donderdag 20 december 2012

Raw Hide

Het Atkinsdieet kende ik al langer. Van naam hoor. Niet uit de praktijk. Sinds maandag kwam daar het Watkinsdieet nog eens bovenop. De basis van dit dieet bestaat uit het drinken en eten van alles dat op modder lijkt. Op het moment dat je denkt ‘gadverdamme, dan nog liever op de grond liggen terwijl Patty Brard van drie meter hoogte zich met haar volle gewicht op me laat vallen’ is het een op en top gezond goedje dat je naar binnen zit te werken. Het Watkinsdieet is niet bedacht door de naamgever zelf maar door zijn moeder.

Francis Kenter en haar zoon Tom Watkins waren afgelopen maandag te zien in de documentaire ‘Rauwer’. Francis en Tom eten alles rauw. Waarom? Omdat je van al het andere kanker krijgt. Heel simpel eigenlijk. Voedsel met een hard randje? Kanker. Vlees? Kanker. Brood? Oei, sorry, ook kanker. De hond van Francis deelt ook in het dieet. Niet als rauw stuk vlees (want vlees van de hond van Francis is…, nou ja vul maar in) maar ook de hond is op dieet. Op het moment dat de hond een oorontsteking heeft krijgt hij niks te vreten. Want dan kan zijn lichaam zich op de ontsteking richten in plaats van op het eten. Francis weet zelf ook wel raad met haar eigen ontstekingen. Een uit Amerika ingevlogen goeroe presenteert namelijk als feit dat de pijn van een ontsteking verdwijnt als je anderhalf uur op blote voeten op het gras loopt. Hiermee draagt hij meteen de oplossing aan voor de blessures van Arjen Robben. Gewoon 90 minuten lang op blote voeten voetballen en er is geen vuiltje meer aan de lucht. De goeroe was zo overtuigd van zichzelf dat hij zich maar eens moet wijsmaken dat hij kan vliegen. Van een hoog gebouw. Ben benieuwd! Na een veilige landing eet ik de rest van mijn leven ook alleen nog maar rauw. Beloofd!

Tom Watkins is nu ondergedoken omdat zijn moeder, de funghifundamentalist, hem weigert naar school te sturen. Want op school zou Tom worden gepest. Jammer genoeg is pesten geen ontsteking anders zou de pijn verdwijnen door gewoon even een tijdje op je blote voeten door de zandbak te struinen.  Ondergedoken zitten en rauw moeten eten.  Tom is in ieder geval niet de eerste die dit overkomt. Wel ómdat hij rauw eet. En dat allemaal omdat hij een malle manipulatieve mama heeft. Helemaal gestoord is ze trouwens ook weer niet. Ze draagt bijvoorbeeld wel kleren. En dat is maar goed ook want anders zou je dwars door haar heen kijken. Ik vind het maar een akelige gedachte om in een volle tram tot de conclusie te komen dat je tegen een naakte en doorzichtige tomatentroela aan staat te schuren.

Over drie jaar is Tom achttien jaar en 1 meter 62. Hij heeft namelijk een groeistoornis en vertoont dezelfde symptomen als een ondervoed kind in Afrika. Volgens zijn moeder is het normaal dat hij een groeiachterstand heeft omdat wij alleen maar langer worden door het eten van groeihormonen in bijvoorbeeld vlees. Dat verklaart vast ook waarom vegetariërs gemiddeld maar 1 meter 65 lang zijn… En alle niet-vegetariërs met hun hoofd in de wolken lopen. De oplossing voor Tom’s groei- en ondervoedingsprobleem heet zaad. Tom eet meer zaad dan een volwassen man in zijn leven produceert. Zaadjes op de sla. Zaadjes op het fruit. Zaadjes op de zaadjes. Gelukkig kan hij over drie jaar met zijn geringe lengte wel makkelijk onder de vleugels van zijn moeder weg duiken. Tot die tijd viert Francis het leven dat ze leidt samen met haar zoon Tom. En om dat te vieren pelt ze nog maar eens een mandarijntje weg. Net als na de rechtszaak waaruit bleek dat Tom niet per direct uit huis zou worden geplaatst. Francis was opgelucht en had voor deze feestelijke gelegenheid een zak mandarijnen meegenomen.  Tom hoefde geen mandarijn. De raadsman ook niet. Francis at zoals ze in het leven staat; helemaal alleen.
 

 

woensdag 19 december 2012

Johannes

Bultruggen blijken een dramatisch gevoel voor richting te hebben. Dat was al langer bekend. De in gebreke blijven kaarten van Apple zijn een stuk duidelijker. Ook een TomTom die uitstaat weet nog altijd beter de weg te vinden dan een bultrug.
Ik kom ze regelmatig tegen, de bultruggen. En altijd maar weer vragen welke kant op te gaan. Helemaal dom zijn ze ook weer niet want toen ...ik er laatst een linea recta het strand op wees had hij wel door dat ik hem in het ootje nam. Licht geïrriteerd zwom hij dan ook de andere kant op. Had je vroeger maar beter moeten opletten, dacht ik nog me niet realiserende dat zijn ouders waarschijnlijk ook van die waardeloze kaartenlezers waren.

De allertreurigste bultrug die zelfs door zijn collega’s smadelijk moet zijn uitgelachen heeft een aantal dagen op een zandbank gelegen vlak voor Texel. Met zijn vinnen over zijn oren is ie in al zijn eigenwijsheid zo de Razende Bol opgegleden. Kennelijk dacht een in de buurt rondzwemmende potvis in al zijn opwinding dat hij wel eens een uitstapje kon maken naar een andere soort en zwom opgewonden op de bultrug af. Helaas. Eindhalte Razende Bol. Ik vind het ook een heel goor idee. Het is alsof je hond je kat bespringt en dat ze dan ook nog eens allebei 15.000 kilo wegen. Pervers volkje die walvissen.

Nu is er het plan om voor bultrug Johannes (alsof zo’n dier nog niet genoeg gestraft is geef je hem ook nog eens de naam van een van de Slechtste Finalisten Ooit van de Voice of Holland…) een stille tocht te organiseren. Goed plan. Laten we dat inderdaad doen. In Amerika is men namelijk ook heel stil. In een klein dorpje dat Newton heet en in de staat Conneticut ligt. In Aleppo, Syrië, is het even lastig om stil te zijn door het gejammer van mensen en de rondvliegende granaten, maar daar komt ook heus wel weer een dag dat het even stil kan zijn.

Een verdwaalde bultrug krijgt bij ons meer aandacht dat een bijstandsmoeder of een groep vluchtelingen. En dat is natuurlijk ook logisch want zo’n beest ligt tenminste niet te rotten in je achtertuin maar op een idyllische zandbank vlak bij Texel. Vluchtelingen en bijstandsmoeder die het leed in de wallen onder hun ogen meedragen, daar hebben we zo vlak voor kerst even geen zin in.

Als klap op de vuurpijl blijkt Johannes helemaal geen mannetje te zijn. Nee, Johannes is een vrouwtje. Maar zij kan ons mensen niet kwalijk nemen dat we haar Johannes hebben genoemd. Dan moet je maar niet met 6000 kilo spekvet vol op je eigen kut gaan liggen.

donderdag 15 november 2012

Vrede

Moet de Israëlische president Shimon Peres zijn Nobelprijs voor de Vrede, die hij kreeg in 1994 samen met Rabin en Arafat, teruggeven? Ik vind van wel. In mijn ogen ben je zo een prijs onwaardig op het moment dat je accepteert om aanvallen uit te voeren in Gaza waarbij onschuldige burgers, waaronder kinderen, de dood vinden. Natuurlijk, Palestijnse militanten hebben Israël aangevallen en ik kan me zelfs voorstellen dat je je wilt wreken. Helemaal als je Benjamin Netanyahu heet en graag opnieuw wil worden verkozen tot premier van het land Israël. Maar de president die dit spelletje meespeelt is een Nobelprijswinnaar onwaardig. Misschien kan de commissie in Noorwegen besluiten de prijs terug te vorderen? Armstrong deed iets wat niet mag en is zijn prijzen kwijt. Waarom niet hetzelfde voor iemand die oorlogsmisdaden begaat? Als ambassadeur van de vrede heeft Peres zijn krediet inmiddels ruimschoots verspeeld.

Gisteren stond ik in Haarlem voor een muur waarop alle namen van de uit mijn stad gedeporteerde en vermoorde Joden stonden vermeld. Soms hele families die op dezelfde dag werden vergast in Auschwitz of Sobibor. Kinderen van 3, 4 en 5 jaar stonden er tussen. Een jeugdige tiener was vlak voor zijn dood nog verjaard.

De stenen muur in Haarlem en het oplopende conflict in de Gazastrook staan niet los van elkaar. Sterker nog, ze staan naast elkaar. De muur fluistert middels de regen die als tranen van haar afglijden ‘dit nooit meer’. En dit mag ook niet meer. Nooit meer. Er kwam een einde aan de verschrikkelijke oorlog door het tekenen van de vrede.

Vrede. Het woord is gevallen. Ten diepste wil een ieder van ons opgroeien in vrede. Joods, Palestijns, Christen, Moslim en alle anderen die er wel of geen God op nahouden. De enige oplossing voor de gruwelijke terreur van beide kanten in het Midden-Oosten is vrede. Daarvoor moet water bij de wijn worden gedaan. Of, voor de Moslims, water bij het water of desnoods bij de thee. Een andere oplossing is er niet. De oplossing ligt nooit in het doden van kinderen. Ook niet per ongeluk. Als zogenaamd ‘collateral damage’. Een kind mag nooit collateral damage zijn.

Dit weekend was ik in Parijs bij mijn neefje en nichtje van bijna 3 die mogen opgroeien in vrede. Dat is hun recht. Maar niet alleen hún recht. Het opgroeien in vrede is het recht van ieder kind, van ieder mens.

Dat zou een Nobelprijswinnaar voor de Vrede toch wel op z’n minst moeten weten.


Peres in het midden. Links Arafat, rechts Rabin in 1994

woensdag 7 november 2012

Bites

Mijn zus die, samen met haar Franse vriend en tweeling van bijna drie in Parijs woont, stuurde via whatsapp een mini-verslagje van de moeilijke ochtend die zij had doorgemaakt. Samen met de tweeling, die zij en haar vriend tweetalig opvoeden, was ze vanochtend thuis toen het mis ging.

De drama-ochtend begon op het moment dat mijn neefje de zoutpot had gevonden. Geen onoverkomelijk probleem zou je zeggen ware het niet dat er geen deksel opzat en het tapijt door het hele huis binnen no time was veranderd in het droge equivalent van de Dode Zee. 

Na de rommel te hebben opgeruimd was het tijd voor de boodschappen. Monter ging mijn zus op stap met de, steeds mondiger wordende, tweeling. Bij de groentenafdeling aangekomen ging het fout. Finaal fout. Het zakjes bietjes dat uit het schap was gepakt scheurde open waardoor de vloer van de winkel veranderde in het supermarktequivalent van de Rode Zee.

Mijn nichtje, scherp en oplettend als altijd, wees naar de bieten op de grond en sprak, in een mengeling van Frans en Nederland, op luide toon: ‘Ce sont des bites! Ce sont des bites!’

De niet-Frans sprekende lezers van dit stukje zullen zich achter de oren krabben en zich afvragen wat daar zo vervelend aan is. De Francofielen onder u hebben het al begrepen. Daarom voor de volledigheid en ter vervolmaking van dit stukje de vertaling van het Franse woord ‘bite’ naar het Nederlands:
Lul.

maandag 5 november 2012

En dat ik

En dat ik aan de rand van het zwembad sta
Met aan mijn voeten een eindeloos gespetter
En gekwetter van anderen met een jas van water
En ik met gekruiste armen voor mijn borst

En dat ik het water ruik
De zonnebrandcrème ook
Ik zie de druppels
En de haren nat

En dat ik naar boven kijk
Me afvraag wanneer
De sprong
Of ik durf

En de zon schuift onder
En de Cornetto’s stoppen met smelten
En iedereen het water laat
Ik twijfel
En schuifel
Van de rand naar mijn ongebruikte handdoek

En dat ik
Droog, koud tot op het bot
Op de fiets stap
Met voor mij uit
Een alsmaar enger wordende toekomst

woensdag 17 oktober 2012

De Rijdende Rechter

De uitzending van 'De Rijdende Rechter' op dinsdag 16 oktober had alle ingrediënten in zich om uit te groeien tot een
mini-kunstwerkje van kleinburgelijkheid. Zo waren daar twee rasechte Amsterdammers, een fietsenmaker (Mark) die met veel misbaar sprak en structureel drie octaven te hoog en zijn klant, er was een corrosiedeskundige, een importbruid, Roemeense vrouw en een probleem van helemaal niets. Het probleem was een fiets die wat was gaan roesten omdat deze drie maanden onder een boom had gestaan. Geen wonder zou je denken. Nog een wonder dat de fiets er drie maanden blijft staan in een stad als Amsterdam. Kennelijk houden zelfs junks niet van roestige fietsen.
De klant had de fiets gekocht voor zijn Roemeense importbruid vriendin die nu dus niet kon leren fietsen door de roestvorming. Namens de TU Delft was een corrosie-expert ingeschakeld. De Rijdende Rechter zelf, het Heertje, was getooid met witte mafiahoed afgereisd naar het Amsterdamse Bos en Lommer om dit drama met eigen ogen te kunnen zien.

Voor mij was de uitzending extra interessant omdat ik de fietsenmaker ken. Hij was namelijk mijn fietsenmaker in de jaren dat ik in Amsterdam woonde. Op mij maakte hij altijd al een aparte indruk maar om niet meteen alles op hem af te schuiven dacht ik dat het misschien ook wel eens aan mij zou kunnen liggen. De commentaren op Twitter bevestigden echter dat het de fietsenmaker is die, op z'n zachtst gezegd, nogal apart is.
In de fietsenzaak van Mark was het altijd goed toeven. Je kreeg een bakkie koffie en mocht daar ook gerust een sigaretje bij roken. Je ging met een lekke achterband naar binnen, deze werd geplakt en bij thuiskomst bleek je achterlicht het niet meer te doen. Dus weer terug met dat achterlicht. Achterlicht gemaakt maar bij thuiskomst bleek dan de bagagedrager los te zitten. Van die dingen. Soms kwam ik er drie keer per week. Je bouwt op die manier een hechte band op met die mensen. Dat wel.

Het meest opmerkelijke moment van de uitzending was toen iemand uit het publiek opstond om de fietsenmaker en zijn vrouw een bosje bloemen te geven en hen zijn steun te betuigen. (Rond minuut 24:50) Waar de bloemen gekocht zijn weet ik niet omdat zelfs het meest achtergestelde benzinestation zich nog zou schamen voor dit bosje. Bovendien was de man gekleed in een pak van zijn grootvader. Hij leek rechtstreeks weggelopen te zijn uit de jaren vijftig. Dat verklaart misschien ook wel de staat van zijn bloemen.

De mannen spraken allen in onvervalst plat Amsterdams. De Rijdende Rechter kwam tot zijn uitspraak waarbij de fietsenmaker de roest, sorry, corrosie, moest verwijderen en daarmee leek de zaak beslecht. De klant was hier echter niet tevreden mee en we waren op televisie live getuige van de stijging der bloeddruk tot ongekende hoogte.
De rechter besloot zijn uitspraak kracht bij te zetten door een, volgens hem, echte Amsterdamse uitspraak te aan te halen; 'Niet lullen maar poetsen!' Jammer dat dit nou juist de Rotterdammer typeert. Maar goed, voor een Heertje als meester Frank Visser was het gebruik van het woord 'lullen'  al heel kinky. Het is hem, in het licht van deze briljante uitzending, vergeven.

woensdag 26 september 2012

Mevrouw de Voorzitter!

Gisteren werd er in de Tweede Kamer een nieuwe voorzitter gekozen. De door ons gekozen leden van het huis van de democratie hadden de keus uit drie zittende kamerleden. De heer Schouw (D66), mevrouw Van Miltenburg (VVD) en mevrouw Arib (PvdA) hadden zich gekandideerd en luisterden in Vak K naar de vragen die hen werden gesteld door de woordvoerders van de diverse partijen. Niks geen achterkamertjes maar alles 'out in the open'.

Namens de PVV (Partij voor de Vrijheid (maar niet voor iedereen)) nam Louis Bontes het woord. Bontes werd onlangs in een uitzending van Reporter er van beticht zeer intimiderend te werk te gaan en zelfs een collega (Hero Brinkman) te hebben aangevlogen. De oud politieman annex kleerkast nam, zoals het een echte PVV'er betaamt geen blad voor de mond. Hij kwam snel tot zijn conclusie dat mevrouw Arib geen voorzitter van de Tweede Kamer mag worden. Mevrouw Arib is naast Nederlandse ook Marokkaanse. En helaas is het zo dat de Marokkaanse overheid geen dubbele nationaliteit accepteert waardoor het onmogelijk wordt afstand te nemen van de Marokkaanse nationaliteit. Overigens is Marokko niet het enige land dat deze regel hanteert. Ook Argentinië bijvoorbeeld staat het haar onderdanen niet toe afstand te nemen van de Argentijnse nationaliteit. Of de eenmansknokploeg van de PVV, met in zijn kielzog zijn politieke charlatans, ook vindt dat Máxima om die reden geen koningin mag worden zal mij eerlijk gezegd een zorg zijn. Daar hebben ze gelukkig niets over te zeggen. Wat de PVV gisteren in het debat maar weer eens bewees is dat voor hen niet alle mensen gelijk zijn. Er zijn Nederlanders en er zijn een soort van mensen die hier ook wonen maar om wat voor reden dan ook een dubbele nationaliteit hebben. Deze laatste groep mag volgens de PVV geen belangrijke bestuurlijke taken verrichten omdat er moet geworden getwijfeld aan de loyaliteit van de kandidaat naar het land waar hij woont óf waar hij geboren is.

In het kabinet, gedoogd door de partij van Wilders en Bontes, zit een staatssecretaris met een dubbel paspoort. En niet alleen dat, zij kan ook de niet-Nederlandse nationaliteit opzeggen omdat Zweden, het land van mevrouw Veldhuijzen van Zanten ook staatsburger van is, dit wel toestaat. Dat zij dit niet doet terwijl het wel kan is kennelijk voor de PVV geen reden geweest om tegen haar benoeming te zijn en derhalve het kabinet niet te gedogen. Natuurlijk niet. Het gaat de PVV uiteindelijk niet om een dubbele nationaliteit. Het gaat hen om te treiteren, te pesten en het systematisch buitensluiten van Turken en Marokkanen. En van moslims. Vooral van moslims. Er is bij de PVV geen ruimte voor discussie. Nee, er wordt op afkomst geselecteerd.
Laten we hopen dat het nog een tijd duurt voordat we weer mogen stemmen. Maar weet dan dat een stem op de PVV een stem is tegen moslims. Tegen Turken. Tegen Marokkanen. Tegen Argentijnen. Tegen Máxima. Met een stem op de PVV teken je mede de petitie die zegt dat een deel van onze bevolking ondergeschikt is aan de rest. En dat, dat is een heel angstige gedachte.

maandag 17 september 2012

Heel veel dieren

Met dank aan Skype zie ik de kinderen van mijn zus, die in Parijs wonen, gelukkig een aantal keer per week. De laatste tijd wil de tweeling van bijna drie weten wat ik ga eten. Nee, ze willen het niet weten, ze willen het zien. En dus houd ik tomaten, komkommer, pasta en hagelslag voor de lens van de camera en laat hen raden wat het is. Vorige week waren we weer op deze manier met elkaar aan het bellen toen bleek dat mijn zus de rouwkaart van E. nog niet had ontvangen. Ik liet haar de voorkant van de kaart zien die bestond uit een prachtige fotocollage die voor de 53e verjaardag van E. door zijn vrienden was samengesteld. De Eifeltoren, de Sagrada Familia en dieren. Heel veel dieren. Mijn neefje en nichtje zaten gefascineerd te kijken naar de talloze dieren op de kleurrijke kaart. Een voor een gingen we ze af. Vlinder, neushoorn, olifant, giraffe, vogel, zebra. Later die dag sprak mijn moeder ook via Skype met mijn zus. Mijn neefje en nichtje lieten weten dat ze wisten wat ik ging eten. ‘Wat dan?’, vroeg mijn moeder. ‘Heel veel dieren’, was het antwoord.

woensdag 12 september 2012

Hij is het niet meer

'Hij is het niet meer.’ Het is een veel gehoorde uitspraak als men voor de laatste keer afscheid heeft kunnen nemen van een geliefde. De dood trekt de plooien van het leven glad en legt de overledene haar eigen masker op. Gisteren was ik bij het laatste afscheid van een dierbare. Hij lag op zijn bed, de handen in zijn schoot. Het colbert lag donkerblauw over zijn keurig gestreken overhemd. Ik heb hem goed gekend maar herkende hem niet. In geen enkel opzicht lag daar de man die de laatste jaren van zijn leven een steeds vertrouwder gezicht was geworden voor mij en mijn familie. In de auto op weg naar de condoleance zocht ik hem. Ik zocht hem in drie ooievaars die achter elkaar op drie verschillende lantaarnpalen zaten. Ik zocht hem in de zonnestralen die zich met kracht een weg door de donkere wolken heen baanden. Eerder op de dag zocht ik hem op het strand. In de woest rollende golven. In de onheilspellende regenbui en daarna in de blauwe, met witte wolken ingekleurde, lucht boven de Noordzee. Ik zocht hem maar kon hem niet vinden. Zijn lichaam, hij is het niet meer. Zijn lijfelijke aanwezigheid voor altijd verloren. Hij is, zoals ze dat in Twente treffend en troostend zeggen, uit de tijd gegaan. De tijd staat stil. De tijd gaat door. Verdriet en hoop lopen als Jip en Janneke de laatste dagen hand in hand door mijn gedachten. Verdriet om zijn dood, om de onomkeerbaarheid van het sterven. Hoop is er op rust voor hem. Op geen pijn voor hem. Hoop ook op een goede plek voor het verdriet van de mensen die het dichtst om hem heen stonden. Hij is nergens meer. Hij is nu overal.

maandag 6 augustus 2012

Deventer boekenmarkt

Dat ik een akelig gemiddeld mens ben werd gisteren maar weer eens bevestigd op de Deventer Boekenmarkt. Minstens zo leuk als het zoeken naar boeken is het kijken naar de mensen die op de markt afkomen. De ‘diehards’ zijn te herkennen aan hun speurende blik en de kleine koffertjes op wieltjes waar hun nieuwste trofeeën geduldig liggen te wachten om gelezen te worden. Tevens laat een echte boekenfetisjist zich er op voorstaan dat hij niets met uiterlijke vertoning heeft. Tel daarbij op dat de nagels slechts zeer sporadisch worden geknipt en dat de haren alleen worden gewassen na het lezen van om en nabij de 5000 pagina’s en voilà, daar is de stereotypische boekenmarktbezoeker. De zoekcriteria van de boekenmarktwurm is vaak zeer specifiek. Ik stond te kijken bij een kraampje waar alleen maar boeken over Nederlands-Indië lagen. Leek mij al specifiek genoeg maar de man naast mij, getooid met een Sherlock Holmesachtig hoofddeksel, vroeg de verkoopster of ze ook boeken had over de diverse denksporten die werden beoefend in dat deel van de wereld. Had ze niet. Verbaasde mij ook niet.
Wanneer je de ambitie hebt om zelf in de pen te kruipen en een boek te gaan schrijven is de markt een afrader. De gigantische hoeveelheid boeken die er te koop zijn kunnen een jonge schrijver maar zo het idee geven dat er al genoeg geschreven is. De moed die nodig is om aan het schrijven van een boek te beginnen en daarin te volharden sijpelt op deze manier via je sandalen de IJssel in waar menig schrijversdroom moet zijn verdronken. Ik moest denken aan Gerrit Komrij. Komrij was een vaste gast van de markt waar hij al vroeg op de dag aan het witbier zat op het Grote Kerkhof. Het was de eerste boekenmarkt zonder hem. Tegen een uur of drie begon het verschrikkelijk te regenen. Wanneer je even niet goed had opgelet, en tijdig een schuilplaats had gevonden, was het reeds te laat en was je tot op het ondergoed nat. Druppels groot als tranen vielen uit de donkere hemel. Een traan voor elk door Komrij geschreven teken. Het was een prachtig eerbetoon van de weergoden aan de koning van het woord.

woensdag 25 juli 2012

Sterren Springen

SBS6 heeft weer een briljant format bedacht wat de op drift geraakte zender er weer bovenop moet krijgen. De titel? Sterren Springen op Zaterdag. Met onder andere ‘Terror Jaap’ als gast. Goed idee dacht ik. Terror Jaap die van grote hoogte naar beneden springt is prima. Ik hoef het niet te zien maar verder vind ik het prima. Ik voelde dan ook een milde teleurstelling toen ik hoorde dat het ging om schoonspringen. Dus niet van grote hoogte op een plak vers aangelegd asfalt. Nee, van een duikplank in het zwembad. SBS ster Gerard Joling giert de hele boel aan elkaar en bij schoonspringen moet natuurlijk ook een badmeester zijn en daarvoor heeft Dries Roelvink zich beschikbaar gesteld. Opmerkelijk omdat de lat van Roelvink, als het gaat om mediaoptredens erg hoog ligt. Over Zomergasten wil hij wel nadenken maar tegen DWDD en Pauw en Witteman zegt hij steevast nee. Onder zijn niveau. Andere ‘bekende’ deelnemers aan dit licht fatalistische programma zijn onder andere Kelly van der Veer, Justine Pelmelay, Patty Brard en Liza Sips. Liza wie? Ja, die dus. Kelly is beroemd omdat ze vroeger én in Big Brother zat én omdat ze vroeger een piemel had. Voor Justine Pelmelay moet dit programma een eitje zijn want zij zat op de Costa Concordia toen het schip voor de kust op de rotsen sloeg. Patty Brard is tenminste wel een bekende Nederlander (geweest 32 jaar geleden). Zou het een idee zijn om dit programma een vleugje Ter Land, Ter Zee en In de lucht mee te geven? Voor het extra gezellige zaterdagavondgevoel? Zitten wij met natte haartjes op de bank terwijl zij met natte haren uit een zwembad klauteren. Elke aflevering kan je dan zo mooi een eigen thema meegeven. Ik geef maar vast een voorzetje: ‘Met je mond op de grond’ , ‘Met je been op een steen‘, ‘Met je flank op de plank’ of ‘Met je tand op de rand’. Gelukkig is het programma op een zaterdag. Zo behoudt Dries Roelvink de kans om dit seizoen al in Zomergasten aan te schuiven wanneer de 34.695 Bekende Nederlanders voor hem toch niet blijken te kunnen.

maandag 16 juli 2012

Rutger Kopland

Ik heb hem twee keer kort gesproken. Een keer aan de telefoon en een keer tijdens een poëziefestival in Deventer. Nee, dat is niet helemaal waar. Drie keer sprak ik kort met Rutger Kopland. Ik belde hem eenmaal en niet lang daarna belde hij terug. In mijn hoedanigheid als redacteur van een programma met Paul de Leeuw belde ik hem op met de vraag of hij voor Sinterklaas een gedicht wilde schrijven. Hij nam de telefoon op met ‘Van den Hoofdakker’. Hij wilde even nadenken over het voorstel en zou me kort daarna terugbellen. Toen hij kort daarna al terugbelde stelde hij zich voor met ‘Kopland’. Wonderlijk dacht ik. Hij zei het een grote eer te vinden maar er niet de tijd voor te hebben. Te bescheiden naar mijn mening om een gewoon ‘nee’ te verkopen. Heel kort sprak ik hem een klein jaar later in augustus 2005 een paar maanden voor zijn afschuwelijke ongeluk in december van dat jaar. Als een verlegen puber schuifelde ik aan de tafel voorbij waar hij zat te signeren en ik opende een net gekochte bundel met de vraag of hij zijn handtekening erin wilde zetten. Hij maakte een kwetsbare indruk. Een prachtig kwetsbare en breekbare indruk zoals hij die ook in zijn poëzie aan de dag legde. Gevoelig, teer en ogenschijnlijk simpel waren zijn gedichten. Hij signeerde. Maar met het verkeerde jaar. Zijn handtekening plaatste hij volgens het zwijgend papier niet in 2005 maar in 2004. Prima dacht ik. Mooie man. Nu is na Komrij ook Kopland overleden. Het is net alsof, met het dovend cultuurbeleid in Nederland, ook haar vaandeldragers sterven.

vrijdag 11 mei 2012

Gekke Henkie

Wat flauw zeg. Op het moment dat Henk Bleker opstaat om zich verkiesbaar te stellen als lijsttrekker voor het CDA valt heel Nederland over hem heen. Dat is gezien de geringe lengte van Henk ook niet zo heel raar maar het blijft makkelijk. Hij springt in het gat dat in het CDA is geslagen na de breuk met de PVV. Ja, dat dit gat veel te groot is voor de 1 meter 27 lange Henk is zijn schuld natuurlijk niet. Zonder zijn onderkaak te bewegen, probeer maar eens, is echt heel lastig, hopt hij van leugen naar leugen wat hem bij uitstek een uitstekende politicus maakt. De offers die Henk moet brengen voor deze keus zijn ook niet mild. Wanneer hij wordt gekozen zal hij zijn vriendin, die qua leeftijd ook zijn dochter (of kleindochter) zou kunnen zijn, veel minder zien. En dat is niet leuk voor de hoog potente Bleker die stiekem het liefst naar zijn pony’s zit te gluren in het hoge noorden. Henk zegt zich vast als een vis in het water te voelen in de Haagse politiek maar de realiteit is dat hij zich als een kat in het nauw gedraagt. De sprongen die hij maakt zijn zoals zijn kapsel; raar en ongecontroleerd. Nog een reden om Bleker te koesteren. Nu de grote gedoger in de vorm van Wilders is gedegradeerd tot hofnar is er een sterke behoefte aan een minstens zo maffe politicus en Bleker vervult deze rol met verve. Dat hij van humor houdt blijkt wel uit het feit dat hij met Jack de Vries in zee is gegaan en als campagneslogan ‘Eerlijk, helder, Henk’ heeft gekozen. Wat een giller! Het enige dat aan die slogan klopt is zijn voornaam. Nee, Bleker, die nooit zegt ergens beschikbaar voor te zijn maar wel overal gaat zitten is een raspoliticus met humor. En niet alleen voor Bleker zou het een mooie stap zijn als hij lijsttrekker wordt. Het zou inhouden dat het een spannende strijd zal gaan worden wie zich de grootste Christelijke partij mag noemen en met pak ‘m beet zes zetels in de kamer mag gaan zitten; het CDA of de Christenunie. Ik kan niet wachten tot twaalf september!

zondag 29 april 2012

Clowntje Prozac

Gistermiddag was ik aanwezig bij Corteo, de nieuwe show van Cirque du Soleil. Nou ja, nieuw. In de tijd dat ik er als supervisor voor de show Quidam werkte, tussen 1999 en 2001, ging de show al in première maar naar goed Cirque gebruik blijft een goed lopende show decennia lang rond de wereld reizen. Er was in de tien jaar dat ik er inmiddels weg ben weinig veranderd. Engelssprekende supervisors liepen heupwiegend en druk door een walkie talkie pratend door het publiek. De stewards en stewardessen in de tent, in mijn tijd ‘plaatsaanwijzers’, keken nog altijd even begeerlijk naar de sixpacks en spierbundels van de in Rusland geschoolde acrobaten die met een in het gezicht gebeitelde glimlach onmogelijke kunsten lieten zien. Net als ‘in mijn tijd’ struikelde je welhaast over de merchandise die verkocht moest worden en waren de consumpties nog altijd vrolijk duur. ‘Dat is dan negen Euro’, zei de verkoopster vriendelijk. Ik keek even om me heen of ik stiekem toch in de buurt van de Eifeltoren stond maar bleek zonder enige twijfel me toch te bevinden op het asfalt van parkeerplaats P2 naast de Amsterdam ArenA. Wie er, net als tien jaar geleden ook bij was, was Clowntje Prozac. Goed, de persoon in kwestie en het karakter dat hij in de show speelt was anders maar verder waren er alleen maar gelijkenissen. Tien jaar geleden was er een van de drie, overigens waardeloze, clowns die in alles wat hij deed, op en buiten het podium, een diep verdriet uitdroeg. Waarschijnlijk vond Clowntje Prozac bepaalde dingen wel leuk, shag roken, bier drinken, maar het vermaken van kinderen stond in ieder geval niet in dat lijstje. Klassiek geworden is het beeld dat al tien jaar op mijn netvlies brandt van deze clown die, tussen de vrachtwagentrailers, met gebogen rug een shagje draait, dat om de haverklap opnieuw moet worden aangestoken. Ook bij Corteo is er een Clowntje Prozac. Dit keer in de rol van gitarist wat het al minder erg maakt omdat hij in ieder geval niet de kinderen de stuipen op het lijf jaagt en de volwassen ook geen plaatsvervangend gevoel van schaamte geeft. Nee, deze pierrot zit weggedoken in een hoekje waar hij eenzaam en alleen over zijn gitaar hangt. En dat zal nog wel even zo blijven in de wetenschap dat ook Corteo nog wel even zal blijven rondreizen. Vrij naar ‘De eenzame fietser’ van Boudewijn de Groot schoot mij de volgende tekst te binnen: “Hoe sterk is de eenzame gitarist die, kromgebogen over zijn gitaar, tegen de wind nog 16.324 Corteo moet zien?”

zaterdag 14 april 2012

Bijltjesdag


Het was een mooie, warme junidag in 1997. Mijn vriend Stefan pakte mijn hand en samen gingen we wachten op dat wat komen ging. Naast Stefan en mijzelf zaten, in een kaarsrechte lijn, nog vijf jonge studenten die net het eerste jaar van de Toneelacademie in Maastricht hadden afgerond. Het onherroepelijke einde van dit jaar was vandaag en stond beter bekend als bijltjesdag. Op bijltjesdag kregen de leerlingen stuk voor stuk en zonder emotie van de directeur te horen of je door mocht naar het tweede jaar of dat je, zoals het zo mooi klinkt, een bindend studieadvies had gekregen om de opleiding te verlaten. Met het uitspreken van de woorden ‘bindend studieadvies’ werd er met uiterste precisie een droom aan duizend flarden geschoten. De statistieken waren verontrustend. De helft van de studenten uit het eerste jaar, dat bij mij bestond uit drie groepen van elk zeven leerlingen, zou worden weggestuurd. Wij gingen als tweede groep naar boven en ik zal nooit de schreeuw vergeten van een van de studentes uit de groep voor mij nadat ze een bindend studieadvies had gekregen. Weg toekomst. Althans voor even dan toch heel erg.

De directeur schraapte zijn keel en pakte zijn papier, het verdict van deze lome junidag in Maastricht, erbij.
Stefan en ik zaten in het midden van de groep. Toen de directeur met barse stem bij ons aankwam rolden er al wat koppen naast de mensen die zich in de zevende hemel waanden met een ticket voor de rest van de opleiding. Want als je eenmaal het eerste jaar had overleefd mocht je er vanuit gaan dat je de opleiding ook af kon maken.
In mij gloeide hoop. De laatste maanden was ik met sprongen vooruit gegaan en dit was, dat wist ik zeker, niet onopgemerkt gebleven.

‘Stefan’, leek de directeur te brullen terwijl Stefan’s hand zich verstrakte in de mijne, ‘heeft het bindend studieadvies gekregen om de opleiding te verlaten’. Boem. Weg droom. Zijn hand verslapte en een waterig spoortje gleed weg tussen onze vingers.
‘Matthijs’, de directeur zette het vizier op scherp en plaatste zijn wijsvinger strak achter de trekker, ‘heeft het bindend studieadvies gekregen de opleiding te verlaten.’ Hij had geschoten. Met scherp. Alle hoop die ik in me had lag als een verpulverd kristallen wijnglas achter me. Ik liet de hand van Stefan los. Het was voorbij. Maastricht was voorbij. Een carrière als acteur met de Toneelacademie als ideale springplank behoorde definitief tot het verleden.

Later hoorde ik dat mijn progressie wel degelijk was opgemerkt maar dat een van de speldocenten, een lange grijze man met witte snor die het talent bezat om nooit te lachen, mijn doorgang naar het tweede jaar had gedwarsboomd. Hij zag mij niet zitten. Net zoals de wereld hem niet zag staan als hij samen met zijn beroemde vrouw op feestjes aantrad als ‘de man van’. Arme man.

We werden opgevangen door onze mentor. Een klein gedrongen mannetje die, als hij niet met zichzelf bezig was toch nog met zichzelf bezig was. Hij had ons ook les gegeven en het eens bestaan om onze groep een uur lang doodstil op een stoel te laten zitten en, zonder te knipperen, in een spiegel te laten kijken. Los van het feit dat het een achterlijk en buitengewoon gemene opdracht was heb ik tot op de dag van vandaag niet kunnen achterhalen welk hoger doel dit allemaal diende. Misschien was het enkel en alleen wel omdat hij dan even een uurtje voor zichzelf had en zich kon volgieten met koffie en volstoppen met broodjes van Moon, de kantinejuffrouw.
Deze man had het begrip ‘ijdelheid’ weer helemaal opnieuw uitgevonden en genoot daar zichtbaar van. Onze hedendaagse Narcissus zou ons wel even op gaan vangen. Helaas wordt daar voor iets meer gevraagd dan het empathisch vermogen van een blinde muur. Ik had niets aan deze man. Sterker nog, hij voedde de woede die in mij raasde ten opzichte van de kille directeur en zijn bindende studieadvies.
Veel meer had ik aan de avond die zou volgen waar ik met goede vrienden, op een na ook allemaal afgewezen, met veel drank de nacht heb stukgeslagen op de hoofden van de elitaire besluitvormers, de dromenvernietigers, van de Toneelacademie in Maastricht.

Nu, bijna vijftien jaar later, schijnt men in Maastricht de procedure te hebben veranderd waardoor bijltjesdag definitief tot het verleden behoort. Het is ze geraden ook.

donderdag 5 april 2012

Speeddaten

In 2011 was ik een van de 420.000 Nederlanders die het genoegen hadden om een uitkering te mogen ontvangen van het UWV.
De eerste maanden leefde ik van wat spaargeld in de hoop weer snel werk te vinden maar ook omdat ik op zag tegen golf van bureaucratie die over je heen spoelt als je een uitkering aan wil vragen. Bij het UWV zal dit wel bekend staan als een ontmoedigingsbeleid. Voor mij dekt de term ‘bloeddrukverhogende bureaucratische boekhoudellende’ de lading beter.

Toen ik uiteindelijk toch naar het UWV moest stond ik op mijn aller representatiefst in de rij voor de balie waar een hoogst merkwaardig uitgedost vrouwspersoon de mensen voor mij te woord stond. Haar interpretatie van het woord ‘representatief’ klopt als een bus in een wereld die wordt geregeerd door trollen en demonen en waar continu loeiharde gothic muziek uit de speakers klinkt. Misschien is het wel omdat ik in een parallel universum leef waar de mensen op een andere manier gekleed ga dan in het hare waardoor ze mijn aandacht trok. Om haar zwarte outfit te vervolmaken had ze twee stokjes van steenkool over haar oogleden en wenkbrauwen uitgesmeerd waardoor het geheel een buitengewoon sombere uitstraling kreeg. Ik werd er niet vrolijk van. Maar misschien viel ook haar klederdracht wel binnen het ontmoedigingsbeleid van de uitkeringsinstantie.

Het dieptepunt was echter nog niet bereikt. De uitkeringsgifbeker moest helemaal leeg en dat gebeurde in de vorm van speeddaten. Speeddaten? Ja, speeddaten met uitzendbureaus. In een klein en grijs zaaltje waar de koffie dezelfde temperatuur had aangenomen als de temperatuur van het zaaltje zelf. In deze crematoriumsetting zag ik een aantal statafels met daarachter de opgewekte jongens en meisjes van de uitzendorganisaties die wel wat zagen in het speeddaten. ‘Zij wel’, dacht ik.
Na twintig minuten obligaat geklets, je moest wel komen want anders zou er een sanctie volgen, liep ik als een geslagen hond weer naar buiten. De reacties van de jongens en meisjes van de uitzendorganisaties kwamen min of meer elke keer op hetzelfde neer. De eerste reactie is vaak een gilletje van ingetogen enthousiasme als ze horen wat ik allemaal op mijn cv heb staan. Bij de tweede reactie zakken de wenkbrauwen weer en komt men al snel tot de conclusie dat er met mijn cv weinig zeeën kunnen worden bevaren in de uitzendwereld. Men heeft daar nog de verzuilde blik die Nederland kenschetste in de jaren ’50. Wanneer je niet in de zuil productie (lopende band) , administratie (een oogafwijking oplopen door te staren naar Excel), horeca (afwasser in een spoelkeuken) of techniek (iets met solderen) bent onder te brengen wordt het buitengewoon lastig.

Nou is verdrinken in zelfmedelijden gelukkig niet mijn sterkste kant en heb ik inmiddels, op eigen kracht, leuk werk. De gedachte aan het speeddaten was al weer wat naar de achtergrond gedrukt totdat mijn vader, een rijzige zestiger, door gekonkel en smerig getruc op zijn oude werk ook zijn baan verloor en hetzelfde traject als ik moest gaan doorlopen. En daar hoorde ook het onappetijtelijke speeddaten weer bij. Dat vind ik niet alleen sneu voor hem maar ook een belediging aan het adres van iemand die ruim 35 dienstjaren erop heeft zitten. Gelukkig heeft ook hij op eigen kracht weer een baan kunnen vinden en is hem deze ellende verder bespaard gebleven.

Gisteren las ik in HP/De Tijd dat ook veel werknemers van het UWV zelf slachtoffer worden of zijn geworden van de draconische bezuinigingsmaatregelen van dit rechtste kabinet. Ook zij zullen dus moeten aankloppen bij hun oude werkgever met het verzoek een uitkering te mogen ontvangen. Het is te hopen dat tegen die tijd het malle speeddaten voor goed tot het verleden behoort.

zaterdag 24 maart 2012

Rikkert



Vanmiddag zag ik in het centrum van Haarlem Rikkert lopen. Ik ken Rikkert niet, hij mij niet en toch ken ik hem ook weer een beetje wel. Maar dan niet persoonlijk. Rikkert speelt namelijk zichzelf in de real lifeserie Connected van de NCRV waarin vijf vrouwen gedurende een half jaar hun eigen leven middels een videocameraatje in beeld brengen. En Rikkert heeft de pech dat hij zijn leven deelt met een van de dames en derhalve niet alleen de vuile was van zijn vriendin Mira, maar ook de zijne op tv en het internet wappert.

Dat het maken van een aflevering voor televisie veel knippen en plakken behoeft en dat het erg moeilijk is om een reëel beeld te schetsen leidt geen twijfel. Bij de andere vier dames is het redelijk in balans, het gaat van hoog naar laag in de emotionele achtbaan, maar bij Rikkert en Mira is het een grote doffe ellende.
Rikkert die met een baardje van twee dagen en uitgebluste ogen een biertje zit te drinken op de bank terwijl Mira tegen hem aan toetert. Rikkert die zich als een geknotte treurwilg door zijn huis begeeft. Rikkert die op een ongelooflijk smerige manier een maaltijd van de Burger King zit weg te eten achter het stuur van zijn auto met naast zich zijn Mira en op de achterbank de drie kinderen die het stel heeft. Rikkert die tijdens het ongelooflijk smerig eten van deze maaltijd de hoon van Mira over zich heen krijgt en vervolgens fors van zich afbijt en dat dan de kinderen op de achterbank niets meer zeggen. Rikkert die, wanneer hij naakt op zijn handen en met een roos tussen zijn billen gaat lopen nog steeds van Mira hoort dat hij haar niet begríjpt.
En ook de Rikkert die samen met zijn Mira in relatietherapie gaat omdat de relatie volgens haar ‘niet zo lekker loopt’. Ik ben geen relatietherapeut en ben zelf buitengewoon matig in het onderhouden daarvan maar dat de relatie tussen Rikkert en Mira niet optimaal is net zo’n schokkende constatering als wanneer je tot de conclusie komt dat Parijs de hoofdstad van Frankrijk is.

In het laatste filmpje dat op de site is geplaatst kaart Mira een vierde kindje aan bij Rikkert. Ze doet dit terwijl ze op een beurs staan waar de ene ‘zwangere buik’, aldus Mira, na de andere voorbij loopt. Mira staat daar in haar hoedanigheid als eigenaresse van webshop trotsemoeders.nl. In haar geval is het begrip ‘trotse moeder’ soms net zo geloofwaardig als te stellen dat Noord-Korea ons lichtende voorbeeld is van hoe een ideale democratie er uit ziet.
Vanmiddag zag Rikkert er moe uit. Hij slofte op slippers over de oude stenen in de straat en leek op zijn schouders het totale gewicht te voelen alle mensen die voor hem op die plek liepen.

Nu de zon buiten weer gaat schijnen en de bloemen uit de knoppen schieten hoop ik er voor Rikkert het beste van. Dat hij Mira het idee geeft dat hij haar wél begrijpt, dat hij een pilsje minder drinkt en dat hij en zijn gezin de volgende keer bij de Burger King gewoon aan een ongemakkelijk tafeltje gaan zitten.
Ik hoop voor hem dat de zon zijn mondhoeken optrekt en dat een paar zonnestralen ook zijn relatie mogen bereiken. Want tot dusver speelde Rikkert in de serie Connected de rol van de droevige, onbegrepen clown die afgeschminkt en wel zich in een Winschotens partycentrum bedenkt dat hij de mensen dan wel een leuke avond heeft gegeven maar dat het een verdomd eind rijden is, in je eentje, van die troosteloze feesthal naar het steenkoude bed in Haarlem.

woensdag 14 maart 2012

Twitterstilte

In het kielzog van al het moois dat de sociale media te bieden heeft doemen de eerste rafelrandjes ook al snel op. Vergelijk het met de katholieke kerk. Ontzettend veel mensen vinden hun heil bij deze organisatie maar dat dit gepaard gaat met de nodige rellen is inmiddels evident.

Het meest recente vuil onder de nagels van het medium Twitter luister naar de naam twitterstilte. ‘Twitterstilte’, het woord zegt het al, er wordt even niet getwitterd. Dit komt regelmatig voor bij grote rampen zoals recentelijk de ramp met de schoolbus vol kinderen in een Zwitserse tunnelbuis. Er zijn geen woorden om zo’n ramp te beschrijven dus ga ik mijn vingers daar ook niet aan branden maar onder een grote groep twitteraars heerst het idee dat een twitterstilte dan op zijn plek is.
Vandaag, 14 maart, was er om twaalf uur een twitterstilte van vijf minuten om stil te staan bij de gevolgen van de busramp. Ja, u leest het goed; vijf minuten. Vijf hele lange minuten niet twitteren. Wat een geweldige opoffering van de twitteraars onder ons om dit avontuur, vijf minuten niet twitteren, aan te gaan.
Onzin natuurlijk. Een twitterstilte is niets meer of minder dan een pedanterie van mensen die menen zo belangrijk te zijn dat het wat uitmaakt wanneer zij vijf minuten de toetsten van hun toetsenbord niet beroeren om een tweet de digitale snelweg op te sturen.

Remco Braamhaar uit Zeewolde, Frans Tillekens uit Gorinchem en Tanja Atsma uit Hoogenzand, allemaal twitterden zij vijf minuten niet. Maar waren ze dan ook echt met hun gedachten bij de slachtoffers en de nabestaanden? Ik vrees van niet. Vijf minuten is precies genoeg voor het roken van een sigaretje of het beleggen van een goedgevulde boterham. Vijf minuten is ook genoeg om even naar het toilet te gaan of al het zinnige nieuws uit de Telegraaf tot je te nemen. Niet bezig zijn met dat wat er in Zwitserland gebeurt maar gewoon vijf minuten ‘ff’ iets anders doen. Om je vervolgens goed te voelen over de manier waarop jij, o belangrijke twitteraar, maar liefst vijf minuten lang jezelf in moest houden om te twitteren.

De twitterstilte is het moderne equivalent van de aloude weesgegroetjes geworden. Stiekem hoop ik op de digitale variant van de malloot die de herdenking op de Dam verstoorde met zijn schreeuw op vier mei om acht uur. Met ditmaal niet als doel noch als gevolg om mensen over de dranghekken heen te jagen maar om de grote groep twitteraars, die werkelijk menen dat hun twitterstilte ook maar iets met ethiek te maken heeft, even een reset te geven.

woensdag 7 maart 2012

Gogol!

Mijn Parijse neefje en nichtje zijn nu twee jaar en drie maanden en op een leeftijd aangekomen dat ze niet alleen woorden leren maar ook beginnen te kopiëren wat ze van anderen horen. Oppassen dus op je taalgebruik als de twee in de buurt zijn. Dubbel oppassen zelfs omdat ze zowel met de Franse als de Nederlandse taal worden opgevoed.
Als volwassene heb je dat nog wel in de hand maar wat te doen met woorden die ze overnemen van leeftijdsgenoten?
Nooit bij stil gestaan totdat ik van het weekend neefje M. het woord ‘gogol’ hoorde uitspreken in perfect en accentloos Frans. T was mij niet opgevallen als mijn zus niet meteen op hem af was gestapt om hem te melden dat hij dat toch maar beter niet kan zeggen. Gogol, zo liet ik mij vertellen, is het Franse equivalent van het Hollandse mongool. Kennelijk hebben neefje M. en nichtje B. dit ergens op de crèche opgepikt en de oeroude wet, dat wanneer iets niet mag het dus des te lekkerder is, ging hier ook op: het werd meerdere malen herhaald.

Zaterdag gingen we naar een klein speeltuintje in het park dat grenst aan hun huis in het zuiden van Parijs. Tot mijn milde schrik zat op een van de toestellen een ‘echte’ gogol. Toen mijn nichtje het meisje naderde hield ik even mijn hart vast, want hoe leg je in vredesnaam aan de ouders van het meisje uit dat jouw nichtje al weet wat een mongool is en dat ook nog eens laat weten aan de mongool in kwestie, maar gelukkig hield nichtje B. zich in.

En natuurlijk kennen ze het verschil tussen gogols en niet-gogols nog niet. Dat bleek zondag toen neefje M. een zorgvuldig opgebouwde Duplotoren omduwde en op de reprimande van zijn moeder reageerde met een stoïcijnse blik en een gortdroog, en in accentloos Frans, uitgesproken: Gogol!