Mart Smeets kwam het perron op lopen en werd aangesproken door een onbekende vrouw. Hij nam even de tijd om een vriendelijk praatje met haar te maken. Mart Smeets leek in niets op de chagrijnige en arrogante man die hij laat zien als hij wordt geïnterviewd. Nadat Mart Smeets beleefd een einde had gemaakt aan de conversatie met de vrouw liep hij verder het perron op en kwam pal achter mij staan.
Ik bedacht me dat, op een enkeling na, iedereen op het perron Mart Smeets zou herkennen. Ook iedereen in de trein herkent een ieder Mart Smeets. Mart Smeets wordt herkend van Amsterdam tot aan Maastricht en van Texel tot aan Tholen. Mart Smeets is dus altijd Mart Smeets en toen ik me dat realiseerde kreeg ik het met hem te doen. Anonimiteit is iets dat hij buiten de landsgrenzen moet zoeken maar, reislustig als wij Nederlanders zijn, wordt Mart Smeets waarschijnlijk overal herkend. Als hij sterft krijgt hij wat journalisten een 101 tje noemen; een vermelding op pagina 101 van Teletekst en waarschijnlijk ook nog eens in capitalen.
Mart Smeets kan de lamp nooit even uitzetten die op hem gericht staat. Altijd maar Mart Smeets. Met een opgelucht gevoel stapte ik, volkomen anoniem, de trein in.
