Natuurlijk.
Kenny van Hummel.
Kenny, bijnaam Hummeltje, is beroemd geworden door zijn gezwoeg in de bergen met in zijn kielzog de bezemwagen. 'Kenny en de bezemwagen', het klinkt bijna als een schelmenroman. Van Hummel werd letterlijk omhoog geschreeuwd door een alsmaar groter groeiende schare fans die massaal riepen dat 'Hummeltje' niet op mocht geven.
Niet alleen in Nederland maar ook in het buitenland kreeg men lucht van deze titanenstrijd. Zelfs Lance 'The Boss' Armstrong twitterde dat hij groot respect had voor Kenny van Hummel.
Wat men nogal eens vergeet is dat bijvoorbeeld ook Andreas Klier, Cyril Lemoine, Albert Timmer en Marco Bandiera zich half kotsend over de bergreuzen heen vochten.
Maar Kenny is door zijn karakter, of zoals hij zelf zegt; karachter, de perfecte anti-held. Een jongen van het gewone volk die nu, tegen betaling, het startschot mag lossen bij het eerste criterium na de Tour in Boxmeer. Hummeltje kan zelf niet meerijden omdat hij in een afdaling zo ontzettend hard tegen het asfalt smakte dat, volgens zijn ploegleider, 'zijn knie ervan open spatte'. Parijs zal Van Hummel in deze Tour in ieder geval niet meer halen. Als ik hem een bescheiden tip mag geven zou ik de volgende keer sowieso met de Thalys naar Parijs gaan. Dat scheelt een heleboel bloed, zweet, tranen en blikjes Fanta.
Een titel heeft Hummeltje wel overgehouden aan zijn gevecht in de Franse, Spaanse, Italiaanse en Zwitserse bergen. Hij is door de Franse sportkrant L'Equipe uitgeroepen tot slechtste klimmer ooit in de Tour de France. Die titel kan hij dan maar mooi in het rugzakje van zijn blauw-witte wielertruitje steken.
We zouden bijna vergeten dat Van Hummel toch echt wel een aardige fietser is. Hij werd maar mooi tweede bij het laatste NK en is waarschijnlijk de beste sprinter van Nederland op dit moment. Maar ook daarin zit het Hummeltje niet mee. Sprinter te zijn in het tijdperk dat later als het Cavendish-tijdperk uitgeroepen zal worden is weinig eerzaam voor Van Hummel. Kenny, de eenzame fietser, die kromgebogen over zijn stuur tegen de wind zichzelf een weg baant tegen die alsmaar hoger wordende bergen.