woensdag 11 november 2009

Mart Smeets

We stonden samen op het station te wachten op de trein van half tien. Nee, dat is niet waar. Althans, niet helemaal. We stonden daar tussen honderden forensen die allemaal met dezelfde trein van half tien mee moesten. Maar mijn aandacht was maar bij een man. Mart Smeets. Mastodont. In een perfecte wereld zou Mart Smeets een anagram zijn van het woord mastodont maar de wereld is niet perfect. Al van ver zag ik Mart Smeets het perron op komen lopen. Hij droeg een lange okerkleurige jas met een roomwitte shawl. Zijn jas hing open waardoor een keurig roze overhemd met witte streep zichtbaar was. Mart Smeets heeft ooit eens gezegd dat veel in Nederland grijs is. Hij houdt niet van grijs. Grijs is het midden en dus het niets en daar houdt Mart Smeets niet van. Gelukkig begint zijn grijze haar snel witter te worden.
Mart Smeets kwam het perron op lopen en werd aangesproken door een onbekende vrouw. Hij nam even de tijd om een vriendelijk praatje met haar te maken. Mart Smeets leek in niets op de chagrijnige en arrogante man die hij laat zien als hij wordt geïnterviewd. Nadat Mart Smeets beleefd een einde had gemaakt aan de conversatie met de vrouw liep hij verder het perron op en kwam pal achter mij staan.
Ik bedacht me dat, op een enkeling na, iedereen op het perron Mart Smeets zou herkennen. Ook iedereen in de trein herkent een ieder Mart Smeets. Mart Smeets wordt herkend van Amsterdam tot aan Maastricht en van Texel tot aan Tholen. Mart Smeets is dus altijd Mart Smeets en toen ik me dat realiseerde kreeg ik het met hem te doen. Anonimiteit is iets dat hij buiten de landsgrenzen moet zoeken maar, reislustig als wij Nederlanders zijn, wordt Mart Smeets waarschijnlijk overal herkend. Als hij sterft krijgt hij wat journalisten een 101 tje noemen; een vermelding op pagina 101 van Teletekst en waarschijnlijk ook nog eens in capitalen.
Mart Smeets kan de lamp nooit even uitzetten die op hem gericht staat. Altijd maar Mart Smeets. Met een opgelucht gevoel stapte ik, volkomen anoniem, de trein in.

zondag 1 november 2009

Spiegelvlieg

Sinds anderhalve week wordt mijn badkamer bewoond door een bijzonder eigenaardig diertje. Het is een soort vliegje met vier doorzichtige vleugels. Onlangs trof ik het diertje trillend op de douchevloer aan terwijl de spetters als grote skippyballen op hem neerdaalden. Als rechtgeaarde dierenvriend, die overigens maar al te graag vlees en ook vis eet, pakte ik het beestje op en plaatste hem op het plankje onder de spiegel dat dienst doet als verzamelplek voor diverse snuisterijen als parfum, tandpasta en deodorant. Naast de hiervoor genoemde rekwisieten op het plankje staat er ook een fles bodylotion met een spiegelende dop. Zonder dat ik er erg in had is het diertje begonnen aan de beklimming van de fles lotion om zich vervolgens tegen de dop aan te nestelen. Een dag later zat ie er nog. Twee dagen later ook. Ik nam aan dat mijn vliegje dood was om in ieder geval in een soort coma was geraakt. Toen ik hem voorzichtig aanraakte bewogen de vleugels en het gelige lijfje. De vlieg had al twee dagen in de dop van de fles naar zichzelf zitten staren dus ik vermoedde dat hij wel eens behoefte zou kunnen hebben aan een ander uitzicht. Voorzichtig tilde ik het beestje op en plaatste het ergens anders in de badkamer.
Toen ik 's avonds thuiskwam en de badkamer binnenliep zat de vlieg weer op de dop. Kennelijk vond hij zichzelf zo bijzonder dat hij er maar geen genoeg van kon krijgen. Als een Midas Dekkers die op het punt staat een belangrijke ontdekking te doen verplaatste ik de vlieg weer maar toen ik in de avond weer in de badkamer kwam zat hij weer op zijn vaste stek, midden op de dop naar zichzelf te staren in het spiegelende vlak. Voor even voelde het alsof ik een belangrijke biologische ontdekking had gedaan.
En passant heb ik ook maar meteen een passende naam gevonden voor dit fenomeen: Insecta Narcissum.