Esmée Piek
‘Ja! Ja, ik wil!’, had Jasmijn zojuist nog over heel Parijs uitgeroepen. De echo van haar stem was
net bestorven tegen het ijzer van de Eiffeltoren. Nu stond ze bleek en met holle ogen voor hem.
Samen hadden ze de foto’s bekeken die een Japanse toerist van hen had gemaakt. Een foto van
een dolgelukkige Sven die Jasmijn net ten huwelijk had gevraagd. Daarna een foto van Sven die
Jasmijn in zijn armen droeg. Daarna de foto die alles veranderde. ‘Sven,’ vroeg Jasmijn met een droge mond, ‘waarom heb jij déze foto van Esmée Piek in jouw telefoon?’
De hand had waarmee hij zijn mobiel vasthield en de foto had gemaakt bleef na de klap tussen het
leven en de dood nog even in de lucht hangen. Sven was bang voor het beeld dat hij te zien zou
krijgen. Het lichtgevende schermpje gaf een haarfijn beeld van het meisje dat hooguit zestien jaar
was. Ze stond met een kaarsrechte rug op de spoorwegovergang. In haar rechterhand de fietssleutel
waarmee ze even daarvoor haar fiets op slot had gezet. Sven had afgedrukt op het moment dat de
locomotief minder dan een halve meter van het meisje was verwijderd. Haar laatste ademtocht
stokte in de stilte van zijn foto. Om hem heen stonden omstanders in een geur van verschroeid vlees
naar hun mobiele telefoons te staren. Ze waren afgekomen op het gerucht dat er iemand op het
spoor stond. Niemand had geprobeerd haar op andere gedachten te brengen. Een aantal jongens
hadden haar zelfs uitgedaagd door te roepen dat ze het toch niet zou durven. Maar ze durfde wel en
was blijven staan. Tot het moment dat de locomotief haar als een bokser met een loden vuist uit het
leven had geslagen.
De dag erna haalde de zelfmoord van Esmée Piek de voorpagina’s van alle kranten. In korte tijd
hadden meerdere pubers een eind aan hun leven gemaakt nadat ze hadden besloten dat de
pesterijen voor altijd voldoende waren geweest. De grootste krant van Nederland vroeg omstanders
zich te melden. Liefst met een foto van de situatie. Sven belde op nadat hij voor zichzelf had
uitgemaakt dat ze de foto wel mochten publiceren maar alleen tegen betaling. Vijftienhonderd euro
wilde hij hebben. En Jasmijn mocht absoluut van niets weten. Nog geen minuut nadat hij de foto
had verstuurd werd hij al gebeld. De redactrice van de krant was lyrisch. Het bedrag was geen enkel
probleem. Wel was ze nieuwsgierig of Sven al een bestemming had gevonden voor het geld.
‘Ja’, zei Sven vastbesloten en sprak voor het eerst hardop zijn droom uit, ‘ik ga mijn vriendin ten huwelijk vragen. Bovenop de Eiffeltoren. Midden in Parijs. De stad van de liefde.’