vrijdag 25 juni 2010

Trendwatcher

Het beroep van trendwatcher lijkt mij een vermoeiend beroep. Temeer omdat het volgens mij een volstrekt overbodig beroep is. Net als stylist van de sterren. Ook zo treurig. Maar dat terzijde.
Trendwatchers zie je echter steeds meer. Het worden haast bekende Nederlanders. Het zijn allemaal heel verschillende types en gekleed volgens de laatste door hun gewatchte trends maar wat ze overeenkomstig hebben is dat ze het liefst met een I Pad op de foto gaan. In de Vara gids van deze week staat ook weer een man die van het watchen van trends zijn beroep heeft gemaakt.
Als trendwatcher heb je als voornaamste taak om de nieuwste trends te signaleren en ze bij het grote publiek bekend te maken. Het grote publiek dat tegenwoordig luistert naar namen als Henk en Ingrid.
Het trieste is dat wanneer een trend wordt gepubliceerd in een of ander nietszeggend blad het of al geen trend meer is want reeds vergeten, of het inmiddels is ingeburgerd in de maatschappij en derhalve ook geen trend meer is. Als trendwatcher loop je eerder achter de feiten aan dan voor de troepen uit.
Afgelopen woensdag zat ik op een strandje in de buurt van Haarlem. Ik signaleerde twee trends onder de Haarlemse jeugd die daar aanwezig was.
De eerste was het veelvuldig gebruik van het woord 'kanker'. Niet zo heel sympathiek. Zeker niet als dit gaat in combinatie met het woord 'homo of 'hoer'. Jammer is dat.
Een tweede trend die ik zag was het 'ik-ben-een-jongen-tussen-de-veertien-en-de-negentien-en-draag-mijn-boxershort-onder-mijn-zwembroek-maar-dan-wel-zo-dat-je-het-merk-van-mijn-boxershort-namelijk-Bjorn-Borg-goed-kan-lezen' type. Ook een rare trend. Misschien is er tussen mij en de jeugd nu een definitieve kloof geslagen. Zou kunnen.
Toen bedacht ik me dat ik deze trend al eerder had gezien. Ook vorig jaar liepen jonge pubers met de elastiekband van hun boxershort hoog opgetrokken boven hun zwembroek.
De trend is een hype geworden.
Net zoals de hausse aan trendwatchers een hype begint te worden. Helaas.

maandag 14 juni 2010

Vuvuzela

Eerlijk is eerlijk. Ik ben geen fan van de vuvuzela, de toeter wiens geluid als een bijenzwerm door de stadions in Zuid-Afrika trekt op dit moment.
Bij de NOS gaat men proberen het achtergrondgeluid wat te dempen zodat het bijengezoem afneemt tot het volume van een handjevol muggen. Er schijnt ongelooflijk veel over te worden geklaagd bij de omroep.
Ook in Zuid-Afrika is de kritiek inmiddels doorgedrongen en de voorzitter van het organiserend comité, Danny Jordaan, gaat nu kijken of er een verbod op kan komen.
De voetbalcultuur van het gastland wordt hiermee de nek omgedraaid en de identiteit van het Zuid-Afrikaanse voetbal wordt zo weggenomen. De vuvuzela hoort bij Afrika zoals de man met de bos wortels op zijn hoofd bij Nederland hoort en de samba bij Brazilië. Zoals bier bij Engeland hoort en eindeloos verdedigen bij Italië. Daar kan je fan van zijn of niet maar ik vind het veel te ver gaan om te toeschouwers daar, die zo trots zijn op de organisatie van het WK in hun land en op hun continent, hun luidruchtige symbool, hun vuvuzela te ontnemen. Op deze manier blijven we, weliswaar op micro-micro niveau Afrika nog steeds onze wil opleggen.
Trouwens, de commercie hier in Nederland heeft maar al te handig gebruik gemaakt van de Afrikaanse toeter want meer dan eens word ik opgeschrikt door het lawaai ervan.
Ik zeg, even doorbijten. Laat de Afrikanen op hun manier genieten van het mooiste toernooi van de wereld en laat ze trots zijn op de organisatie ervan.
Over vier jaar is het WK in Brazilië. Dan kunnen we weer vrolijk aan de samba!

zaterdag 12 juni 2010

Sous le ciel de Paris

Onder de Parijse hemel.
Maar dan in Haarlem.
Op de brug die de Kruisstraat over de Nieuwe Gracht brengt zit bij goed weer altijd een vrouw accordeon te spelen.
Haar repertoire is beperkt. Zeer beperkt. Het heeft zich beperkt tot één lied en daar dan weer één refrein van: Sous le ciel de Paris geschreven door twee voor mij volledig onbekende Fransen maar wereldberoemd geworden door de uitvoering van Edith Piaf.
Het refrein speelt de vrouw niet zoals het gespeeld moet worden. Er zit een raar hupje in haar versie van het lied.
Zojuist, na het boodschappen doen, stond de wind zo dat ik haar verwoede pogingen tot het spelen van dat ene refrein honderden meters verder nog kon horen. De klanken achtervolgden mij en haalden me in via het water van de gracht tot ze uiteindelijk in het Spaarne werden gesmoord.
En toen, toen keek ik omhoog. En waande me zowaar even in Parijs. Onder de Parijse hemel. Dicht bij mijn familie; mijn zus en zwager en mijn prachtige neefje en nichtje. Het was een kort moment, niet langer dan een paar tellen, maar het was er één!
Terwijl ik de bocht omliep en de accordeon niet meer hoorde speelde het deuntje zich af in mijn hoofd. Langzaam kreeg het de originele melodielijn weer terug en kwamen er wat voorzichtige coupletten bij.
Sous le ciel de Paris.
Maar dan in Haarlem.