zondag 29 april 2012
Clowntje Prozac
Gistermiddag was ik aanwezig bij Corteo, de nieuwe show van Cirque du Soleil. Nou ja, nieuw. In de tijd dat ik er als supervisor voor de show Quidam werkte, tussen 1999 en 2001, ging de show al in première maar naar goed Cirque gebruik blijft een goed lopende show decennia lang rond de wereld reizen.
Er was in de tien jaar dat ik er inmiddels weg ben weinig veranderd. Engelssprekende supervisors liepen heupwiegend en druk door een walkie talkie pratend door het publiek. De stewards en stewardessen in de tent, in mijn tijd ‘plaatsaanwijzers’, keken nog altijd even begeerlijk naar de sixpacks en spierbundels van de in Rusland geschoolde acrobaten die met een in het gezicht gebeitelde glimlach onmogelijke kunsten lieten zien. Net als ‘in mijn tijd’ struikelde je welhaast over de merchandise die verkocht moest worden en waren de consumpties nog altijd vrolijk duur.
‘Dat is dan negen Euro’, zei de verkoopster vriendelijk. Ik keek even om me heen of ik stiekem toch in de buurt van de Eifeltoren stond maar bleek zonder enige twijfel me toch te bevinden op het asfalt van parkeerplaats P2 naast de Amsterdam ArenA.
Wie er, net als tien jaar geleden ook bij was, was Clowntje Prozac. Goed, de persoon in kwestie en het karakter dat hij in de show speelt was anders maar verder waren er alleen maar gelijkenissen.
Tien jaar geleden was er een van de drie, overigens waardeloze, clowns die in alles wat hij deed, op en buiten het podium, een diep verdriet uitdroeg. Waarschijnlijk vond Clowntje Prozac bepaalde dingen wel leuk, shag roken, bier drinken, maar het vermaken van kinderen stond in ieder geval niet in dat lijstje. Klassiek geworden is het beeld dat al tien jaar op mijn netvlies brandt van deze clown die, tussen de vrachtwagentrailers, met gebogen rug een shagje draait, dat om de haverklap opnieuw moet worden aangestoken.
Ook bij Corteo is er een Clowntje Prozac. Dit keer in de rol van gitarist wat het al minder erg maakt omdat hij in ieder geval niet de kinderen de stuipen op het lijf jaagt en de volwassen ook geen plaatsvervangend gevoel van schaamte geeft. Nee, deze pierrot zit weggedoken in een hoekje waar hij eenzaam en alleen over zijn gitaar hangt. En dat zal nog wel even zo blijven in de wetenschap dat ook Corteo nog wel even zal blijven rondreizen. Vrij naar ‘De eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot schoot mij de volgende tekst te binnen: “Hoe sterk is de eenzame gitarist die, kromgebogen over zijn gitaar, tegen de wind nog 16.324 Corteo moet zien?”
zaterdag 14 april 2012
Bijltjesdag

Het was een mooie, warme junidag in 1997. Mijn vriend Stefan pakte mijn hand en samen gingen we wachten op dat wat komen ging. Naast Stefan en mijzelf zaten, in een kaarsrechte lijn, nog vijf jonge studenten die net het eerste jaar van de Toneelacademie in Maastricht hadden afgerond. Het onherroepelijke einde van dit jaar was vandaag en stond beter bekend als bijltjesdag. Op bijltjesdag kregen de leerlingen stuk voor stuk en zonder emotie van de directeur te horen of je door mocht naar het tweede jaar of dat je, zoals het zo mooi klinkt, een bindend studieadvies had gekregen om de opleiding te verlaten. Met het uitspreken van de woorden ‘bindend studieadvies’ werd er met uiterste precisie een droom aan duizend flarden geschoten. De statistieken waren verontrustend. De helft van de studenten uit het eerste jaar, dat bij mij bestond uit drie groepen van elk zeven leerlingen, zou worden weggestuurd. Wij gingen als tweede groep naar boven en ik zal nooit de schreeuw vergeten van een van de studentes uit de groep voor mij nadat ze een bindend studieadvies had gekregen. Weg toekomst. Althans voor even dan toch heel erg.
De directeur schraapte zijn keel en pakte zijn papier, het verdict van deze lome junidag in Maastricht, erbij.
Stefan en ik zaten in het midden van de groep. Toen de directeur met barse stem bij ons aankwam rolden er al wat koppen naast de mensen die zich in de zevende hemel waanden met een ticket voor de rest van de opleiding. Want als je eenmaal het eerste jaar had overleefd mocht je er vanuit gaan dat je de opleiding ook af kon maken.
In mij gloeide hoop. De laatste maanden was ik met sprongen vooruit gegaan en dit was, dat wist ik zeker, niet onopgemerkt gebleven.
‘Stefan’, leek de directeur te brullen terwijl Stefan’s hand zich verstrakte in de mijne, ‘heeft het bindend studieadvies gekregen om de opleiding te verlaten’. Boem. Weg droom. Zijn hand verslapte en een waterig spoortje gleed weg tussen onze vingers.
‘Matthijs’, de directeur zette het vizier op scherp en plaatste zijn wijsvinger strak achter de trekker, ‘heeft het bindend studieadvies gekregen de opleiding te verlaten.’ Hij had geschoten. Met scherp. Alle hoop die ik in me had lag als een verpulverd kristallen wijnglas achter me. Ik liet de hand van Stefan los. Het was voorbij. Maastricht was voorbij. Een carrière als acteur met de Toneelacademie als ideale springplank behoorde definitief tot het verleden.
Later hoorde ik dat mijn progressie wel degelijk was opgemerkt maar dat een van de speldocenten, een lange grijze man met witte snor die het talent bezat om nooit te lachen, mijn doorgang naar het tweede jaar had gedwarsboomd. Hij zag mij niet zitten. Net zoals de wereld hem niet zag staan als hij samen met zijn beroemde vrouw op feestjes aantrad als ‘de man van’. Arme man.
We werden opgevangen door onze mentor. Een klein gedrongen mannetje die, als hij niet met zichzelf bezig was toch nog met zichzelf bezig was. Hij had ons ook les gegeven en het eens bestaan om onze groep een uur lang doodstil op een stoel te laten zitten en, zonder te knipperen, in een spiegel te laten kijken. Los van het feit dat het een achterlijk en buitengewoon gemene opdracht was heb ik tot op de dag van vandaag niet kunnen achterhalen welk hoger doel dit allemaal diende. Misschien was het enkel en alleen wel omdat hij dan even een uurtje voor zichzelf had en zich kon volgieten met koffie en volstoppen met broodjes van Moon, de kantinejuffrouw.
Deze man had het begrip ‘ijdelheid’ weer helemaal opnieuw uitgevonden en genoot daar zichtbaar van. Onze hedendaagse Narcissus zou ons wel even op gaan vangen. Helaas wordt daar voor iets meer gevraagd dan het empathisch vermogen van een blinde muur. Ik had niets aan deze man. Sterker nog, hij voedde de woede die in mij raasde ten opzichte van de kille directeur en zijn bindende studieadvies.
Veel meer had ik aan de avond die zou volgen waar ik met goede vrienden, op een na ook allemaal afgewezen, met veel drank de nacht heb stukgeslagen op de hoofden van de elitaire besluitvormers, de dromenvernietigers, van de Toneelacademie in Maastricht.
Nu, bijna vijftien jaar later, schijnt men in Maastricht de procedure te hebben veranderd waardoor bijltjesdag definitief tot het verleden behoort. Het is ze geraden ook.
donderdag 5 april 2012
Speeddaten
In 2011 was ik een van de 420.000 Nederlanders die het genoegen hadden om een uitkering te mogen ontvangen van het UWV.
De eerste maanden leefde ik van wat spaargeld in de hoop weer snel werk te vinden maar ook omdat ik op zag tegen golf van bureaucratie die over je heen spoelt als je een uitkering aan wil vragen. Bij het UWV zal dit wel bekend staan als een ontmoedigingsbeleid. Voor mij dekt de term ‘bloeddrukverhogende bureaucratische boekhoudellende’ de lading beter.
Toen ik uiteindelijk toch naar het UWV moest stond ik op mijn aller representatiefst in de rij voor de balie waar een hoogst merkwaardig uitgedost vrouwspersoon de mensen voor mij te woord stond. Haar interpretatie van het woord ‘representatief’ klopt als een bus in een wereld die wordt geregeerd door trollen en demonen en waar continu loeiharde gothic muziek uit de speakers klinkt. Misschien is het wel omdat ik in een parallel universum leef waar de mensen op een andere manier gekleed ga dan in het hare waardoor ze mijn aandacht trok. Om haar zwarte outfit te vervolmaken had ze twee stokjes van steenkool over haar oogleden en wenkbrauwen uitgesmeerd waardoor het geheel een buitengewoon sombere uitstraling kreeg. Ik werd er niet vrolijk van. Maar misschien viel ook haar klederdracht wel binnen het ontmoedigingsbeleid van de uitkeringsinstantie.
Het dieptepunt was echter nog niet bereikt. De uitkeringsgifbeker moest helemaal leeg en dat gebeurde in de vorm van speeddaten. Speeddaten? Ja, speeddaten met uitzendbureaus. In een klein en grijs zaaltje waar de koffie dezelfde temperatuur had aangenomen als de temperatuur van het zaaltje zelf. In deze crematoriumsetting zag ik een aantal statafels met daarachter de opgewekte jongens en meisjes van de uitzendorganisaties die wel wat zagen in het speeddaten. ‘Zij wel’, dacht ik.
Na twintig minuten obligaat geklets, je moest wel komen want anders zou er een sanctie volgen, liep ik als een geslagen hond weer naar buiten. De reacties van de jongens en meisjes van de uitzendorganisaties kwamen min of meer elke keer op hetzelfde neer. De eerste reactie is vaak een gilletje van ingetogen enthousiasme als ze horen wat ik allemaal op mijn cv heb staan. Bij de tweede reactie zakken de wenkbrauwen weer en komt men al snel tot de conclusie dat er met mijn cv weinig zeeën kunnen worden bevaren in de uitzendwereld. Men heeft daar nog de verzuilde blik die Nederland kenschetste in de jaren ’50. Wanneer je niet in de zuil productie (lopende band) , administratie (een oogafwijking oplopen door te staren naar Excel), horeca (afwasser in een spoelkeuken) of techniek (iets met solderen) bent onder te brengen wordt het buitengewoon lastig.
Nou is verdrinken in zelfmedelijden gelukkig niet mijn sterkste kant en heb ik inmiddels, op eigen kracht, leuk werk. De gedachte aan het speeddaten was al weer wat naar de achtergrond gedrukt totdat mijn vader, een rijzige zestiger, door gekonkel en smerig getruc op zijn oude werk ook zijn baan verloor en hetzelfde traject als ik moest gaan doorlopen. En daar hoorde ook het onappetijtelijke speeddaten weer bij. Dat vind ik niet alleen sneu voor hem maar ook een belediging aan het adres van iemand die ruim 35 dienstjaren erop heeft zitten. Gelukkig heeft ook hij op eigen kracht weer een baan kunnen vinden en is hem deze ellende verder bespaard gebleven.
Gisteren las ik in HP/De Tijd dat ook veel werknemers van het UWV zelf slachtoffer worden of zijn geworden van de draconische bezuinigingsmaatregelen van dit rechtste kabinet. Ook zij zullen dus moeten aankloppen bij hun oude werkgever met het verzoek een uitkering te mogen ontvangen. Het is te hopen dat tegen die tijd het malle speeddaten voor goed tot het verleden behoort.
De eerste maanden leefde ik van wat spaargeld in de hoop weer snel werk te vinden maar ook omdat ik op zag tegen golf van bureaucratie die over je heen spoelt als je een uitkering aan wil vragen. Bij het UWV zal dit wel bekend staan als een ontmoedigingsbeleid. Voor mij dekt de term ‘bloeddrukverhogende bureaucratische boekhoudellende’ de lading beter.
Toen ik uiteindelijk toch naar het UWV moest stond ik op mijn aller representatiefst in de rij voor de balie waar een hoogst merkwaardig uitgedost vrouwspersoon de mensen voor mij te woord stond. Haar interpretatie van het woord ‘representatief’ klopt als een bus in een wereld die wordt geregeerd door trollen en demonen en waar continu loeiharde gothic muziek uit de speakers klinkt. Misschien is het wel omdat ik in een parallel universum leef waar de mensen op een andere manier gekleed ga dan in het hare waardoor ze mijn aandacht trok. Om haar zwarte outfit te vervolmaken had ze twee stokjes van steenkool over haar oogleden en wenkbrauwen uitgesmeerd waardoor het geheel een buitengewoon sombere uitstraling kreeg. Ik werd er niet vrolijk van. Maar misschien viel ook haar klederdracht wel binnen het ontmoedigingsbeleid van de uitkeringsinstantie.
Het dieptepunt was echter nog niet bereikt. De uitkeringsgifbeker moest helemaal leeg en dat gebeurde in de vorm van speeddaten. Speeddaten? Ja, speeddaten met uitzendbureaus. In een klein en grijs zaaltje waar de koffie dezelfde temperatuur had aangenomen als de temperatuur van het zaaltje zelf. In deze crematoriumsetting zag ik een aantal statafels met daarachter de opgewekte jongens en meisjes van de uitzendorganisaties die wel wat zagen in het speeddaten. ‘Zij wel’, dacht ik.
Na twintig minuten obligaat geklets, je moest wel komen want anders zou er een sanctie volgen, liep ik als een geslagen hond weer naar buiten. De reacties van de jongens en meisjes van de uitzendorganisaties kwamen min of meer elke keer op hetzelfde neer. De eerste reactie is vaak een gilletje van ingetogen enthousiasme als ze horen wat ik allemaal op mijn cv heb staan. Bij de tweede reactie zakken de wenkbrauwen weer en komt men al snel tot de conclusie dat er met mijn cv weinig zeeën kunnen worden bevaren in de uitzendwereld. Men heeft daar nog de verzuilde blik die Nederland kenschetste in de jaren ’50. Wanneer je niet in de zuil productie (lopende band) , administratie (een oogafwijking oplopen door te staren naar Excel), horeca (afwasser in een spoelkeuken) of techniek (iets met solderen) bent onder te brengen wordt het buitengewoon lastig.
Nou is verdrinken in zelfmedelijden gelukkig niet mijn sterkste kant en heb ik inmiddels, op eigen kracht, leuk werk. De gedachte aan het speeddaten was al weer wat naar de achtergrond gedrukt totdat mijn vader, een rijzige zestiger, door gekonkel en smerig getruc op zijn oude werk ook zijn baan verloor en hetzelfde traject als ik moest gaan doorlopen. En daar hoorde ook het onappetijtelijke speeddaten weer bij. Dat vind ik niet alleen sneu voor hem maar ook een belediging aan het adres van iemand die ruim 35 dienstjaren erop heeft zitten. Gelukkig heeft ook hij op eigen kracht weer een baan kunnen vinden en is hem deze ellende verder bespaard gebleven.
Gisteren las ik in HP/De Tijd dat ook veel werknemers van het UWV zelf slachtoffer worden of zijn geworden van de draconische bezuinigingsmaatregelen van dit rechtste kabinet. Ook zij zullen dus moeten aankloppen bij hun oude werkgever met het verzoek een uitkering te mogen ontvangen. Het is te hopen dat tegen die tijd het malle speeddaten voor goed tot het verleden behoort.
Abonneren op:
Posts (Atom)
