koert-Jan de Bruijn en Mari van de Ven eten gewoon elkaar op. Weer drie sterren minder.

SBS6 kan zo nog jaren door. Het lelijke eendje van de Nederlandse televisie neemt zo de nobele taak op zich om het medialandschap eens even goed op te schonen. De man die het allemaal aan elkaar praat, Gerard Joling, wil ik wel graag bewaren voor dit soort programma’s. Natuurlijk, een hol format als ‘Sterren waterboarden Gerard Joling’ kan wel maar verder is het van belang dat hem niets overkomt. Er moet namelijk iemand zijn die bovenstaande bagger aan elkaar wil gieren.




vrijdag 15 februari 2013

Doemscenario



Een grote groep mannen zit met gebogen hoofd in een afgesloten, koele ruimte. Sommige mannen prevelen wat maar de meeste zijn stil. Dan gaat, totaal onverwachts, de deur open.

‘Wel rodondendron!’, verzucht de oudste man in het vertrek, ‘Joseph, wat doe jij hier?’
‘Ik dacht, ik kom eens even langs. Even buurten. Het is koud in mijn kamer en er is niemand.’
‘Ja maar Joseph, dat is een beetje je eigen schuld, jij wilde stoppen.’
‘Ik dacht dat ik jullie daar een plezier mee deed!’
‘Ja, dat deed je ook. En ons niet alleen trouwens.’
‘Het is koud op mijn kamer en er is niemand!!!’, zegt Joseph nu op zeurende toon.
‘Nee, nogal wiedes, we zitten allemaal hier. Jouw idee hoor. Hoe kom je eigenlijk binnen?’
‘Ik was in de buurt.’
‘Ja, nogal logisch dat je in de buurt was. Jij wil hier blijven wonen!’
‘Als voormalig sleutelbewaarder had ik nog een setje reservesleutels’, zegt Joseph olijk terwijl hij naar de andere aanwezigen knipoogt.
‘Ah, nee hè! Echt? Een setje of meerdere?’
Joseph grinnikt. ‘Wie het weet mag het zeggen.’
‘Joseph, dit is geen moment voor grapjes. Trouwens, je maakte nooit grapjes dus waarom nu ineens wel?’
‘Pompidompidom’, mompelt Joseph vrolijk.
‘Joseph, dit is een ongelooflijk serieuze zaak. Zou je de deur willen dichtdoen en vertrekken?’
‘Lalalalala.’
‘Joseph, kappen nou!’
‘Goed dan’, zegt Joseph, ‘ik heb een ietsiepietsie spijt misschien.’
‘Te laat Joseph! Te laat!’, buldert de oude man nu door de ruimte. Hij is overduidelijk zijn geduld aan het verliezen.
‘Okay, okay. Ik ga al. Maar mag ik mijn ring misschien wel terug?’
‘Nee! Die ring is kapot! Het was jouw beslissing om het bijltje er bij neer te gooien!’
‘Mijn kleren dan? Wit staat mij supergoed!’
‘Nee, nee, nee!’
‘Hallo zeg, ik wist niet dat je kwaad werd. Ik ben al weg hoor.’
‘Mooi. En laat je sleutels achter.’
'Is al goed. Is al goed. Stank voor dank noemen ze dit bij ons in Beieren. Mag ik nog een adviesje geven? Ik ben er nu toch.’
‘Als je daarna weg gaat!’
‘Ik zou niet die neger nemen.’
‘Joseph, nou is het genoeg! Opsodemieteren!’
Joseph geeft de sleutels aan de oude man. Op het moment dat de oude man de sleutels aan wil nemen pakt Joseph zijn hand.
‘Ich habe es echt niet gewusst hoor’, zegt hij gnuivend en overdreven knipogend.


Joseph schuifelt naar achteren het vertrek uit. Vlak bij de deur maakt hij een onverwachte beweging die in de verte iets weg heeft van de danspassen van Michael Jackson. De beweging eindigt met een hand in zijn kruis.
‘Who’s bad?!?’ roept hij vragend door de ruimte. Dan trekt hij de deur achter zich dicht. Het is tijd voor bezinning. Voor even dan.





woensdag 13 februari 2013

'Kus, anonimpje', een Valentijnsverhaal

Ik was vooral opgelucht dat de Valentijnskaart op tijd was bezorgd en op mijn deurmat lag. Vorig jaar stuurde ik mezelf ook een kaart maar deze kwam twee dagen te laat. Ik had flink mijn best gedaan op de tekst maar was daardoor op het laatst even de scherpte verloren. Helemaal onderaan had moeten staan ‘Kus, anoniempje’ maar er stond ‘Kus anonimpje’.
Anonimpje!
Naast het sturen van een kaart verstopte ik ook elk jaar een roos voor mezelf. Maar door de stress over het al dan niet te laat binnenkomen van de kaart en de spelfout wist ik nu niet meer waar! De afgelopen jaren had ik op veilig gespeeld en de avond voor Valentijnsdag een roos op de badkamerspiegel geplakt. Ik had besloten tot deze veilige plek nadat ik een keer van de weeromstuit had besloten om een roos op mijn kussen te leggen. Toen ik later die avond naar bed ging en mijn hoofd op het kussen legde wist ik eerst niet goed wat ik voelde totdat ik me realiseerde dat ik met mijn gedraai mijn wangen aan het openhalen was.
Terwijl ik mijn hoofd brak over de verloren roos liep ik naar mijn schuurtje om de fiets te pakken en wat boodschappen te gaan doen. Op de tast ging ik op zoek naar mijn fietsstuur en, inmiddels stevig omklemd, wist ik weer waar ik de roos had verstopt. Om mijn fietsstuur. Het voelde alsof iemand mijn hand vastpakte en langs het prikkeldraad trok. Met een hand vol doornen en onder het bloed zette ik koers naar de huisarts. Achter de balie zat een nieuwe assistente. Net als ik achter in de twintig en veel te vrolijk voor de tijd van het jaar. ‘ Hoi’, zei ze, ‘Sabine.’
‘Nee hoor’, zei ik, ‘Matthijs’.
Ze moest lachen. Ze vond het een leuk grapje zei ze. Ik zei dat het geen grapje was. Ze moest nog harder lachen en wees naar mijn hand.
‘En dat nog wel op Valentijnsdag!’, riep ze. ‘Post gekregen?’
‘Ja, van mezelf.’ Sabine keek even weg.
‘Wat is er met je hand?’, vroeg ze.
Ik vertelde haar over de roos.
Sabine keek me even aan. De blik die ze in haar ogen kende ik niet. Het was geen medelijden maar ook geen leedvermaak. Ze pakte een visitekaartje van de dokter. Ze schreef een 06-nummer op.
Ik zei dat ik al een 06-nummer had en ze begon weer te lachen.
‘Alsjeblieft’ zei ze, ‘toch nog een kaartje vandaag.’
’s Avonds zat ik na het eten van een kop soep op de bank. Met mijn gezonde hand pakte ik mijn telefoon en repeteerde nog een keer het ingestudeerde 06-nummer. Daarna toetste ik met mijn neus de cijfers in.