maandag 28 september 2009

Baby-Dump

Toegegeven. Misschien ben ik wat gevoeliger voor bepaalde titels van bepaalde winkelketens wegens de zwangerschap van mijn zus. Zou best kunnen. Maar zelfs als mijn zus niet zwanger zou zijn, nee, zelfs als ik geen eens een zus had maar een broer, en zelfs als ik niet eens een broer had maar gewoon twee hamsters die luisterden naar de namen Arie en Fred, dan nog zou ik 'Baby-Dump' een belachelijke naam voor een winkelketen vinden.
Tot gisteravond wist ik van het bestaan niet af totdat ik langs de A4 een filiaal van de Baby-Dump raasde. Nu begrijp ik ook wel waarom de winkel zo heet dus wat dat betreft is het een duidelijke titel maar het roept bij mij ook de associatie op van een jonge moeder die na een ongewenste zwangerschap, overlopend van verdriet, haar kind achterlaat bij een ziekenhuis in Utrecht. Of bij Vlaamse moeders die hun kind achterlaten in wat daar de vondelingenschuif heet.
Het ergste is nog dat er waarschijnlijk ook serieus over de naam is nagedacht. Bij mij borrelt dan de vraag op welke afgekeurde titels er de revue zijn gepasseerd maar laat ik voor deze vraag maar geen antwoord verzinnen.

Ik zie een tafel voor me waar een aantal mannen in gemakkelijk zittende kleding koffie uit plastic bekertjes drinken. De stilte wordt alleen doorbroken door het getik van de plastic roerstaafjes in de bekertjes. Een man gaat met zijn hand over zijn kin. Even denkt hij dat hij het heeft. Nog net op tijd slikt hij zijn suggestie weer in. Het is weer stil in het kamertje waar behalve de aanwezigheid van de heren ook een ficus staat die nodig water moet. Dan valt er een koffiebekertje om. Het bekertje, leeg gelukkig!, rolt naar de rand van de tafel en kiepert ervan af. Een van de mannen probeert het op te vangen maar is te laat. Het bekertje ligt inmiddels op het grijze tapijt. De man schuift zijn stoel naar achteren en helt voorover om het bekertje op te kunnen pakken. Zijn buurman geeft er nog een klein schopje tegenaan zodat de man zich nog wat verder moet strekken. Met een rood hoofd en het bekertje in zijn hand komt hij weer boven de tafel. 'Baby-Dump', zegt hij. De anderen, blij dat ze het kamertje met de halfdode ficus en het kunstlicht spoedig kunnen gaan verlaten knikken instemmend. 'Baby-Dump', mompelen een paar mannen en ze kijken elkaar tevreden aan.
'Lunch?', zegt de een.
'Lunch!', zeggen de anderen.

woensdag 23 september 2009

Stoelen en banken

Ik probeer het vaak onder stoelen of banken te steken. Maar soms, als er iets gebeurt dat me werkelijk raakt verschuiven de stoelen en banken en komt daar de moraalridder in mij onder vandaan. Een ridder op een houten paard weliswaar, met een tweedehands roestig en bot zwaard in de rechterhand terwijl ik linkshandig ben.
De stoelen en banken in mijn huis hebben gisteravond, om iets over tien, even getrild en geschud nadat ik op het journaal zag dat er weer een nieuwe film is uitgebracht die ons, mensen, moet wijzen op de gevaren van de klimaatsverandering en over het moordende tempo waarin wij, mensen, bezig zijn de natuurlijke energiebronnen de lucht in te schieten.
In de film 'The Age of Stupid' verteld een archivaris in het jaar 2055 als laatste mens op aarde vanaf een gesmolten Noordpool over de totale uitverkoop van grondstoffen in de tweede helft van de twintigste eeuw. En over de gevolgen die dat heeft gehad op het klimaat. De film ging onlangs in premiere in 62 landen waaronder Nederland. Ik denk niet dat ik ga. Ik weet niet of ik dat wel aankan. Je kijkt gedurende de film in een spiegel die je een lelijk spiegelbeeld voorschotelt. Als je jezelf niet ziet in de spiegel komt dat hoogstwaarschijnlijk door het bord voor je hoofd dat jou en de spiegel scheidt. Er moet iets veranderen. Zoveel is duidelijk. Maar dat kan alleen als we, ik, jij, hij, zij en ook de anderen dat echt willen.
De zin die mijn moraalridderschap tevoorschijn deed toveren onder de stoelen en de banken in mijn huis was:
"Hoe konden we zo lang denken dat we onszelf niet hoefden te redden?"
" Je zou haast denken dat we het niet de moeite waard vonden."

dinsdag 22 september 2009

Koninklijke zucht

Terug van weg geweest. Letterlijk en figuurlijk. Tijdens een heerlijke vakantie op het Griekse eiland Chios heb ik een excursie gemaakt naar de Turkse stad Izmir.
De stad is nogal groot. Het verschil tussen de kalmte van Chios en de hectiek in de miljoenenstad Izmir is er een van dag en nacht.
Vanaf Chios ging er een Tsjechische gids mee om ook de niet Engels sprekende Tsjechen van dienst te kunnen zijn. Tijdens de busrit naar Izmir vertelde een enthousiaste Turkse in het Engels over de bijzonderheden onderweg. Hetzelfde verhaal werd door de Tsjechische gids, Romana, vertaald. Maar altijd net iets minder enthousiast dan de trotse Turkse. 'Iets minder enthousiast' is eigenlijk te mild uitgedrukt. Het leek wel alsof Romana er geen enkele zin in had getuige de zucht die ze inzette voordat ze een nieuwe zin begon. De zucht, ook nog eens versterkt door een microfoon galmend door de bus, deed me denken aan dertig april toen koningin Beatrix eerst diep zuchtte alvorens haar gevoelige toespraak tot het volk te houden naar aanleiding van de gebeurtenissen in Apeldoorn. Romana had dezelfde zucht. Een koninklijke zucht.
Romana zuchtte onder andere over een oud kasteel, bovenop de heuvels van Izmir, dat door Alexander de Grote was bezocht. Het kasteel zelf was niet zo bijzonder. Iemand had het laatst over stoffige blokken. Nou, dit waren stoffige blokken. Er stonden nog wat muren en een poort en op het plein in het midden was een mini bazaar waar je door de lokale bevolking op de voor hun zo typische wijze, en de voor mij zo opdringerige wijze, naar de koopwaar werd geleid.
Buiten de kasteelmuur liepen jonge jongetjes helemaal niets te doen behalve zich te vervelen en te kijken naar onze witte bus alsof het de eerste bus was die ze ooit in hun leven hadden gezien. Op het moment dat we vertrokken waren de jongetjes er als de kippen bij om ons zwaaiend met hun middelvinger uitgeleide te doen. Vrolijk lachend en gesticulerend bleven zij achter tussen de stoffige blokken terwijl de bus, onder het gezucht van Romana, zich een weg door de nauwe straatjes richting de baai van Izmir baande.