Een van die mensen is zonder enige twijfel, en de laatste paar weken met stip omhoog geschoten, Pierre 'Vader Abraham' Kartner.
In interviews vertelt de oppersmurf maar al te graag dat hij zo gewoon is gebleven en dat hij op liedjes schrijven na niet veel kan. Om daar dan vervolgens aan toe te voegen dat hij in Mexico een held is, met 'Padre Padre!' wordt toegejuicht en dat hij, als hij dat wilde, een eigen kerk in Mexico had kunnen krijgen. Men was idolaat van de bebrilde en bebaarde vandaal die 'Lalalalalalalalalala' of terwijl het Smurfenlied, in ons collectief geheugen heeft gebrand. In een ander artikel vergeleek hij zich met Haydn. Niet met Barry Haydn de garagemonteur. Ook niet met Bob (zeg maar Bobby) Haydn van autosloperij Bob's Wieldop maar met de componist Joseph Haydn. Dat was die componist die wel briljant was maar net niet briljant genoeg om 'Het Kleine Café aan de haven' te componeren. Om nog maar te zwijgen over poëzie met een hoofdletter P als: 'Kunnen jullie door een waterkraan? Ja wij kunnen door een waterkraan'.
Tja, die Pierre. Een miskend talent. Maar gelukkig mag hij nu revanche nemen door het songfestival te winnen met het briljante lied: 'Ik ben verliefd Shalali'.
En toch, ondanks dat onmetelijk talent, zijn vriendelijke glimlach, zijn zachte zoete stem en dito accent krijg ik bij El Padre Abraham toch een hele vieze smaak in mijn mond. De smaak van plastic. Van nep. Van valse bescheidenheid. Van lange baardharen. Van muffe bolhoedjes en tot slot de vieze smaak van kleine blauwe mannetjes die zich net door een hele smerige waterkraan hebben gewerkt.