Gisteren stond ik in Haarlem voor een muur waarop alle namen van de uit mijn stad gedeporteerde en vermoorde Joden stonden vermeld. Soms hele families die op dezelfde dag werden vergast in Auschwitz of Sobibor. Kinderen van 3, 4 en 5 jaar stonden er tussen. Een jeugdige tiener was vlak voor zijn dood nog verjaard.
De stenen muur in Haarlem en het oplopende conflict in de Gazastrook staan niet los van elkaar. Sterker nog, ze staan naast elkaar. De muur fluistert middels de regen die als tranen van haar afglijden ‘dit nooit meer’. En dit mag ook niet meer. Nooit meer. Er kwam een einde aan de verschrikkelijke oorlog door het tekenen van de vrede.
Vrede. Het woord is gevallen. Ten diepste wil een ieder van ons opgroeien in vrede. Joods, Palestijns, Christen, Moslim en alle anderen die er wel of geen God op nahouden. De enige oplossing voor de gruwelijke terreur van beide kanten in het Midden-Oosten is vrede. Daarvoor moet water bij de wijn worden gedaan. Of, voor de Moslims, water bij het water of desnoods bij de thee. Een andere oplossing is er niet. De oplossing ligt nooit in het doden van kinderen. Ook niet per ongeluk. Als zogenaamd ‘collateral damage’. Een kind mag nooit collateral damage zijn.
Dit weekend was ik in Parijs bij mijn neefje en nichtje van bijna 3 die mogen opgroeien in vrede. Dat is hun recht. Maar niet alleen hún recht. Het opgroeien in vrede is het recht van ieder kind, van ieder mens.
Dat zou een Nobelprijswinnaar voor de Vrede toch wel op z’n minst moeten weten.
![]() |
| Peres in het midden. Links Arafat, rechts Rabin in 1994 |
