Het interieur van
deze cafetaria stamt nog uit de tijd dat mensen zonder enige vorm van creativiteit
én gebukt onder een lichte depressie aan de slag gingen met de inrichting. Op
de grond ligt bruin tapijt dat zo stug is als paardenhaar en dat er al lag toen
ik in 1976 werd geboren. De houten
stoelen bij de tafels, waar dikke Perzische kleedjes op liggen, hebben nooit
lekker gezeten.
Kijkend naar het interieur, en daaruit concluderend dat de
zaak niet echt met de tijd was meegegaan, informeerde ik of ik met pin kon
betalen. Dat kon. Revolutie! De dame achter de met tl verlichte vitrines waarin
de snacks geduldig op het frituurvet lagen te wachten vroeg mij wat ik wilde
drinken. Een koffie en een cappuccino antwoordde ik.
‘Mot je er niks bij ete?’ Ik keek naar links. Daar stond Ed,
hoekig, onvriendelijk, nors, die mij kennelijk net gevraagd had of ik ook bij
de koffie iets wilde gebruiken. Ik keek naar de vitrines. Naast de diepgevroren
frikadellen en kroketten lagen er ook de slaatjes die in de jaren ’80 óntzettend
populair waren. Omdat het slaatje vooral bestond uit een bol huzaren salade met
daarover een diarreedunne mayonaise, een vochtig ei en wat fijn gesneden
worteltjes, bedankte ik vriendelijk. Ed zuchtte opzichtig. Ik maakte aanstalten
om de automatenkoffie met pin af te rekenen. Ed schuifelde dichterbij en siste
de vrouw toe dat ze wel moest vragen of de klanten niet ‘contant kenne betale’.
Ze antwoordde dat ik speciaal had gevraagd of ik met pin kon betalen. Voor Ed
was dit nog niet genoeg. ‘Ja maar’, vervolgde hij, ‘de meeste mense hebbe wel
cash bij zich hoor.’
Ik niet Ed, ik niet.
Vlak voor vertrek ging ik even naar het toilet. Naast de
ingang zaten twee mensen lusteloos naar de fruitautomaten te kijken waar ze al
sinds 1963 van alles inwerpen. Eerst guldens, daarna euro’s en tenslotte hun
geluk. Mijn vriendin vertelde dat bij de damestoiletten een van de twee wc’s was
gereserveerd voor het personeel. Ik dacht even terug aan de vrouw achter de
vitrines. En aan de slaatjes. Het eten van zo’n slaatje, zo bedacht ik me,
staat garant voor twee uur ongekend plezier op het toilet. Dan is het wel zo
lekker om op je eigen toilet los te kunnen gaan.
We klikten ons weer vast in de pedalen van onze racefietsen.
Terwijl de zon steeds feller begon te branden dacht ik nog even terug aan Mr Ed
en zei ik tegen mezelf ‘misschien zit er
wel een klein blogje in’.