De eerste maanden leefde ik van wat spaargeld in de hoop weer snel werk te vinden maar ook omdat ik op zag tegen golf van bureaucratie die over je heen spoelt als je een uitkering aan wil vragen. Bij het UWV zal dit wel bekend staan als een ontmoedigingsbeleid. Voor mij dekt de term ‘bloeddrukverhogende bureaucratische boekhoudellende’ de lading beter.
Toen ik uiteindelijk toch naar het UWV moest stond ik op mijn aller representatiefst in de rij voor de balie waar een hoogst merkwaardig uitgedost vrouwspersoon de mensen voor mij te woord stond. Haar interpretatie van het woord ‘representatief’ klopt als een bus in een wereld die wordt geregeerd door trollen en demonen en waar continu loeiharde gothic muziek uit de speakers klinkt. Misschien is het wel omdat ik in een parallel universum leef waar de mensen op een andere manier gekleed ga dan in het hare waardoor ze mijn aandacht trok. Om haar zwarte outfit te vervolmaken had ze twee stokjes van steenkool over haar oogleden en wenkbrauwen uitgesmeerd waardoor het geheel een buitengewoon sombere uitstraling kreeg. Ik werd er niet vrolijk van. Maar misschien viel ook haar klederdracht wel binnen het ontmoedigingsbeleid van de uitkeringsinstantie.
Het dieptepunt was echter nog niet bereikt. De uitkeringsgifbeker moest helemaal leeg en dat gebeurde in de vorm van speeddaten. Speeddaten? Ja, speeddaten met uitzendbureaus. In een klein en grijs zaaltje waar de koffie dezelfde temperatuur had aangenomen als de temperatuur van het zaaltje zelf. In deze crematoriumsetting zag ik een aantal statafels met daarachter de opgewekte jongens en meisjes van de uitzendorganisaties die wel wat zagen in het speeddaten. ‘Zij wel’, dacht ik.
Na twintig minuten obligaat geklets, je moest wel komen want anders zou er een sanctie volgen, liep ik als een geslagen hond weer naar buiten. De reacties van de jongens en meisjes van de uitzendorganisaties kwamen min of meer elke keer op hetzelfde neer. De eerste reactie is vaak een gilletje van ingetogen enthousiasme als ze horen wat ik allemaal op mijn cv heb staan. Bij de tweede reactie zakken de wenkbrauwen weer en komt men al snel tot de conclusie dat er met mijn cv weinig zeeën kunnen worden bevaren in de uitzendwereld. Men heeft daar nog de verzuilde blik die Nederland kenschetste in de jaren ’50. Wanneer je niet in de zuil productie (lopende band) , administratie (een oogafwijking oplopen door te staren naar Excel), horeca (afwasser in een spoelkeuken) of techniek (iets met solderen) bent onder te brengen wordt het buitengewoon lastig.
Nou is verdrinken in zelfmedelijden gelukkig niet mijn sterkste kant en heb ik inmiddels, op eigen kracht, leuk werk. De gedachte aan het speeddaten was al weer wat naar de achtergrond gedrukt totdat mijn vader, een rijzige zestiger, door gekonkel en smerig getruc op zijn oude werk ook zijn baan verloor en hetzelfde traject als ik moest gaan doorlopen. En daar hoorde ook het onappetijtelijke speeddaten weer bij. Dat vind ik niet alleen sneu voor hem maar ook een belediging aan het adres van iemand die ruim 35 dienstjaren erop heeft zitten. Gelukkig heeft ook hij op eigen kracht weer een baan kunnen vinden en is hem deze ellende verder bespaard gebleven.
Gisteren las ik in HP/De Tijd dat ook veel werknemers van het UWV zelf slachtoffer worden of zijn geworden van de draconische bezuinigingsmaatregelen van dit rechtste kabinet. Ook zij zullen dus moeten aankloppen bij hun oude werkgever met het verzoek een uitkering te mogen ontvangen. Het is te hopen dat tegen die tijd het malle speeddaten voor goed tot het verleden behoort.