maandag 27 juli 2009

Met de bus

Ik zit vaak, en naar mijn mening iets te vaak, in de bus. Niet zomaar een bus waar je voorin bij de chauffeur instapt maar een bus waar je ook bij de andere deuren naar binnen kan en zelf je strippenkaart af mag stempelen. Je kan er ook afrekenen met je OV Chipknip maar dat apparaat werkt de helft van de tijd niet, net als de monitoren in de bus die de haltes aangeven.
Tijdens het frequent reizen met de bus raak je gewend en bijna immuun voor de kleine onhebbelijkheden die het busreizen met zich meenemen. Je zucht een keer als een chauffeur veel te hard optrekt wanneer je nog niet zit of je schudt een keer met je hoofd als hij net iets te hard remt waardoor de passagiers bijna tegen de zitting van de persoon voor hun slaan.
Misschien is er wel eens een binnensmondse vloek als je de aansluiting mist omdat de chauffeur van de door jouw begeerde bus het niet nodig vindt even te wachten terwijl je aan komt rennen. Soms zelfs een ruimhartige vloek als je aan komt rennen, de bus wegrijdt, jij op de ramen bonkt, en de chauffeur doet alsof hij niets hoort. Wellicht horen sommige chauffeurs het niet. Anderen mogen van hun baas niet stoppen en er is ook een slag dat wel eens aan passagiertje pesten doet.

Vanochtend kwam ik in contact met een, voor mij, nieuw type chauffeur. Ik heb de hele dag de tijd gehad om deze man een kwalificatie mee te geven om te duiden wat voor figuur het was. Maar de hele dag zoemde er maar een woord door mijn hoofd: Lul.
De buschauffeur van vanochtend was een lul.
Ik realiseer me dat dit een grove belediging is voor de man die gewoon zijn werk doet maar geloof me, het was een lul.

Toen ik aankwam bij mijn overstaphalte zag ik de bus die ik wenste te nemen net wegrijden. Tragisch maar helaas went het want het gebeurt vaker niet dan wel dat een bus even wacht. Na een klein kwartiertje wachten stopt de volgende bus voor mijn neus. Dat wil zeggen dat de achterdeuren recht voor mij waren. Ik maakte twee kleine passen en drukte op de knop om de deuren te laten openen. Er gebeurde niets. Nou ja, niets, de bus kwam in beweging. Even dacht ik dat de bus een klein stukje verder zou rijden omdat ie redelijk achteraan het busperron stond maar niets bleek minder waar. De bus, met de lul als chauffeur, versnelde en ik rende met in mijn ene hand mijn rugtas en in de andere een krant met de bus mee. Kennelijk rende ik sneller dan de bus want ik presteerde het om bij de deur van de chauffeur te komen. Deze remde en opende zijn deuren. Ik zei dank je wel. Hij zei niets tegen mij want hij was in een korte discussie verwikkeld met een oudere dame die ook bij de halte was ingestapt.

De laatste flarden van de discussie ving ik op en ik bemerkte dat deze over mij ging. De chauffeur zei: 'Ja, maar hij zat gewoon in dat hokkie'. Dat klopt. Daar heeft de chauffeur een punt. Ik zat, zoals klaarblijkelijk in de beleving van deze chauffeur zoals zovelen rustig mijn krant te lezen in een bushokje om daarna de fiets naar mijn werk te nemen. Ik stond ook niet met mijn armen zwaaiend op de busbaan. Noch probeerde ik met rooksignalen de aandacht de van lul achter het stuur te trekken. Ik ging er vanuit dat, als er een bus voor je neus stopt en dat je op het knopje 'deuren open' drukt, dat dit dan ook gebeurt. Kennelijk naïef, ook voor iemand die bijna dagelijks met de bus reist.

Voor zover ik mezelf ken ben ik geen agressief persoon. Ik zal niet snel verhaal gaan halen bij de chauffeur. Nee, ik mompel zelfs goedemorgen tegen de zak achter het stuur. Maar helaas zijn er ook uitzonderingen. Passagiers die het de chauffeurs lastig maken door ze te beschimpen, of erger nog, te bespugen of ze anderzijds geweld aandoen. Dit is nooit goed te praten. Je blijft van de chauffeur af. Maar soms, heel soms kan ik begrijpen waarom er mensen zijn die zo uit hun slof kunnen schieten. Met dank aan de lul van vanochtend.