Het is maandagmorgen. Gewoon een doodnormale maandagmorgen midden in de schoolvakantie.
Los van schrijven en acteren werk ik ook op een buitenschoolse opvang. Dat betekent dus opvang buiten school en in de vakantie houdt dat in dat er kinderen worden opgevangen van half acht in de ochtend tot half zeven in de avond.
Vanochtend was het maandagochtend, iets voor negenen, en ik zat met twee voor mij nog onbekende kinderen aan tafel. Broer en zus. Of eigenlijk grote zus en kleine broer. Ze had nog een broertje vertelde ze. En nog één maar die was dood. Verdronken toen hij nog een baby was. Zij was erbij. Amper twee jaar oud. Van haar vader had ze gehoord dat ze nog geprobeerd heeft hem uit het water te halen maar het ging niet meer. Er landde die dag een helikopter in de straat.
Elk jaar gaan ze op zijn sterfdag en op zijn verjaardag naar de begraafplaats waar haar broertje ligt. Met de auto want met de fiets is het te ver.
Het broertje dat naast haar zat had het ook over zijn overleden broer. Zijn overleden grote broer die hij nooit gekend heeft. Alleen maar van de verhalen, de foto’s en de bloemen op het graf.
Ik vroeg aan het meisje wat ze zou antwoordden als haar werd gevraagd hoeveel broertjes ze heeft.
‘Drie’, was haar stellige antwoord.
Ik moest terugdenken aan een documentaire die ik gisteren heb gezien. Over het verliezen van een broer of zus en hoe een ongelooflijke diepe impact kan hebben.
Het meisje bij mij aan tafel heeft het aan den lijve ondervonden. En ze ondervindt het nog steeds. Want tijdens het rekenen is ze snel afgeleid en moet ze aan haar broertje denken die bijna zeven jaar geleden verdronk. Met de juf is afgesproken dat ze, als het rekenen en de daarbij automatisch terugkerende herinneringen aan vroeger haar teveel worden, ze iets anders, iets leukers mag gaan doen.
Het was nog steeds maandagmorgen en nog niet eens negen uur en ik had er al een dag opzitten.
Maar ik wil haar bedanken voor de zoveelste bevestiging dat het werken met kinderen een buitengewone ervaring kan zijn waardoor grote, sterke en stoere mannen zich soms weer heel nederig kunnen voelen.
maandag 26 juli 2010
zaterdag 17 juli 2010
Juryhoppen
Er is onlangs in de diverse media gewag gemaakt van een oorlog tussen de talentenjachten op RTL4 en SBS6.
Bij een oorlog denk ik toch even aan iets heel anders. Ik denk dan aan, want ik ben van na dé oorlog, bermbommen, hopelozen in een woestijn van geweld en aan een verregend vliegveld in de buurt van Eindhoven waar te vaak een kist landt met de nationale driekleur daar bovenop.
Bij oorlog denk ik aan nog wel meer. In ieder geval niet aan de zogenaamde talenten en al helemaal niet aan de volgevreten jury's die de kanslozen tijdens de talentenjachten hun ongezouten commentaar menen te moeten geven.
Kúnnen de heren en dames van de jury hun toon dan niet matigen? Ja, natuurlijk wel. Maar ze doen het lekker niet, gewoon omdat het tegenwoordig heel normaal is om iemand tot op zijn enkels af te branden als deze kandidaat toevallig niet het geluk heeft omringd te zijn door mensen met enig muzikaal inzicht.
Tegenwoordig zit Henkjan Smits bij SBS6 en heeft Patricia Paay de overstap gemaakt van SBS naar de concurrent op 4. De talentenshows zelf lijken wel inwisselbaar want steeds vaker duiken dezelfde namen op in de diverse jury's. Zo kan je rustig Idols, X Factor en Holland's got talent jureren. Als je eenmaal in een jury hebt gezeten wil je kennelijk niet meer anders en hop je samen met je jurystoeltje van programma naar programma waarmee het begrip juryhoppen is geïntroduceerd.
Juryhopper van het eerste uur is de eerder genoemde Henkjan Smits. Onlangs blafte hij vragend naar een kandidaat waar deze zijn arrogantie vandaan haalde. Een gewaagde uitspraak voor iemand die altijd een antwoord klaar heeft, overal een mening over heeft en die midden in winter, als het pist van de regen, zijn zonnebril in het krullende haar laat staan. Smits mag nu zijn kanon leegvuren op de kandidaten die meedoen aan Popstars. Hij zit aan de ene hoek van de jurytafel. Aan de andere hoek zit Maurice Wijnen, een man met een gezicht alsof hij permanent ergens jeuk heeft. Tussen deze twee opgeblazen ego's zitten heel stilletjes Marc-Marie Huijbregts en Simone Walraven ingeklemd te wachten tot de live shows beginnen en het echte talent zich laat gelden.
Bij RTL4 zit Gordon in de jury. Want een jury zonder Gordon is een jury zonder Gordon maar meer nog een jury zonder banaliteiten, flauwe woordgrappen en meedogenloos en nodeloos kwetsend commentaar. Tja, en dat willen de programmamakers nou ook weer niet.
Er is echter ook een overeenkomst tussen de kandidaten zonder enig talent voor muzikaliteit en de ijdele juryleden. Ze willen allemaal beroemd worden. En als ze het al zijn, dan nog beroemder.
Koste wat kost.
Bij een oorlog denk ik toch even aan iets heel anders. Ik denk dan aan, want ik ben van na dé oorlog, bermbommen, hopelozen in een woestijn van geweld en aan een verregend vliegveld in de buurt van Eindhoven waar te vaak een kist landt met de nationale driekleur daar bovenop.
Bij oorlog denk ik aan nog wel meer. In ieder geval niet aan de zogenaamde talenten en al helemaal niet aan de volgevreten jury's die de kanslozen tijdens de talentenjachten hun ongezouten commentaar menen te moeten geven.
Kúnnen de heren en dames van de jury hun toon dan niet matigen? Ja, natuurlijk wel. Maar ze doen het lekker niet, gewoon omdat het tegenwoordig heel normaal is om iemand tot op zijn enkels af te branden als deze kandidaat toevallig niet het geluk heeft omringd te zijn door mensen met enig muzikaal inzicht.
Tegenwoordig zit Henkjan Smits bij SBS6 en heeft Patricia Paay de overstap gemaakt van SBS naar de concurrent op 4. De talentenshows zelf lijken wel inwisselbaar want steeds vaker duiken dezelfde namen op in de diverse jury's. Zo kan je rustig Idols, X Factor en Holland's got talent jureren. Als je eenmaal in een jury hebt gezeten wil je kennelijk niet meer anders en hop je samen met je jurystoeltje van programma naar programma waarmee het begrip juryhoppen is geïntroduceerd.
Juryhopper van het eerste uur is de eerder genoemde Henkjan Smits. Onlangs blafte hij vragend naar een kandidaat waar deze zijn arrogantie vandaan haalde. Een gewaagde uitspraak voor iemand die altijd een antwoord klaar heeft, overal een mening over heeft en die midden in winter, als het pist van de regen, zijn zonnebril in het krullende haar laat staan. Smits mag nu zijn kanon leegvuren op de kandidaten die meedoen aan Popstars. Hij zit aan de ene hoek van de jurytafel. Aan de andere hoek zit Maurice Wijnen, een man met een gezicht alsof hij permanent ergens jeuk heeft. Tussen deze twee opgeblazen ego's zitten heel stilletjes Marc-Marie Huijbregts en Simone Walraven ingeklemd te wachten tot de live shows beginnen en het echte talent zich laat gelden.
Bij RTL4 zit Gordon in de jury. Want een jury zonder Gordon is een jury zonder Gordon maar meer nog een jury zonder banaliteiten, flauwe woordgrappen en meedogenloos en nodeloos kwetsend commentaar. Tja, en dat willen de programmamakers nou ook weer niet.
Er is echter ook een overeenkomst tussen de kandidaten zonder enig talent voor muzikaliteit en de ijdele juryleden. Ze willen allemaal beroemd worden. En als ze het al zijn, dan nog beroemder.
Koste wat kost.
zaterdag 10 juli 2010
De Finale
Hét weekend van dé finale is aangebroken. Gelukkig tegen de Spanjaarden en niet tegen de Duitsers. Ik heb me sterk verbaasd over het valse sentiment dat er kennelijk nog steeds heerst tegen de Duitsers als het om voetbal gaat. Het merendeel van de mensen om mij heen die een sterke voorkeur voor Duitsland hadden in de finale, om de rekening van 1974 te vereffenen, was er nog niet eens in 1974. Uiteindelijk maakt het niets uit tegen wie je wereldkampioen wordt. Als je het maar wordt. En dan mag het zelfs met lelijk voetbal in een finale tegen een lelijke tegenstander als bijvoorbeeld Noord-Korea met de huilende Jong Tae-se in de spits. Noord-Korea dat overigens in het Engels wordt vertaald met Democratic People's Republic of Korea. Goed gevoel voor cynisme had de persoon die deze naam bedacht.
Voor mij is dé finale overigens al gespeeld. En wel op 25 juni 1988. Precies, de wedstrijd tegen de USSR tijdens het Europees Kampioenschap in het toenmalige West-Duitsland.
Ik was net twaalf en had die dag over het wad gelopen en gewaad van Lauwersoog naar Schiermonnikoog. Het water van de Waddenzee was steenkoud waardoor ik hele stukken vechtend tegen de tranen bij mijn vader op zijn nek heb gezeten.
In een café op Schiermonnikoog zag ik Gullit, zag ik Van Basten en hoorde ik Theo Reitsma zeggen dat het 'een goed stel is'. Maar wat mij het meest is bijgebleven van die finale is dat ik onbeperkt cola mocht drinken. Nooit heb ik meer cola gedronken dan tijdens die finale.
De dag erna liep ik met een vriendje door de buurt. Ik had van een stijve, veel te vaak gewassen en daardoor vaal geworden oranje handdoek een cape gemaakt en vierde de overwinning van het Nederlands Elftal. We waren kampioen maar nog meer dan dat had ik de dag ervoor ongelooflijk veel cola mogen drinken van mijn vader.
Zelf denk ik dat Spanje morgen gaat winnen. Ook voor mijn positie in de voetbalpoule zou dit geweldig zijn maar toch hoop ik op Nederland. Omdat ik ieder jongetje van twaalf het gun om voor een keer in zijn leven het idee te hebben dat alles mag en alles kan tijdens de finale van een groot voetbaltoernooi.
Voor mij is dé finale overigens al gespeeld. En wel op 25 juni 1988. Precies, de wedstrijd tegen de USSR tijdens het Europees Kampioenschap in het toenmalige West-Duitsland.
Ik was net twaalf en had die dag over het wad gelopen en gewaad van Lauwersoog naar Schiermonnikoog. Het water van de Waddenzee was steenkoud waardoor ik hele stukken vechtend tegen de tranen bij mijn vader op zijn nek heb gezeten.
In een café op Schiermonnikoog zag ik Gullit, zag ik Van Basten en hoorde ik Theo Reitsma zeggen dat het 'een goed stel is'. Maar wat mij het meest is bijgebleven van die finale is dat ik onbeperkt cola mocht drinken. Nooit heb ik meer cola gedronken dan tijdens die finale.
De dag erna liep ik met een vriendje door de buurt. Ik had van een stijve, veel te vaak gewassen en daardoor vaal geworden oranje handdoek een cape gemaakt en vierde de overwinning van het Nederlands Elftal. We waren kampioen maar nog meer dan dat had ik de dag ervoor ongelooflijk veel cola mogen drinken van mijn vader.
Zelf denk ik dat Spanje morgen gaat winnen. Ook voor mijn positie in de voetbalpoule zou dit geweldig zijn maar toch hoop ik op Nederland. Omdat ik ieder jongetje van twaalf het gun om voor een keer in zijn leven het idee te hebben dat alles mag en alles kan tijdens de finale van een groot voetbaltoernooi.
donderdag 8 juli 2010
Beesies

Op de voorpagina van het Haarlems Dagblad stond afgelopen maandag een opvallend bericht. Tussen alle wereldellende door werd bericht dat Albert Heijn zijn klanten oproept om na het WK de Beesies weer terug naar de winkel te brengen zodat deze pluizige allemansvriendjes een tweede leven kunnen krijgen.
Albert Heijn dacht er bijvoorbeeld aan om ze naar ontwikkelingslanden te sturen.
Fantastisch idee.

Het doet me denken aan de mevrouw die tijdens de nasleep van de ramp op Haïti allerlei DVD's naar dat land opstuurde maar zich even niet realiseerde dat daar ook de televisietoestellen onder het puin lagen.
Ik kan me zo voorstellen dat de kinderen in de ontwikkelingslanden en déja-vu krijgen als ze weer met de Beesies in hun handen staan en denken: 'He, daar waren we toch net vanaf, van die niesopwekkende, net iets te fel gekleurde ondingen? De blaren op mijn vingers zijn net weer een beetje hersteld!'
Het is natuurlijk een prachtig idee van Albert Heijn om iets naar deze landen te sturen maar volgens mij hebben ze winkels vol producten waar de bevolking blijer mee is dan met een Beesie.
Want wat moet je ermee? Het Beesie vastbinden aan de haak van een hengel en dan gaan vliegvissen boven een woestijn? Of het tegen beter weten in toch maar proberen op te eten met een fluorescerende haarbal als gevolg?
Een beetje potsierlijk is het wel wanneer je na het WK je Beesie terug gaat brengen onder het mom van 'we hebben er nu niets meer aan, misschien kunnen ze er in Afrika iets mee.'
Overigens blijft het in politiek Den Haag wel erg stil. Zeker van een partij, sorry beweging, als de PVV had ik wel kamervragen in een spoeddebat verwacht. Zij zijn toch tegen ontwikkelingshulp? Of zou zelfs de PVV begrijpen dat de actie van Albert Heijn meer lijkt op een treurige, decadente grap dan op een goedbedoeld gekleurd verzetje voor die arme kinderen in de armste landen?
Abonneren op:
Posts (Atom)