zondag 27 januari 2013

Station Haarlem in de ochtend



Om bij mijn werk te komen moet ik ’s ochtends, even voor acht uur, door de hal en lange gang onder het station van Haarlem. De stationshal is zo vroeg in de ochtend een op zichzelf staande microkosmos waar, als je goed om je heen kijkt, meer dan genoeg te zien is. Het begint al vóór de ingang waar een vrouwtje op een krukje probeert een accordeon te bespelen. Ik zeg bewust ‘probeert’  want ondanks het feit dat ze dit elke dag doet, en ook elke dag hetzelfde deuntje speelt, zit er verdomd weinig progressie in de dikke vingers die hun weg over de toetsen zoeken. Vlak voor de ingang, bij de deuropening, staat Peter. Peter deelt de Spits uit. Of Peter ook echt zo heet weet ik niet. Ik vind het in ieder geval een ontzettende Peter. Peter is niet zo goed in gezichten. Of erg hardnekkig. Ruim driehonderd keer heb ik beleefd de Spits geweigerd. Elke keer kijkt Peter een beetje beteuterd. ‘Sorry’, mompel ik dan en loop de hal binnen.

Daar waar de brede hal overgaat in een smallere en lange gang is het noodzakelijk extra alert te zijn. Via deze trechterconstructie, en ook in de gang naar de sporen zelf, vliegen de mensen om je heen die proberen een trein te halen. Het is veiliger om een kanon af te schieten in de volle hal dan je een weg te banen door een haastige menigte. Een kanonskogel wijkt tenminste niet van zijn baan af. De haastige mens wel. Die is als water en zoekt altijd de kortste weg. Tegen het einde van de lange gang, daar waar het weer overgaat in de stationshal aan de overzijde zit een Etos. Daar staat een meisje dat me, toen ik een doosje aspirines kocht, vroeg of ik er water bij wilde om ze mee in te nemen. Heel attent van haar. ‘Nee’, zei ik, ‘ik neem ze nu nog niet in. Ik wacht liever op een heel speciaal moment.’

Tegenover de Etos is de Albert Heijn To Go. De AH To Go is een soort Albert Heijn maar dan een keer zo duur en met een te gladde vloer. Achter de kassa staat een jong, donker meisje dat Henk heet. Haar collega, ook een jong meisje die kijkt alsof ze net wakker is en haar mond altijd een beetje open heeft staan, heet Samuel. Bij de AH To Go op station Haarlem is het beleid dat je een naambordje draagt. Wat daarop staat is van ondergeschikt belang. Vriendelijk zijn ze wel. ‘Tot ziens’, zegt Joyce altijd. 'Jij ook een fijne dag', zeg ik dan tegen de jongeman.

Voor de AH To Go zit de verkoper van de daklozenkrant. Nog nooit zag ik iemand zo ongeïnspireerd iets verkopen. Hij roept keihard ‘Straatjournaal’ maar alleen als het hem uitkomt. Het lijkt of zijn uitroep reageert op een interne wekker die elke tien minuten een seintje geeft dat de man moet roepen. Ongeacht of er mensen zijn. Meer dan eens hoorde ik een loeihard ‘ Straatjournaal’  achter me. Als ik dan geschrokken omkijk is er niemand. Vlak voor me gaan de deuren automatisch open. De frisse buitenlucht komt me tegemoet. Ik ontwijk nog een of twee aanstormende forenzen, weiger ook aan de achterkant van het station vriendelijk de Spits en stap naar buiten.
Mijn dag kan beginnen. 

vrijdag 18 januari 2013

Livewrong

We zijn op de helft van het interview tussen Lance Armstrong en Oprah Winfrey. Beiden al een tijdje gestopt met waar ze goed in waren en beiden over hun hoogtepunt heen. In een Holiday Inn-achtige hotelkamer geeft The Boss toe dat hij alles heeft gebruikt dat verboden was. Epo? Yes. Bloedtransfusies? Yes. Cortison? Yes. Als Oprah nog even had doorgevraagd had ze waarschijnlijk veel meer losgekregen. Kwik? Yes. Vloeibaar lood? Yes. Asbest? Yes, maar alleen gesnoven.

In de keurig bij de kleur van het papier uitgekozen jurk, laat Oprah Armstrong leeglopen als een fietsband die over een paar kapot geslagen ampullen met doping is gereden. Of Lance ook een bedrieger was. Hij vond van niet. Voor de zekerheid had hij in het woordenboek de definitie van het woord ‘bedriegen’ maar even opgezocht. Waarschijnlijk had hij daarna het boek weer dicht geklapt wat een gemiste kans is want beter had hij ook de definities kunnen opzoeken van ‘manipulatief’, ‘bipolaire stoornis’ en ‘bescheiden’. Zo maar wat woorden en termen die de man wellicht wat inzicht zouden kunnen geven.
Het rapport van de USADA noemde de ploeg rondom Lance Armstrong de meest geavanceerde dopingmachine aller tijden. Nou, daar dacht hij zelf anders over. Want wat te denken van  de Oost-Duitsers in de jaren 80? Toen wonnen vrouwen met baarden en mannen met complete vachten op allerlei sportdisciplines. Misschien heeft hij daar wel gelijk. Misschien ook scheert hij zich gewoon heel goed.

Een van de door Armstrong in het verleden aangevallen personen is Betsy Andreu, de vrouw van oud-prof en ploeggenoot van Armstrong, Frankie Andreu. Ja, hij had haar een gek genoemd. Ja, hij had haar een trut genoemd. Maar nee, nee, nee, hij had niet gezegd dat ze dik was. Dat wilde de kampioen wel even zeggen. Even een puntje maken in zijn eigen voordeel. Zeven keer de Tour winnen als een reizende apotheek op een fiets? Prima. Mensen bedreigen en aanklagen die de waarheid spreken? Ook prima. Maar tegen Betsy Andreu zeggen dat ze dik is, nee, dat ging hem te ver.
Ook gaf hij aan altijd het gevoel te hebben gehad met zijn rug tegen een muur te staan. Hij was, in zijn eigen woorden, hierdoor een vechter geworden. De muur achter Armstrong is nu weggevallen met een donderend geraas. Het biedt zicht op de toekomst en als je maar met een weidse blik durft te kijken zie je Armstrong niet eens meer staan.

woensdag 9 januari 2013

Dorpsgek

De dorpsgek van Vaticaanstad mocht gisteren aanschuiven bij Pauw en Witteman. Pastoor Harm Schilder haalde het nieuws omdat hij het lumineuze idee had opgevat om, van de mensen die zich bij zijn parochie wilden uitschrijven, foto’s op te hangen in het voorportaal van de kerk. Hij hoopt op deze manier dat de uitgebroken schapen weer terugkeren binnen de kerk nadat zij bezoek hebben gehad van parochianen die nog wel heil zien in diezelfde kerk. Schilder gaat verder met een goede Nederlandse traditie van klikken en verlinken. Onwelgevallige mensen mogen best bekend worden gemaakt. Heel vroeger had je daarvoor al de zogenaamde schandpaal. In een recenter verleden werden vrouwen die een nachtje hadden doorgehaald met een Oosterbuur gratis naar de kapper gestuurd en nu hangt Schilder de foto’s op van mensen die bijvoorbeeld voor het homohuwelijk of de verspreiding van condooms zijn.  

Het is niet de eerste keer dat Schilder zich mag verheugen op de aandacht van de media. Een paar jaar geleden haalde hij het nieuws omdat hij de kerkklokken van zijn kerk in Tilburg al voor half acht ’s ochtends wilde luiden. De buurt was daar fel op tegen. Iets wat ik overigens niet begrijp want een pastoor die alleen maar met zijn eigen klokkenspel speelt zou wel wat meer credits mogen krijgen.

In 2010 kwam de pastoor uit de kast. Ho, nee! Niet uit die kast. Maar meer een kast in de vorm van een stemhokje. Op televisie gaf hij zonder blikken of blozen toe dat hij PVV had gestemd. De partij is volgens hem best wel voor naastenliefde, alleen voor de een iets meer dan voor de ander. Gelukkig stond Schilder aan de goede kant en ik hoop voor hem dan ook dat de naastenliefde met bakken over hem heen komt. Logsich dat deze man PVV stemt. De partij van Wilders ziet de Islam niet als een godsdienst maar als een ideologie. Gewonnen wedstrijd dus voor Schilder. En dat zonder het speelveld maar te hoeven betreden!
Even terug naar zijn meest recente idee. Hij hoopt dat zijn medestanders bij de satanisten op bezoek zullen gaan waar zij onder het genot van koffie en mariakaakje de mensen weer in de warme schoot van de kerk proberen te krijgen. Zelf heeft hij daar geen tijd voor. Want die klokken móeten luiden en een xenofobe instelling eist ook nogal wat aandacht op. Bovendien krijgt hij het waarschijnlijk de komende tijd druk met het ophangen van foto’s.

Ergens, hier ver vandaan, in Vaticaanstad wordt ook een foto opgehangen. Een foto van Harm Schilder met het verzoek om snel naar huis te komen. De dorpsgek wordt gemist in de ministaat. Ik hoop dan ook dat dit bericht hem zal bereiken. Dat er mensen zijn die hem ervan willen overtuigen dat het echt beter is om weer terug te keren in de moederschoot en daar ook te blijven. Geef het aan hem door als u hem ziet. Het is voor iedereen het beste.