maandag 26 juli 2010

Maandagmorgen

Het is maandagmorgen. Gewoon een doodnormale maandagmorgen midden in de schoolvakantie.
Los van schrijven en acteren werk ik ook op een buitenschoolse opvang. Dat betekent dus opvang buiten school en in de vakantie houdt dat in dat er kinderen worden opgevangen van half acht in de ochtend tot half zeven in de avond.
Vanochtend was het maandagochtend, iets voor negenen, en ik zat met twee voor mij nog onbekende kinderen aan tafel. Broer en zus. Of eigenlijk grote zus en kleine broer. Ze had nog een broertje vertelde ze. En nog één maar die was dood. Verdronken toen hij nog een baby was. Zij was erbij. Amper twee jaar oud. Van haar vader had ze gehoord dat ze nog geprobeerd heeft hem uit het water te halen maar het ging niet meer. Er landde die dag een helikopter in de straat.
Elk jaar gaan ze op zijn sterfdag en op zijn verjaardag naar de begraafplaats waar haar broertje ligt. Met de auto want met de fiets is het te ver.
Het broertje dat naast haar zat had het ook over zijn overleden broer. Zijn overleden grote broer die hij nooit gekend heeft. Alleen maar van de verhalen, de foto’s en de bloemen op het graf.
Ik vroeg aan het meisje wat ze zou antwoordden als haar werd gevraagd hoeveel broertjes ze heeft.
‘Drie’, was haar stellige antwoord.
Ik moest terugdenken aan een documentaire die ik gisteren heb gezien. Over het verliezen van een broer of zus en hoe een ongelooflijke diepe impact kan hebben.
Het meisje bij mij aan tafel heeft het aan den lijve ondervonden. En ze ondervindt het nog steeds. Want tijdens het rekenen is ze snel afgeleid en moet ze aan haar broertje denken die bijna zeven jaar geleden verdronk. Met de juf is afgesproken dat ze, als het rekenen en de daarbij automatisch terugkerende herinneringen aan vroeger haar teveel worden, ze iets anders, iets leukers mag gaan doen.
Het was nog steeds maandagmorgen en nog niet eens negen uur en ik had er al een dag opzitten.
Maar ik wil haar bedanken voor de zoveelste bevestiging dat het werken met kinderen een buitengewone ervaring kan zijn waardoor grote, sterke en stoere mannen zich soms weer heel nederig kunnen voelen.