Maar dan in Haarlem.
Op de brug die de Kruisstraat over de Nieuwe Gracht brengt zit bij goed weer altijd een vrouw accordeon te spelen.
Haar repertoire is beperkt. Zeer beperkt. Het heeft zich beperkt tot één lied en daar dan weer één refrein van: Sous le ciel de Paris geschreven door twee voor mij volledig onbekende Fransen maar wereldberoemd geworden door de uitvoering van Edith Piaf.
Het refrein speelt de vrouw niet zoals het gespeeld moet worden. Er zit een raar hupje in haar versie van het lied.
Zojuist, na het boodschappen doen, stond de wind zo dat ik haar verwoede pogingen tot het spelen van dat ene refrein honderden meters verder nog kon horen. De klanken achtervolgden mij en haalden me in via het water van de gracht tot ze uiteindelijk in het Spaarne werden gesmoord.
En toen, toen keek ik omhoog. En waande me zowaar even in Parijs. Onder de Parijse hemel. Dicht bij mijn familie; mijn zus en zwager en mijn prachtige neefje en nichtje. Het was een kort moment, niet langer dan een paar tellen, maar het was er één!
Terwijl ik de bocht omliep en de accordeon niet meer hoorde speelde het deuntje zich af in mijn hoofd. Langzaam kreeg het de originele melodielijn weer terug en kwamen er wat voorzichtige coupletten bij.
Sous le ciel de Paris.
Maar dan in Haarlem.