woensdag 25 juli 2012
Sterren Springen
SBS6 heeft weer een briljant format bedacht wat de op drift geraakte zender er weer bovenop moet krijgen.
De titel? Sterren Springen op Zaterdag. Met onder andere ‘Terror Jaap’ als gast. Goed idee dacht ik. Terror Jaap die van grote hoogte naar beneden springt is prima. Ik hoef het niet te zien maar verder vind ik het prima. Ik voelde dan ook een milde teleurstelling toen ik hoorde dat het ging om schoonspringen. Dus niet van grote hoogte op een plak vers aangelegd asfalt. Nee, van een duikplank in het zwembad. SBS ster Gerard Joling giert de hele boel aan elkaar en bij schoonspringen moet natuurlijk ook een badmeester zijn en daarvoor heeft Dries Roelvink zich beschikbaar gesteld. Opmerkelijk omdat de lat van Roelvink, als het gaat om mediaoptredens erg hoog ligt. Over Zomergasten wil hij wel nadenken maar tegen DWDD en Pauw en Witteman zegt hij steevast nee. Onder zijn niveau.
Andere ‘bekende’ deelnemers aan dit licht fatalistische programma zijn onder andere Kelly van der Veer, Justine Pelmelay, Patty Brard en Liza Sips. Liza wie? Ja, die dus. Kelly is beroemd omdat ze vroeger én in Big Brother zat én omdat ze vroeger een piemel had. Voor Justine Pelmelay moet dit programma een eitje zijn want zij zat op de Costa Concordia toen het schip voor de kust op de rotsen sloeg. Patty Brard is tenminste wel een bekende Nederlander (geweest 32 jaar geleden).
Zou het een idee zijn om dit programma een vleugje Ter Land, Ter Zee en In de lucht mee te geven? Voor het extra gezellige zaterdagavondgevoel? Zitten wij met natte haartjes op de bank terwijl zij met natte haren uit een zwembad klauteren. Elke aflevering kan je dan zo mooi een eigen thema meegeven. Ik geef maar vast een voorzetje: ‘Met je mond op de grond’ , ‘Met je been op een steen‘, ‘Met je flank op de plank’ of ‘Met je tand op de rand’.
Gelukkig is het programma op een zaterdag. Zo behoudt Dries Roelvink de kans om dit seizoen al in Zomergasten aan te schuiven wanneer de 34.695 Bekende Nederlanders voor hem toch niet blijken te kunnen.
maandag 16 juli 2012
Rutger Kopland
Ik heb hem twee keer kort gesproken. Een keer aan de telefoon en een keer tijdens een poëziefestival in Deventer.
Nee, dat is niet helemaal waar. Drie keer sprak ik kort met Rutger Kopland. Ik belde hem eenmaal en niet lang daarna belde hij terug. In mijn hoedanigheid als redacteur van een programma met Paul de Leeuw belde ik hem op met de vraag of hij voor Sinterklaas een gedicht wilde schrijven. Hij nam de telefoon op met ‘Van den Hoofdakker’. Hij wilde even nadenken over het voorstel en zou me kort daarna terugbellen. Toen hij kort daarna al terugbelde stelde hij zich voor met ‘Kopland’. Wonderlijk dacht ik. Hij zei het een grote eer te vinden maar er niet de tijd voor te hebben. Te bescheiden naar mijn mening om een gewoon ‘nee’ te verkopen.
Heel kort sprak ik hem een klein jaar later in augustus 2005 een paar maanden voor zijn afschuwelijke ongeluk in december van dat jaar. Als een verlegen puber schuifelde ik aan de tafel voorbij waar hij zat te signeren en ik opende een net gekochte bundel met de vraag of hij zijn handtekening erin wilde zetten. Hij maakte een kwetsbare indruk. Een prachtig kwetsbare en breekbare indruk zoals hij die ook in zijn poëzie aan de dag legde. Gevoelig, teer en ogenschijnlijk simpel waren zijn gedichten.
Hij signeerde. Maar met het verkeerde jaar. Zijn handtekening plaatste hij volgens het zwijgend papier niet in 2005 maar in 2004. Prima dacht ik. Mooie man.
Nu is na Komrij ook Kopland overleden. Het is net alsof, met het dovend cultuurbeleid in Nederland, ook haar vaandeldragers sterven.
Abonneren op:
Posts (Atom)
