dinsdag 6 december 2011

Meisje K.

Gisteren mocht ik in de hoedanigheid van Sinterklaas een bezoek brengen aan een school voor langdurig zieke kinderen in Amsterdam.
In een van de oudste groepen ontmoette ik Meisje K.

Meisje K. lijdt aan een zeer ernstige ziekte: Taaislijmziekte. In het geval van Meisje K. betekent dit dat ze niet oud zal worden. Dertig is de verwachting, veertig een geschenk en vijftig is een wonder.

Om goed beslagen ten ijs te komen krijg ik van tevoren informatie over de kinderen die ik dan in het ‘Grote Boek’ plak. Bij Meisje K. stond dat ze een verhaal had dat ze misschien wel zou willen vertellen.

Ze was als een van de laatste aan de beurt om door de Sint te worden aangesproken. Ik vroeg haar naar haar verhaal. Bijna achteloos vertelde ze dat ze sinds kort uit huis is geplaatst.
Net als haar beroemde naamgenoot Joseph K., het hoofdkarakter uit ‘Het Proces’ van Franz Kafka, was ook Meisje K. belandt in een parallel universum waar de verhoudingen tussen goed en kwaad, begrip en onbegrip en rationaliteit en emotie totaal zoek zijn.
Een meisje met een uiteindelijk dodelijke ziekte die door Jeugdzorg uit huis wordt geplaatst; de vergelijking met de krankzinnige wereld van Joseph K. drong zich aan me op.

De uithuisplaatsing had waarschijnlijk meerdere redenen. Allicht. Het moet gruwelijk moeilijk zijn om een kind dat te ziek is om kind te zijn op te voeden. Wat mij trof was dat haar ouders het niet voor elkaar kregen om binnenshuis niet te roken. En dat terwijl sigarettenrook voor Meisje K. verschrikkelijk moet zijn. Ik probeer hiermee geen oordeel uit te spreken over de ouders. Zoals ik al zei; de uithuisplaatsing had vast meerdere redenen. Het gaat mij om Meisje K. die, in tegenstelling tot haar naamgenoot Joseph, geen fictief figuur is maar een meisje van vlees en bloed en van nog geen tien jaar oud.

Zowel het boek van Kafka als het verhaal van Meisje K. maakten op mij diepe indruk. Met dat verschil dat ik de inhoud van ‘Het Proces’ niet meer weet te reproduceren terwijl het verhaal van Meisje K. nu al ruim een etmaal achter mijn ogen brandt.

maandag 7 november 2011

Uiensoep

Mevrouw Verhagen was afgelopen zaterdag gewoon thuis. Dit in tegenstelling tot het vorige CDA congres toen zij zich in het spreekgestoelte had verschanst en tijdens de speech van manlief Maxime ‘ik hóu van dit land, ik hóu van deze partij, Verhagen een kilo uien zat te schillen. Alles om bij Maxime de tranen tevoorschijn te laten komen om zo te verhullen dat het alleen de macht en Maxime Verhagen is waarvan hij echt houdt.

Het congres werd ook deze keer weer op een bijna clowneske manier geleid door voorzitter Houben die tevens burgemeester is van Barneveld en en passant in oktober is gepakt voor het rijden onder invloed. Gelukkig is het CDA een vergevingsgezinde partij en mocht de zwetende regent weer de voorzittershamer ter hand nemen.

Minister Leers was er ook. Hij bewoog wat ongemakkelijk en onwennig omdat de lange arm van Geert Wilders die hem normaal gesproken bestuurt niet tot aan het CDA congres leidde. Geert had wel wat beters te doen. Die zat met het aluminiumfolie op zijn hoofd na een waterstofperoxidespoeling naar de tv te kijken om te zien hoe het CDA ten onder ging. Daarbij droomde hij af en toe weg en zag zijn eigen partij aan de absolute macht komen met de meerderheid van de Tweede Kamer om zo eindelijk een neofascistische staat te kunnen oprichten. Want dat wilden de mensen inmiddels. Zo veel was duidelijk. Een eigen eiland in Europa. Standvastig en vastberaden. Niet zo verdeeld als de eilanden van Griekenland.

Alle ogen en alle hoop van beschaafd en weldenkend Nederland waren gericht op twee mensen binnen het CDA. Ad Koppejan en Kathleen Ferrier waren Mauro’s reddingboei om in Nederland te mogen blijven.
De uitkomst is bekend. Het ‘tegen’ van Koppejan en Ferrier in de Tweede Kamer zorgt al bijna een week lang voor een smerige smaak in mijn mond. Kennelijk is de enige manier om de rug recht te houden zo stijf mogelijk te blijven zitten in de blauwe stoelen van de Kamer. Kennelijk zitten deze draaifauteuils zo onbedaarlijk heerlijk dat men dat niet wenste op te geven voor een jongen die verstaanbaarder Nederlands praat dan Maxime Verhagen zelf. Misschien hielden ze de rug wel recht, de knieën waren slap.

Koppejan twitterde trots dat Mauro mocht blijven en dat hij hier mocht studeren. Een zelfde kraai van victorie kwam er van Ferrier. Het is niets minder dan een judaskus gegeven door twee mensen van een christelijke partij.

Waarschijnlijk maakt Mauro geen schijn van kans. Hij doet nu MBO3 maar moet vervolgens ook MBO4 halen en daarna ook nog HBO om vervolgens te beginnen met een jaarsalaris van 35.000 Euro per jaar. Door deze eisen te stellen wordt de strop om zijn nek langzaam steeds strakker getrokken waardoor hij op een gegeven moment zelf wel zal besluiten dat alles beter is dan het verblijf in Nederland. Zelfs de stoffige straten van Angola bieden dan verlichting.

‘Maar als we deze Mauro houden komt er vast wel weer een nieuwe’, is een veelgehoord argument de laatste tijd. We worden bang gemaakt met duizenden zielige negers die o zo graag in het land willen blijven. In werkelijkheid zijn het er 75. Niet eens genoeg voor een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar in een land dat zo bol staat het van het volgevreten ego van Maxime Verhagen en in een land waarin Koppejan en Ferrier al bij een Mauro door de knieën gaat zijn 75 Mauro’s kennelijk te veel.

Laten we dat dan ook maar niet doen. Laten we de jongen die hier ruim acht jaar is, volledig is ingeburgerd en hier bovendien een broertje heeft die inmiddels drie jaar oud is, laten we deze jongen op het vliegtuig zetten. Op het moment dat Mauro in de lucht hangt gaat bij Maxime de broek weer wat losser, worden de stoelen van Ad en Kathleen nog was comfortabeler gemaakt en neemt CDA dagvoorzitter Houben een extra jenever op de goede afloop.

En dat alles terwijl Henk Bleker bij een voetbalwedstrijd zit met twee lege plekken naast hem bedoeld voor Mauro en zijn moeder. Maar dat is prima zo. Het ego van Henk Bleker past maar amper op de krappe kuipstoeltjes in het stadion.

Mauro is weg. Het CDA blij, de VVD blij, de PVV blij. Van de meerderheid van de mensen op straat mocht hij blijven. Maar om als politicus naar het volk te luisteren als er geen verkiezingen op stapel staan gaat toch wel wat al te ver.

De valse tranen en gespeelde emotie heeft Maxime Verhagen weer diep weggedrukt. Hij schopt zijn schoenen uit, trekt zijn pantoffels aan, groet het portret van Geert Wilders boven de schoorsteen en schuift dan bij mevrouw Verhagen aan voor de overheerlijke uiensoep.

maandag 14 maart 2011

Afschuwelijk nieuws

Zo! Dat was me het weekend wel qua nieuws. Want wat ging er een schok door de wereld heen afgelopen vrijdag. Nu, drie dagen later, lijkt de storm eindelijk een beetje te gaan liggen en kan men het gewone leven weer een beetje proberen op te pakken. Natuurlijk is dat lastig maar hé, je moet door. En, o ja, er schijnt ook nog iets in Japan te zijn gebeurd maar waar ik het natuurlijk over heb is de uitschakeling van Ralf Mackenbach in het SBS programma ‘Sterren dansen op het ijs’.

Ralf Mackenbach (Best, 1995) verwierf internationale faam door met zijn lied ‘Click Clack’ het Junior Eurovisie Songfestival te winnen. Sinds die overwinning is er iets met Ralf en zijn omgeving gebeurd. De jonge puber heeft een mediatraining gekregen waardoor hij nu praat als een volleerd politicus met twintig jaar ervaring in de nabijheid van de meest vreselijke journalisten.

Niet alleen Ralf heeft een mentale deuk opgelopen door zijn overwinning. Ook moeder Heleen Mackenbach heeft het niet ongemoeid gelaten. Iedere moeder die een gezonde band heeft met haar zoon vindt hem waarschijnlijk de leukste, de beste en de knapste maar niet iedere moeder eist een hertelling van de stemmen omdat haar zoon eruit is geknikkerd tijdens ‘Sterren dansen op het ijs’.

Van tevoren was al wel bekend dat Ralf niet zou kunnen gaan winnen. Ik dacht dat het aan zijn leeftijd lag die er voor zou zorgen dat hij op het moment suprême tijdens de show niet meer op de televisie mag verschijnen maar dat is het niet. Ralf mag dan wel een grote mond hebben en zich inmiddels al een hele man voelen, hij kan nou eenmaal zijn partner niet liften. Daar is hij dan weer net te klein en te iel voor.

SBS heeft vandaag bekend gemaakt dat de stemmen wel degelijk eerlijk zijn geteld en dat het ook voor hen als een verrassing kwam dat Ralf naar huis werd gestuurd. Daar kan moeder Heleen gelukkig wel mee leven. Goed nieuws voor Ralf ook. T is toch tamelijk pijnlijk als je midden in je puberteit weer vol onder de vleugels van je moeder wordt genomen.

Misschien dat Ralf het liften eens kan gaan oefenen. Langs de snelweg en dan richting Spanje of Frankrijk. Beetje druivenplukken en zo. Misschien zelfs ooit wel eens naar Japan. Of nee, wacht even, dat nog maar even niet. Daar was ook iets aan de hand maar dat heb ik gemist door al het nieuws rondom Ralf Mackenbach het afgelopen weekend.

dinsdag 8 maart 2011

Tante Saar

Tante Saar is een heel klein en pittoresk koffie- en ijstentje aan het Haarlemse Spaarne. Rond de klok van elf uur in de ochtend ligt het miniatuurterras bij goed weer vol in de zon.
Vanochtend stond er een zonnetje en stonden de drie tafels en zes stoelen op de stoep voor de gevel. Ik besloot mijn fiets tegen een lantaarnpaal te parkeren en mijn zojuist gekochte krant op het terras gaan lezen terwijl ik zou nippen aan een koffie verkeerd.
Naast mij zat een meneer aan de koffie met krant en aan het tafeltje daarnaast zaten Tante Saar en een bekende van de Tante. Voor mij was dit de eerste keer op de koffie bij Tante Saar maar de zon en een verse krant konden de ochtend al niet meer verpesten.
Nadat ik geduldig de krant zat te lezen en inmiddels al op pagina vijf was aanbeland realiseerde ik me dat Tante Saar nog niet was langs gekomen om een bestelling op te nemen. Ze was er wel. Sterker nog; ze stond op dat moment achter haar toonbank waar bakken vol vers ijs werden tentoongesteld. Tante was kopjes aan het wassen. Met de hand.
Op dat moment ontstond er een dilemma. Wat te doen? Nog even wachten tot Tante naar buiten zou komen? Of zelf naar binnen stappen en om een kopje koffie vragen?

Ik besloot te wachten. Op pagina acht van mijn krant was Tante nog steeds niet langs geweest. De kopjes waren inmiddels afgewassen en ze was weer op het terras gaan zitten nadat ze een dame naast mij, die de plaats in had genomen van de heer met de krant, van koffie had voorzien.

Mijn geduldig wachten sloeg om in een milde ergernis. Tante leek mij volledig te negeren. Ik speurde naar een bordje ‘zelfbediening’ maar kon deze nergens vinden.
Inmiddels was ik op pagina elf aangeland maar wekte de Tante totaal nog niet de indruk dat ze langs zou komen en mijn bestelling op zou nemen.

Er ontstond mijnerzijds een koude oorlog. Ik zou onder geen beding bij Tante naar binnen stappen om te vragen, of beter, te smeken om een koffie.
Na het lezen van de column op de laatste pagina van de krant sloeg ik deze demonstratief dicht en stond op. Tante zat op het terras en keek mij niet of nauwelijks aan.

Ik pakte mijn fiets en parkeerde deze zeventig meter verder tegen een lantaarnpaal. Precies voor een ander, ook in de zon gelegen, café. Ik bestelde een koffie verkeerd en kreeg een koffie verkeerd. Vanuit mijn ooghoek zag ik dat Tante mijn kant opkeek. Althans, dat leek ze te doen. In ieder geval was ze niet bezig mijn tafeltje schoon te maken. Was ook niet nodig.

In een uiterste poging om mijn humeur niet door deze Tante te laten verpesten bedacht ik bovenstaande tekst. Een tekst met een waarschuwing. Of een advies. Of beter nog, een gebruiksaanwijzing.
Wanneer je ooit in Haarlem een kop koffie bij Tante Saar wil gaan drinken, loop dan rap naar binnen en bestel aldaar. Al moet worden gezegd dat de koffie bij Café Nobel, daar zeventig meter vandaar, ook meer dan prima is.

zondag 13 februari 2011

Vaste gastenlijst DWDD

Onderstaande lijst heb ik via via te pakken gekregen. Het is de lijst met meest gebruikte gasten van ‘De Wereld Draait Door’.
Uiteraard heb ik de telefoonnummers discreet gewist.

B
B., Ali: voor lekkere gekke uitspraken zoals ‘what the fok’ en zo
Boomsma, Arie: vooral gespecialiseerd in homoseksualiteit door de ogen van een hetero en tatoeages die de hele rug bedekken
Bodar, Antoine: kenner van de katholieke kerk, pas na acht uur uitzenden als de kinderen op bed liggen
Brandt Corstius, Jelle: uitnodigen als er weinig gespreksstof is. Praat heel traag waardoor het gesprek al snel lekker lang duurt en het nergens over hoeft te gaan
D
Dijkgraaf, Robbert: wetenschapper die aan een kind van vijf kan uitleggen dat Darwin het bij het rechte eind had
Dijkshoorn, Nico: huisdichter. Enige eisen zijn een doodgeslagen biertje, een waxinelichtje 2.0 en een bril die hij na lezing razendsnel van zijn neus kan halen
E
Erven, Beau, Dorens van: uit te nodigen voor elk studentikoos item
H
Hans, Sanne (Montreal, Miss): snoepje van de maand voor Matthijs
Hond, Maurice de: voor het peilen van alles, van The Voice of Holland tot de PVV (noot: geen kritische vragen over het bijeen geharkte geld door commercials of de Deventer moordzaak)
Huijbregts, Marc-Marie: NIET IMITEREN OP REDACTIE. En altijd koffie verkeerd neerzetten. Ook als hij zegt geen zin te hebben
K
Kelder, Jort: vooral om te duiden dat Matthijs niet de meest ijdele man is
Klöpping, Alexander: ideaal om oudere generatie voor schut te zetten of sponsorgadgets te promoten
Kooijman, Jan: weet net zo veel als ieder ander maar speelt wel mooi in GTST (cadeautje voor de productiemeiden)
L
Loon, Henry van: alleen uitnodigen als je je contract bij DWDD niet uit wil zitten
M
Mulder, Jan: weet echt alles (nou ja, behalve over de demografie van Hongarije. Is bereid zich in te lezen)
R
Rossem, Maarten van: bij voorkeur uitnodigen als er een anti-roos commercial van Andrélon in het reclameblok voor of na afloop van DWDD is gepland
Rottenberg, Felix: zie Jack de Vries
Radhakishun, Prem: altijd leuk voor een relletje
S
Simek, Martin: voor elke denkbare revolutie (ps: weet iemand waarmee je met een Apple zo’n dingetje boven op de S krijgt?)
Smeets, Mart: weet alles van mastodonten en sport (noot: niet uitnodigen als Nico Dijkshoorn er ook is)
V
Vandermeersch, Peter: voor alles in te huren. Bij voorkeur voor het affakkelen van Nederland
Vonk, Freek: bioloog die enge dieren meeneemt waardoor Halina gaat staan en Matthijs naar haar benen kan kijken
Vries, Jack de: zie Felix Rottenberg
Vries, Peter R. de: voor alle gesprekken waarin geen humor mag voorkomen
Z
Zwagerman, Joost: multi-inzetbaar net als Jan Mulder. Speelde alleen niet bij Ajax. Schijnt wel te schrijven. Iets met boeken

vrijdag 11 februari 2011

Tuigdorp

Het was zonder twijfel de week van de PVV. Het begon maandagochtend met de strafzaak tegen Geert Wilders.
Wilders, waarvan de kwart van zijn aanhang denkt dat hij minister is, stond weer terecht.
Dezelfde advocaat, dezelfde officieren van justitie maar met nieuwe rechters.
Hoewel ik nooit met justitie in aanraking ben geweest ken ik de president van de rechtbank. Rechter Van Oosten heeft in hetzelfde dorp gewoond als ik en zijn kinderen zaten op dezelfde lagere school. Ik herinner me een keer dat ik bij Van Oosten in de auto zat. Ik moet een jaar of acht geweest zijn en in mijn jeugdige naïviteit tutoyeerde ik de magistraat.
Dat vond hij niet zo leuk.
Moszkowicz noemde Van Oosten een natuurlijk leider en ik kan dat beamen. Ik heb de rest van het autoritje met Van Oosten mijn mond gehouden toen duidelijk was geworden wie van ons tweeën het alfamannetje was in de wagen.

Wilders beriep zich weer op zijn zwijgrecht. Dat wil zeggen, tot zijn slotwoord. De poëet sloop omhoog in de opgejaagde Limburger.
Zo ‘gaan overal in Europa de lichten uit’ en ‘kan een ideologie die uit de woestijn komt alleen maar woestijnen voortbrengen’.
De islam kreeg er weer van langs en volgens Wilders zou een islamitische Mozart ondenkbaar zijn.
Ik heb nieuws voor hem.
Ook een Limburgse Mozart is ondenkbaar hoe zeer je ook je best doet om qua kapsel op hem te lijken.
Natuurlijk kon ook de aan inflatie onderhevige term ‘vrijheid van meningsuiting’ niet achterblijven in zijn politiek pamflet. Van die ‘vrijheid’ maakte PVV campagneleider voor de provinciale statenverkiezingen, Louis Bontes, diezelfde avond gebruik aan tafel bij Pauw en Witteman.
Ja, hij kon het zich voorstellen hoe op een zekere dag vrouwen met een hoofddoek niet meer met de bus zouden mogen reizen. Ideetje van die malle PVV in Noord-Holland onder aanvoering van PVV spons Hero Brinkman.
Waarom niet meteen een apart bankje voor de vrouwen met hoofddoek?
Liefst helemaal achteraan. In Amerika hebben ze nog wel een paar prototypes van deze bussen staan.
Je hoeft alleen het woord ‘zwarten’ te veranderen voor ‘gehoofddoekten’ is klaar is Hero.

En als je denkt dat die krankzinnige PVV gifbeker wel een keer leeg is gedronken komt de grote roerganger zelf met de term tuigdorp.
Een aantal containers aan de rand van de stad waar al het schorriemorrie lekker bij elkaar kan gaan zitten.

Hopelijk hebben de containers wel brievenbussen. Anders gaat het tuig van de PVV zich nog vervelen.
Zul je zien dat Eric Lucassen uit frustratie ruzie gaat lopen zoeken met Marcial Hernandez en voordat ie het weet een kopstoot te pakken heeft en tussen twee containers dondert waar hij wordt ondergepist door een dronken Hero Brinkman. Voor het nodige vertier gaat oud Kamerlid James Sharpe zorgen in zijn Container Rosso. In de bibliotheek van tuigdorp zal alleen het boek ‘De schijnelite van de valsemunters’ van PVV’s wolf in schaapskleren Martin Bosma te lenen zijn. Van lezen word je slimmer dús dat is een linke hobby maar het boek van Bosma vormt daarop een uitzondering. Voor PVV campagneleider Bontes zal een container worden ingericht als speelhal waar hij in een computerspelletje kan schieten op vrouwen met een hoofddoek. Financieel specialist Teun van Dijck zal meer dan genoeg tijd hebben om uit te rekenen wat de kopvoddentaks de schatkist zal opleveren. Tuigdorps kinderboerderij zal worden gerund door dierenvriend Dion. Hij runt de boerderij onder andere met Richard de Mos, die gelogen heeft dat hij bevoegd is om de hangbuikzwijnen te verzorgen. In ieder geval niet met Lilian Helder of met Karen Gerbrands want Dion wil in een dolle bui nog wel eens een vrouw een tikkie geven. Jhim van Bemmel zal door het vervalsen van een aantal vrachtbrieven vast wel een container voor zichzelf kunnen regelen waar hij de eenzame nachten kan slijten met het PVV Kamerlid die de Peppie en Kokkieachtige naam Willie Dille draagt.
Geert wordt burgemeester in zijn eigen universum.
We noemen het: Het Land der Blinden.
Eenoog is koning en mag als het vragenuurtje op tv is ezelinnenmelk drinken uit de navel van PVV’s eigen Cleopatra; Fleur Agema.
Nee, nee, wacht!
Stop!
Ho!
Ik sla door!
Maar gebeurt dat de derde partij van ons land nou nooit.

woensdag 9 februari 2011

Houten speelgoed

In december van het vorig jaar zijn mijn Parijse neefje en nichtje een jaar geworden. Het was voor mij zaak om een leuk en origineel cadeau te vinden dat ook nog eens pedagogisch verantwoord moest zijn. Dat moest natuurlijk niet maar dat vond ik nou eenmaal belangrijk.
In Haarlem liep ik op de Gedempte Oude Gracht en mijn oog viel op een etalage met veel houten kinderspeelgoed. Het was mijn plan om een cadeau te kopen waar beide kinderen mee konden spelen. Het mocht dus niet te stoer maar ook niet te popperig zijn.
Behalve de verkoopster, die een zeldzaam ongeïnteresseerde indruk maakte, was de winkel leeg. Ik keek wat rond en bleef hangen bij een houten vrachtwagen waar gaten in de laadbak waren gemaakt die de vorm hadden van een driehoek, een vierkant of een cirkel. Uiteraard werden ook de blokken erbij geleverd en zo konden M en B er spelenderwijs achter komen dat een driehoek niet door een vierkant frame past. Prima cadeau dacht ik.
Er was alleen een maar. Er stond op dat het geschikt was voor kinderen vanaf achttien maanden. Voor de zekerheid stapte ik op de zeldzaam ongeïnteresseerde verkoopster af om te vragen of er wellicht onderdelen bij werden geleverd waarin kinderen konden stikken.
Ze antwoordde dat de meeste kinderen stikken in het eten en niet in speelgoed.
Ik bleef even stil. Verwachtte een lach maar ze was bloedserieus. Ik kon het speelgoed gerust kopen want de meeste kinderen stikken toch in het eten en niet in het speelgoed. Wat een geruststellende gedachte!
De vrachtwagen werd door de verkoopster met frisse tegenzin ingepakt en er werd afgerekend. De bijgeleverde blokken bleken inderdaad geen gevaar op te leveren voor de gezondheid.
De leeftijdsgrens werd in dit geval bepaald door het feit dat ze vanaf achttien maanden pas interesse krijgen voor mijn pedagogisch verantwoorde vrachtwagentje.
De vrachtwagen staat nu werkeloos in Parijs te wachten om in gebruik genomen te worden.
Gelukkig is ie van superverantwoord hout. Tenminste, dat hoop ik en daar ga ik ook wel van uit.
Want volgens mij stik je in laminaat weer eerder dan in eten.

zondag 30 januari 2011

Voetbalplaatjes

Ze zijn er weer en o, wat vind ik het nu al vervelend.
Nee, ik heb het niet over de voetbalplaatjes van Albert Heijn.
Ik heb het over het meest in het oog springende neveneffect van deze actie. Ik heb het over kinderen tussen de vijf en de acht die bedelen. Niet om rijst of graan maar om Gregory van der Wiel of Tim Matavz.
Vorige week had ik al een bord zien staan waarop de spelregels van het bedelen nog eens duidelijk waren opgetekend. Zo zou er een speciaal vak moeten zijn en kan je bij een overtreding van de regels een gele kaart krijgen. Twee keer geel is rood, ook bij Albert Heijn, en zo kan het zijn dat je op je vijfde al de winkel wordt uitgeschopt omdat je alleen maar hoopte de bonkige kop van Frank Demouge aan je verzameling te kunnen toevoegen. T lijkt mij een vruchtbare bodem voor een eerste jeugdtrauma.
Bij de Albert Heijn waar ik mijn boodschappen doe doken ze gisteren voor het eerst op. Ineens stonden ze daar. Het mantra 'Heeft u nog voetbalplaatjes', werd driftig gereciteerd. In twee rijtjes stonden de kinderen aan weerszijden van de schuifdeur. De manager had er op een goed moment genoeg van en dirigeerde de kleine schooiers naar buiten. Een van hen merkte op dat het wel heel koud was op straat.
'Daarom zijn er jassen, daarom zijn er sjaals', was het antwoord van de manager die ik er ernstig van verdenk zijn hele plakboek al vol te hebben en nu ook probeert om Luis Suarez zo duur mogelijk van de hand te doen.
Brutalen hebben de halve wereld dus de kinderen gisteren op straat zijn waarschijnlijk met drie keer alle spelers van de Eredivisie naar huis gegaan. Leuk voor ze. Wat ben ik blij dat deze acties niet bestonden in de tijd dat ik kind was. Ik had het nooit aangedurfd om mensen naar voetbalplaatjes te vragen waardoor ik waarschijnlijk uren lang had zitten staren naar Lex Immers van Ado Den Haag omdat een vriendje twaalf stickers van Lex had en hij deze daarom wel wilde ruilen tegen twee knikkers.
'Heeft u ook voetbalplaatjes?', klinkt het in koor als ik de Albert Heijn uitloop. Ik geef mijn pakje aan het meest timide mannetje aan het eind van de rij.
'Yesss', zegt hij, 'de linkerhelft van AZ. Nu heb ik AZ compleet!'
De hype houdt nog even aan. Een week of twee gok ik. Dan is de interesse van de kinderen weer net zo snel verdwenen als deze opkwam. Dan begint het knikkeren weer. En kijk, dat vond ik dan wel weer leuk. Voor knikkers hoefde je niet bij grote mensen aan te kloppen. Nee, knikkers kon je gewoon kopen bij speelgoedwinkel Pol aan de Hendrik Droststraat in Olst.

zaterdag 29 januari 2011

Verslag van een Zenretraite

Op de boot naar Ameland zakte de moed, die al tot mijn enkels was gedaald, me volledig in de schoenen. Waar was ik aan begonnen? Ik had me opgegeven voor een retraite via Zen.nl. Bij het horen van het woord retraite schieten bij de meeste mensen termen als rust, contemplatie en inzicht te binnen.
Maar een zenretraite, of sesshin zoals het binnen zen genoemd wordt, was, zoveel wist ik al wel, veel meer en veel zwaarder dan je van tevoren kon bedenken.
Aangekomen op een kruispunt in mijn leven was het mijn intentie om eens goed, diep en eerlijk bij mezelf naar binnen te kijken en mijn ogen niet af te wenden voor dat wat naar boven zou komen bubbelen. Toen de boot aanmeerde had ik, door eerder genoemde intentie als een soetra voor mezelf te reciteren, net genoeg moed verzameld om het avontuur aan te gaan.

Het programma begon zondag aan het eind van de middag en zou tot de eerstvolgende zaterdagochtend duren. Vijf volle dagen gevuld met mediteren en stilte.
Het regime deed Spartaans aan. Volledige stilte, geen oogcontact, opstaan om vijf uur, mobiele telefoons inleveren en tot mijn milde teleurstelling bleek ook de televisie op de kamer te zijn gedemonteerd waarmee mijn laatste hoop op een dagelijkse portie nieuws de kop in werd gedrukt. Alle omstandigheden waren gecreëerd om zo dicht mogelijk bij jezelf te komen en te blijven voor de duur van de sesshin.

Alle dagen begonnen na koffie en thee met het reciteren van een aantal soetra’s. Op een klein onderhoud met de zenmeester na was dat het enige geluid dat mijn stembanden produceerden op een dag. In een van de soetra’s wordt Kanzeon aangeroepen. Zij is voor het (zen)boeddhisme wat Maria is voor de Christelijke traditie. Om ervan overtuigd te zijn dat ze ons ook kan horen werd het reciteren geleidelijk steeds harder en eindigen we schreeuwend om onze oermoeder rond een uur of zes in de ochtend. Meteen na de soetrazang was het tijd voor de eerste twee meditatiesessies van 25 minuten die van elkaar werden gescheiden door een loopmeditatie van ongeveer vijf minuten.

De eerste paar keer in kleermakerszit gingen nog wel maar al snel bleek dat mijn lichaam ook wel eens in een andere positie wenste te zitten. Spiergroepen waarvan ik niet wist dat ze bestonden lieten van zich horen. Op het moment dat de pijn in mijn schouders wat weg leek te trekken begonnen mijn knieën op te spelen. Als mijn knieën voor het moment aan de houding gewend leken te zijn geraakt startte de pijn in mijn bovenarmen en zo ging er een constante pijngolf door mijn lichaam die de hele week aanhield.

In totaal mediteerden we ongeveer zes en een half uur per dag waarvan veertig minuten buiten in de vrieskou. De sessies buiten waren gelukkig de laatste sessies van de dag dus wanneer je je hier goed doorheen sloeg wachtte een comfortabel bed om je pijnlijke lijf ten ruste in te leggen.

Om half acht ’s ochtends, half één en half zes zijn er maaltijden. De middagmaaltijd is een warme lunch met dessert. Het avondmaal is een kommetje soep. Vlees werd er niet genuttigd. Nu kan ik best een paar dagen zonder vlees maar wanneer dit structureel vervangen wordt door smakeloze tofu begint het verlangen naar een saucijzenbroodje op de boot terug naar het vaste land haast epische vormen aan te nemen.
Ook eten deden we in stilte. De dagelijkse soepmaaltijden werden gedomineerd door linzen en bonen en werden flink heet geserveerd. Ik zag hoe mijn buurvrouw het wereldrecord hete soep eten verbrak maar er helaas niets over kon zeggen. Net zomin ik dat kon wanneer ik voor de derde keer in een week mijn mond aan de soep verbrandde.

Gedurende de dag zijn er een aantal pauzemomenten. Niet meer dan een half uur om even koffie of thee te drinken en de stramme ledematen te strekken. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om de frisse lucht in te gaan en mijn ontwakende geest van genoeg zuurstof te voorzien. Met mij deden vele anderen, volledig in het zwart geklede, mede-sesshingangers dat ook. Hun blikken zijn serieus en in zichzelf gekeerd. Zo zeer zelfs dat het me af en toe tegenstond. Met z’n allen bepleiten we een betere wereld maar gedurende de week zijn we vooral met onszelf bezig. Toen ik per ongeluk toch even oogcontact had en uit gewoonte glimlachte bleef het gezicht van de tegenpartij strak in de plooi. Een gevoel van teleurstelling en ‘niet gezien worden’ kon ik niet onderdrukken.

Omdat praten taboe was, is het onmogelijk om de zaken die je tegenkomt op je zoektocht met de anderen te delen. Net zomin als dat het mogelijk was om ook even van anderen te horen dat ze verschrikkelijke pijnen hadden. Als uitlaatklep lagen er schriftjes voor ons klaar waar driftig in geschreven werd. Niet alleen om stoom af te blazen of nieuwe inzichten op te schrijven maar ook om aantekeningen te maken bij de lezingen, teisho’s, die onze zenleraar Rients Ritskes, eenmaal per dag gaf. Met het grootst mogelijke gemak zat hij ruim anderhalf uur in de lotushouding om ons te onderwijzen aan de hand van het thema van de sesshin; “Meer ruimte creëren in relatie tot jezelf”. De inspiratie voor deze lezingen haalde hij uit het boek ‘Sferen’ van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk. We krijgen citaten mee waarin woorden stonden als ‘congeniaal’, ‘twee-eenheidverleden’, ‘interfaciaal’, ‘etnopoëtisch’ en ‘correlatieve dualiteit’.
Ik had al begrepen dat ongeveer 70 procent een universitaire achtergrond heeft en rond de veertig is. Ik ben 34, heb als hoogst behaalde diploma het papiertje van de HAVO en verdronk zo af en toe in het moeras van het idioom dat hier gehanteerd werd. Na afloop van de sesshin bekende mijn buurman, die mij tijdens de week zwijgend flankeerde gedurende de maaltijden, dat het soms ook boven zijn pet ging. Ik was dus niet alleen.

Dat ik niet alleen was geweest bleek ook toen we aan het eind van de week weer mochten spreken. De sesshin was ten einde gekomen en het enige dat ons nog restte was een feestontbijt. Mensen kwamen naar me toe om me uitgebreid te feliciteren met het behalen van mijn eerste sesshin en voegden er aan toe dat ze mij wel degelijk hadden zien lijden op mijn kussentje.

Ik was tijdens de week door alle fysieke en mentale pijn heen inderdaad tot allerlei inzichten gekomen en het was me gelukt om diep in mezelf af te dalen. Zelfs tot in de donkere hoekjes waar je liever niet komt. De vraag rest of ik de gevonden inzichten ook in de praktijk kan implementeren maar mijn gevoel zegt van wel.

Tijdens de terugtocht op de boot en knabbelend aan een saucijzenbroodje kwam het in me op dat ik een prestatie van formaat geleverd had. Van onze groep, die bestond uit ongeveer tachtig mensen, had maar een iemand opgegeven. Maar, en dat schoot me al etend te binnen, waren er op de zestien miljoen Nederlanders 15999920 mensen die de tocht überhaupt niet eens gemaakt hadden.

donderdag 6 januari 2011

Het rode licht

Sommige mannen zullen de situatie herkennen. Je loopt door een buurt waar de dames van lichte zeden achter de ramen zitten. Wanneer ze je opmerken wordt er op de ramen geklopt en verleidelijk, maar dat is overigens voor interpretatie vatbaar, gekeken. Helemaal op mijn gemak loop ik dan ook niet door dat soort buurten maar soms moet je wel.
Zo zit er op de Oudezijds Achterburgwal in Amsterdam een castingbureau waar ik regelmatig mag casten. De enige manier om dan niet met de dames in contact te komen is door bij de Damstraat het water in te springen om vervolgens onder water te zwemmen tot de plek van bestemming. Meestal word ik niet gevraagd voor rollen waarin een nat pak gewenst is dus loop ik schichtig langs de rood verlichtte ramen.

Nog pijnlijker is het als er een prille liefde naast je loopt. Die zou zo maar kunnen denken dat de lichtekooi een bekende van je is. En mijn ervaring is dat, hoe vaker je het ontkent, hoe kleiner de kans wordt dat ze je geloven.

Ik zou alle mannen, zeker in het begin van de relatie waarbij het vertrouwen nog moet worden opgebouwd, dan ook willen adviseren om deze buurten in het bijzijn van je partner vooral te mijden. Als er geklopt wordt op het raam kijk ik uit beleefdheid altijd wel even naar de dame in kwestie. Gewoon doorlopen en doen alsof je niets gehoord hebt werkt niet omdat degene die naast me loopt het ook heeft gehoord. Je wil van je nieuwe partner echt niet de vraag krijgen of je de dame achter het raam kent.

Zojuist liep ik over het Begijnhof in Haarlem. De rosse buurt is hier een stuk minder ontwikkeld dan in Amsterdam. Bijkomend voordeel is dat er ook geen hordes dronken Engelsen door de stad zwalken. De Engelsen zijn gewend dat de pub om elf uur sluit dus tanken ze zich vol. Als dan blijkt dat het café bij ons gewoon openblijft gaan ze vrolijk door met alle gevolgen van dien.

Ook op het Begijnhof probeerde een dame mijn aandacht te vangen. Ik keek naar links en lachte vriendelijk. Dat was voor haar kennelijk genoeg reden om haar slip opzij te trekken en mij een uitzicht te gunnen op… Nou ja op… Nou, op dat dus. Terwijl ik bijna struikelde over de altijd losliggende straattegels in dit soort buurtjes draaide ik mijn hoofd af en keek stoïcijns voor me uit.

De volgende keer loop ik wel een stukje om.