zondag 23 november 2008

Zo!

Gisteravond naar Quatum of Solace geweest. De nieuwe James Bondfilm is een absolute aanrader met ontzettend veel spectaculaire actiescènes. Ik ga natuurlijk niet teveel verklappen maar uiteindelijk komt het goed.
Al die actiescènes hadden ook z’n invloed op mijn buurman in de uitverkochte bioscoop. Na elk schot dat er viel, na elke achtervolging of na elke knokpartij sloot de man naast mij de scène af met een stevig: ‘Zo!’ Om te weten hoeveel bloedstollende scènes er in de film zitten had ik ook gewoon mijn ogen kunnen sluiten en het aantal ‘Zo’s!’ van mijn buurman kunnen tellen.
Gelukkig niet gedaan natuurlijk, dan had ik echt wel wat gemist! Zo!

donderdag 6 november 2008

Jitse...

Toegegeven, de beste stuurlui staan aan wal waarmee ik mezelf meteen de wind uit de zeilen haal. Jitse Schipper staat, hoe kan het ook anders met zijn achternaam, op het schip waar wij veilig op kant vanuit de heup met scherp op kunnen schieten.

Ik heb dan ook even getwijfeld of ik hier wel iets over zou schrijven. Even duurt bij mij niet zo lang en in het geval van Jitse was ik er snel uit. Jitse kiest er zelf voor om op een podium te gaan staan en heeft gisteren laten merken intelligent genoeg te zijn om aan te kunnen voelen wanneer iets echt niet werkt.

Jitse trad gisteravond aan als één van de kandidaten voor het Amsterdams Kleinkunstfestival en was dus in de running om het concours om de Wim Sonneveldprijs te winnen. Ik schrijf bewust ‘was’ omdat ik me niet kan voorstellen dat Jitse door is naar de volgende ronde.

Jitse is een denker en wil dat graag met het publiek delen. Op zich niks mis mee maar de manier waarop hij dat doet is dat wel. Kleinkunst hoeft niet persé om te lachen te zijn maar wanneer het grappig bedoeld is en het dat helemaal niet is wordt het pijnlijk. En in het geval van Jitse heel pijnlijk. Nee maar echt, heel heel pijnlijk. Nog niet eerder heb ik met zoveel plaatsvervangende schaamte naar een podiumkunstenaar gekeken. En ik was niet de enige. Het was doodstil in de zaal.
Totdat iemand genoeg had van zijn flauwe, misplaatste en gedateerde grappen want toen hij begon over Breezersletjes riep iemand uit het publiek diep vanuit de onderbuik dat dit al drie jaar geleden is. Jitse was even uit het veld geslagen, applaudisseerde lafjes voor het commentaar en vervolgde zijn exercitie.

Jitse had ook een blokje publieksparticipatie ingebouwd en de vrouw die zo moedig was het spel mee te spelen werd door Jitse op een niet al te fijnzinnige manier keihard de grond ingeboord. De jongen die voor mij zat dook van ellende diep weg in zijn capuchon.

Er ging een zucht van verlichting toen het licht uitging en Jitse van het podium afliep. Een bescheiden applaus viel hem ten deel maar des te zuurder was de constatering dat het nog niet voorbij was. Meneer had nog wat meer te schelden en te misgrappen en maakte de tijd die voor deze ronde stond, namelijk tien minuten, helemaal vol. Het waren ongeveer de langste tien minuten uit mijn leven.

Misschien ben ik veel te hard en te oordelend. Zoals ik al eerder aangaf staan de beste stuurlui aan wal. Ik heb nog nooit deelgenomen aan zo’n festival. Vandaar deze link naar een eerdere conference van Drentse Jitse. Kijk en oordeel zelf. En dat die grap over die antiloop al eens eerder is gedaan door Theo Maassen, ach, daar maak ik mij als stuurman op de wal al niet eens meer druk om.
Ik zwaai graag het schip uit waarop Jitse zijn achternaam eer aan doet.

http://www.youtube.com/watch?v=Vfo6tKCrg_g

dinsdag 4 november 2008

Bergen aan Zee


Zo is ie nou eenmaal gebakken...

Mijn dag begon vroeg want om kwart voor negen zat ik al in de wachtkamer van het ziekenhuis voor een afspraak met een orthopeed. Na anderhalf jaar geklooi aan de rechterknie maar eens kijken of het met grover geschut op te lossen valt door er een heus chirurg naar te laten kijken.

Om kwart voor tien zat ik trouwens nog steeds in de wachtkamer van het ziekenhuis en om tien uur ook. En dit terwijl patiënten die na mij waren binnengekomen al lang weer naar huis waren. Misschien, dacht ik even, heeft dat wel met mijn status te maken.

Toen ik me meldde bij de balie bleek namelijk dat ik nog geen status had verworven. 32 Jaar voor niets gevochten schoot het kort door mijn hoofd maar de status had gelukkig betrekking tot het patiënt -zijn. Een gerustelling waar ik meer dan een uur in alle rust van kon genieten in de steriele wachtkamer. Ik besloot toch maar even te checken waarom het zo lang duurde. De oplossing voor mijn wachten was vrij snel gevonden. Mijn map, met daarin een smetteloos leeg dossier, lag niet tussen de mappen die de artsen oppakten om een nieuwe patiënt af te roepen, maar lag ergens op een stoel in de hoek.

Na de vondst van mijn dossier werd ik zeer snel opgeroepen door de arts. De man stelde zich met zijn achternaam voor en werd in zijn kielzog gevolgd door een spichtige arts in opleiding. De chirurg ging voortvarend te werk. Dat wil zeggen dat hij mij niet liet uitspreken en me halverwege een antwoord op zijn vraag onderbrak met een nieuwe vraag. Zijn laatste vraag klonk meer als een bevel: Trek je broek even uit, dan kan ik er even naar kijken. (Ik had toch geschreven dat ik voor mijn knieën kwam toch? Om elke vorm van misverstand maar vast in de kiem te smoren)

Op zijn verzoek liep ik wat heen en weer in de kleine spreekkamer terwijl de chirurg en zijn assistent aandachtig naar mijn knieën keken. Toen richtte de chirurg het woord tegen zijn assistent die hij daarvoor, in woord en gebaar, nog had genegeerd.
‘Kijk, hij heeft opvallend weinig kuit voor een grote man.’ Hij liet er nog een paar latijns-medische termen op volgen maar mijn gedachten waren bij mijn kuiten. Kennelijk had ik weinig kuit voor een grote man? Toen ik het hardop herhaalde antwoordde de arts dat het voor mij toch niet te eerste keer was dat ik dat hoorde? Eh, ja, dat was het wel. Er is volgens mij niet zoveel mis met mijn kuiten. Ik heb nog nooit klachten ontvangen over mijn kuiten of klachten gehad aan mijn kuiten. Mijn kuiten zijn prima dacht ik bij mezelf.

Toen ik vlak voor de arts stond keek hij naar mijn voeten en haalde een medische term aan die ik wel snapte: Charlie Chaplin voeten. Ik keek naar beneden en zag inderdaad dat mijn voorvoeten wat naar buiten stonden. ‘Maar zo is ie nou eenmaal gebakken’ luidde het commentaar van de chirurg. Ik ben gebakken met dunne kuiten, opmerkelijk dunne kuiten, en Charlie Chaplin voeten.

Voor de zekerheid maar even foto’s laten maken waarop gelukkig niets te zien was en weer herhaalde de man dat ik ‘nou eenmaal zo gebakken ben’. Ik keek even naar de leerling die bevestigend knikte naar zijn meester en hoopte maar dat hij in de toekomst zijn patiënten op een iets andere manier zal gaan behandelen.

Terwijl ik dit schrijf kruipt de middag voorbij en bedenk ik me terloops wat ik zal gaan eten vanavond. Ik denk dat ik wat ga koken. Zo ben ik nou eenmaal gebakken.