donderdag 15 november 2012

Vrede

Moet de Israëlische president Shimon Peres zijn Nobelprijs voor de Vrede, die hij kreeg in 1994 samen met Rabin en Arafat, teruggeven? Ik vind van wel. In mijn ogen ben je zo een prijs onwaardig op het moment dat je accepteert om aanvallen uit te voeren in Gaza waarbij onschuldige burgers, waaronder kinderen, de dood vinden. Natuurlijk, Palestijnse militanten hebben Israël aangevallen en ik kan me zelfs voorstellen dat je je wilt wreken. Helemaal als je Benjamin Netanyahu heet en graag opnieuw wil worden verkozen tot premier van het land Israël. Maar de president die dit spelletje meespeelt is een Nobelprijswinnaar onwaardig. Misschien kan de commissie in Noorwegen besluiten de prijs terug te vorderen? Armstrong deed iets wat niet mag en is zijn prijzen kwijt. Waarom niet hetzelfde voor iemand die oorlogsmisdaden begaat? Als ambassadeur van de vrede heeft Peres zijn krediet inmiddels ruimschoots verspeeld.

Gisteren stond ik in Haarlem voor een muur waarop alle namen van de uit mijn stad gedeporteerde en vermoorde Joden stonden vermeld. Soms hele families die op dezelfde dag werden vergast in Auschwitz of Sobibor. Kinderen van 3, 4 en 5 jaar stonden er tussen. Een jeugdige tiener was vlak voor zijn dood nog verjaard.

De stenen muur in Haarlem en het oplopende conflict in de Gazastrook staan niet los van elkaar. Sterker nog, ze staan naast elkaar. De muur fluistert middels de regen die als tranen van haar afglijden ‘dit nooit meer’. En dit mag ook niet meer. Nooit meer. Er kwam een einde aan de verschrikkelijke oorlog door het tekenen van de vrede.

Vrede. Het woord is gevallen. Ten diepste wil een ieder van ons opgroeien in vrede. Joods, Palestijns, Christen, Moslim en alle anderen die er wel of geen God op nahouden. De enige oplossing voor de gruwelijke terreur van beide kanten in het Midden-Oosten is vrede. Daarvoor moet water bij de wijn worden gedaan. Of, voor de Moslims, water bij het water of desnoods bij de thee. Een andere oplossing is er niet. De oplossing ligt nooit in het doden van kinderen. Ook niet per ongeluk. Als zogenaamd ‘collateral damage’. Een kind mag nooit collateral damage zijn.

Dit weekend was ik in Parijs bij mijn neefje en nichtje van bijna 3 die mogen opgroeien in vrede. Dat is hun recht. Maar niet alleen hún recht. Het opgroeien in vrede is het recht van ieder kind, van ieder mens.

Dat zou een Nobelprijswinnaar voor de Vrede toch wel op z’n minst moeten weten.


Peres in het midden. Links Arafat, rechts Rabin in 1994

woensdag 7 november 2012

Bites

Mijn zus die, samen met haar Franse vriend en tweeling van bijna drie in Parijs woont, stuurde via whatsapp een mini-verslagje van de moeilijke ochtend die zij had doorgemaakt. Samen met de tweeling, die zij en haar vriend tweetalig opvoeden, was ze vanochtend thuis toen het mis ging.

De drama-ochtend begon op het moment dat mijn neefje de zoutpot had gevonden. Geen onoverkomelijk probleem zou je zeggen ware het niet dat er geen deksel opzat en het tapijt door het hele huis binnen no time was veranderd in het droge equivalent van de Dode Zee. 

Na de rommel te hebben opgeruimd was het tijd voor de boodschappen. Monter ging mijn zus op stap met de, steeds mondiger wordende, tweeling. Bij de groentenafdeling aangekomen ging het fout. Finaal fout. Het zakjes bietjes dat uit het schap was gepakt scheurde open waardoor de vloer van de winkel veranderde in het supermarktequivalent van de Rode Zee.

Mijn nichtje, scherp en oplettend als altijd, wees naar de bieten op de grond en sprak, in een mengeling van Frans en Nederland, op luide toon: ‘Ce sont des bites! Ce sont des bites!’

De niet-Frans sprekende lezers van dit stukje zullen zich achter de oren krabben en zich afvragen wat daar zo vervelend aan is. De Francofielen onder u hebben het al begrepen. Daarom voor de volledigheid en ter vervolmaking van dit stukje de vertaling van het Franse woord ‘bite’ naar het Nederlands:
Lul.

maandag 5 november 2012

En dat ik

En dat ik aan de rand van het zwembad sta
Met aan mijn voeten een eindeloos gespetter
En gekwetter van anderen met een jas van water
En ik met gekruiste armen voor mijn borst

En dat ik het water ruik
De zonnebrandcrème ook
Ik zie de druppels
En de haren nat

En dat ik naar boven kijk
Me afvraag wanneer
De sprong
Of ik durf

En de zon schuift onder
En de Cornetto’s stoppen met smelten
En iedereen het water laat
Ik twijfel
En schuifel
Van de rand naar mijn ongebruikte handdoek

En dat ik
Droog, koud tot op het bot
Op de fiets stap
Met voor mij uit
Een alsmaar enger wordende toekomst

woensdag 17 oktober 2012

De Rijdende Rechter

De uitzending van 'De Rijdende Rechter' op dinsdag 16 oktober had alle ingrediënten in zich om uit te groeien tot een
mini-kunstwerkje van kleinburgelijkheid. Zo waren daar twee rasechte Amsterdammers, een fietsenmaker (Mark) die met veel misbaar sprak en structureel drie octaven te hoog en zijn klant, er was een corrosiedeskundige, een importbruid, Roemeense vrouw en een probleem van helemaal niets. Het probleem was een fiets die wat was gaan roesten omdat deze drie maanden onder een boom had gestaan. Geen wonder zou je denken. Nog een wonder dat de fiets er drie maanden blijft staan in een stad als Amsterdam. Kennelijk houden zelfs junks niet van roestige fietsen.
De klant had de fiets gekocht voor zijn Roemeense importbruid vriendin die nu dus niet kon leren fietsen door de roestvorming. Namens de TU Delft was een corrosie-expert ingeschakeld. De Rijdende Rechter zelf, het Heertje, was getooid met witte mafiahoed afgereisd naar het Amsterdamse Bos en Lommer om dit drama met eigen ogen te kunnen zien.

Voor mij was de uitzending extra interessant omdat ik de fietsenmaker ken. Hij was namelijk mijn fietsenmaker in de jaren dat ik in Amsterdam woonde. Op mij maakte hij altijd al een aparte indruk maar om niet meteen alles op hem af te schuiven dacht ik dat het misschien ook wel eens aan mij zou kunnen liggen. De commentaren op Twitter bevestigden echter dat het de fietsenmaker is die, op z'n zachtst gezegd, nogal apart is.
In de fietsenzaak van Mark was het altijd goed toeven. Je kreeg een bakkie koffie en mocht daar ook gerust een sigaretje bij roken. Je ging met een lekke achterband naar binnen, deze werd geplakt en bij thuiskomst bleek je achterlicht het niet meer te doen. Dus weer terug met dat achterlicht. Achterlicht gemaakt maar bij thuiskomst bleek dan de bagagedrager los te zitten. Van die dingen. Soms kwam ik er drie keer per week. Je bouwt op die manier een hechte band op met die mensen. Dat wel.

Het meest opmerkelijke moment van de uitzending was toen iemand uit het publiek opstond om de fietsenmaker en zijn vrouw een bosje bloemen te geven en hen zijn steun te betuigen. (Rond minuut 24:50) Waar de bloemen gekocht zijn weet ik niet omdat zelfs het meest achtergestelde benzinestation zich nog zou schamen voor dit bosje. Bovendien was de man gekleed in een pak van zijn grootvader. Hij leek rechtstreeks weggelopen te zijn uit de jaren vijftig. Dat verklaart misschien ook wel de staat van zijn bloemen.

De mannen spraken allen in onvervalst plat Amsterdams. De Rijdende Rechter kwam tot zijn uitspraak waarbij de fietsenmaker de roest, sorry, corrosie, moest verwijderen en daarmee leek de zaak beslecht. De klant was hier echter niet tevreden mee en we waren op televisie live getuige van de stijging der bloeddruk tot ongekende hoogte.
De rechter besloot zijn uitspraak kracht bij te zetten door een, volgens hem, echte Amsterdamse uitspraak te aan te halen; 'Niet lullen maar poetsen!' Jammer dat dit nou juist de Rotterdammer typeert. Maar goed, voor een Heertje als meester Frank Visser was het gebruik van het woord 'lullen'  al heel kinky. Het is hem, in het licht van deze briljante uitzending, vergeven.

woensdag 26 september 2012

Mevrouw de Voorzitter!

Gisteren werd er in de Tweede Kamer een nieuwe voorzitter gekozen. De door ons gekozen leden van het huis van de democratie hadden de keus uit drie zittende kamerleden. De heer Schouw (D66), mevrouw Van Miltenburg (VVD) en mevrouw Arib (PvdA) hadden zich gekandideerd en luisterden in Vak K naar de vragen die hen werden gesteld door de woordvoerders van de diverse partijen. Niks geen achterkamertjes maar alles 'out in the open'.

Namens de PVV (Partij voor de Vrijheid (maar niet voor iedereen)) nam Louis Bontes het woord. Bontes werd onlangs in een uitzending van Reporter er van beticht zeer intimiderend te werk te gaan en zelfs een collega (Hero Brinkman) te hebben aangevlogen. De oud politieman annex kleerkast nam, zoals het een echte PVV'er betaamt geen blad voor de mond. Hij kwam snel tot zijn conclusie dat mevrouw Arib geen voorzitter van de Tweede Kamer mag worden. Mevrouw Arib is naast Nederlandse ook Marokkaanse. En helaas is het zo dat de Marokkaanse overheid geen dubbele nationaliteit accepteert waardoor het onmogelijk wordt afstand te nemen van de Marokkaanse nationaliteit. Overigens is Marokko niet het enige land dat deze regel hanteert. Ook Argentinië bijvoorbeeld staat het haar onderdanen niet toe afstand te nemen van de Argentijnse nationaliteit. Of de eenmansknokploeg van de PVV, met in zijn kielzog zijn politieke charlatans, ook vindt dat Máxima om die reden geen koningin mag worden zal mij eerlijk gezegd een zorg zijn. Daar hebben ze gelukkig niets over te zeggen. Wat de PVV gisteren in het debat maar weer eens bewees is dat voor hen niet alle mensen gelijk zijn. Er zijn Nederlanders en er zijn een soort van mensen die hier ook wonen maar om wat voor reden dan ook een dubbele nationaliteit hebben. Deze laatste groep mag volgens de PVV geen belangrijke bestuurlijke taken verrichten omdat er moet geworden getwijfeld aan de loyaliteit van de kandidaat naar het land waar hij woont óf waar hij geboren is.

In het kabinet, gedoogd door de partij van Wilders en Bontes, zit een staatssecretaris met een dubbel paspoort. En niet alleen dat, zij kan ook de niet-Nederlandse nationaliteit opzeggen omdat Zweden, het land van mevrouw Veldhuijzen van Zanten ook staatsburger van is, dit wel toestaat. Dat zij dit niet doet terwijl het wel kan is kennelijk voor de PVV geen reden geweest om tegen haar benoeming te zijn en derhalve het kabinet niet te gedogen. Natuurlijk niet. Het gaat de PVV uiteindelijk niet om een dubbele nationaliteit. Het gaat hen om te treiteren, te pesten en het systematisch buitensluiten van Turken en Marokkanen. En van moslims. Vooral van moslims. Er is bij de PVV geen ruimte voor discussie. Nee, er wordt op afkomst geselecteerd.
Laten we hopen dat het nog een tijd duurt voordat we weer mogen stemmen. Maar weet dan dat een stem op de PVV een stem is tegen moslims. Tegen Turken. Tegen Marokkanen. Tegen Argentijnen. Tegen Máxima. Met een stem op de PVV teken je mede de petitie die zegt dat een deel van onze bevolking ondergeschikt is aan de rest. En dat, dat is een heel angstige gedachte.

maandag 17 september 2012

Heel veel dieren

Met dank aan Skype zie ik de kinderen van mijn zus, die in Parijs wonen, gelukkig een aantal keer per week. De laatste tijd wil de tweeling van bijna drie weten wat ik ga eten. Nee, ze willen het niet weten, ze willen het zien. En dus houd ik tomaten, komkommer, pasta en hagelslag voor de lens van de camera en laat hen raden wat het is. Vorige week waren we weer op deze manier met elkaar aan het bellen toen bleek dat mijn zus de rouwkaart van E. nog niet had ontvangen. Ik liet haar de voorkant van de kaart zien die bestond uit een prachtige fotocollage die voor de 53e verjaardag van E. door zijn vrienden was samengesteld. De Eifeltoren, de Sagrada Familia en dieren. Heel veel dieren. Mijn neefje en nichtje zaten gefascineerd te kijken naar de talloze dieren op de kleurrijke kaart. Een voor een gingen we ze af. Vlinder, neushoorn, olifant, giraffe, vogel, zebra. Later die dag sprak mijn moeder ook via Skype met mijn zus. Mijn neefje en nichtje lieten weten dat ze wisten wat ik ging eten. ‘Wat dan?’, vroeg mijn moeder. ‘Heel veel dieren’, was het antwoord.

woensdag 12 september 2012

Hij is het niet meer

'Hij is het niet meer.’ Het is een veel gehoorde uitspraak als men voor de laatste keer afscheid heeft kunnen nemen van een geliefde. De dood trekt de plooien van het leven glad en legt de overledene haar eigen masker op. Gisteren was ik bij het laatste afscheid van een dierbare. Hij lag op zijn bed, de handen in zijn schoot. Het colbert lag donkerblauw over zijn keurig gestreken overhemd. Ik heb hem goed gekend maar herkende hem niet. In geen enkel opzicht lag daar de man die de laatste jaren van zijn leven een steeds vertrouwder gezicht was geworden voor mij en mijn familie. In de auto op weg naar de condoleance zocht ik hem. Ik zocht hem in drie ooievaars die achter elkaar op drie verschillende lantaarnpalen zaten. Ik zocht hem in de zonnestralen die zich met kracht een weg door de donkere wolken heen baanden. Eerder op de dag zocht ik hem op het strand. In de woest rollende golven. In de onheilspellende regenbui en daarna in de blauwe, met witte wolken ingekleurde, lucht boven de Noordzee. Ik zocht hem maar kon hem niet vinden. Zijn lichaam, hij is het niet meer. Zijn lijfelijke aanwezigheid voor altijd verloren. Hij is, zoals ze dat in Twente treffend en troostend zeggen, uit de tijd gegaan. De tijd staat stil. De tijd gaat door. Verdriet en hoop lopen als Jip en Janneke de laatste dagen hand in hand door mijn gedachten. Verdriet om zijn dood, om de onomkeerbaarheid van het sterven. Hoop is er op rust voor hem. Op geen pijn voor hem. Hoop ook op een goede plek voor het verdriet van de mensen die het dichtst om hem heen stonden. Hij is nergens meer. Hij is nu overal.

maandag 6 augustus 2012

Deventer boekenmarkt

Dat ik een akelig gemiddeld mens ben werd gisteren maar weer eens bevestigd op de Deventer Boekenmarkt. Minstens zo leuk als het zoeken naar boeken is het kijken naar de mensen die op de markt afkomen. De ‘diehards’ zijn te herkennen aan hun speurende blik en de kleine koffertjes op wieltjes waar hun nieuwste trofeeën geduldig liggen te wachten om gelezen te worden. Tevens laat een echte boekenfetisjist zich er op voorstaan dat hij niets met uiterlijke vertoning heeft. Tel daarbij op dat de nagels slechts zeer sporadisch worden geknipt en dat de haren alleen worden gewassen na het lezen van om en nabij de 5000 pagina’s en voilà, daar is de stereotypische boekenmarktbezoeker. De zoekcriteria van de boekenmarktwurm is vaak zeer specifiek. Ik stond te kijken bij een kraampje waar alleen maar boeken over Nederlands-Indië lagen. Leek mij al specifiek genoeg maar de man naast mij, getooid met een Sherlock Holmesachtig hoofddeksel, vroeg de verkoopster of ze ook boeken had over de diverse denksporten die werden beoefend in dat deel van de wereld. Had ze niet. Verbaasde mij ook niet.
Wanneer je de ambitie hebt om zelf in de pen te kruipen en een boek te gaan schrijven is de markt een afrader. De gigantische hoeveelheid boeken die er te koop zijn kunnen een jonge schrijver maar zo het idee geven dat er al genoeg geschreven is. De moed die nodig is om aan het schrijven van een boek te beginnen en daarin te volharden sijpelt op deze manier via je sandalen de IJssel in waar menig schrijversdroom moet zijn verdronken. Ik moest denken aan Gerrit Komrij. Komrij was een vaste gast van de markt waar hij al vroeg op de dag aan het witbier zat op het Grote Kerkhof. Het was de eerste boekenmarkt zonder hem. Tegen een uur of drie begon het verschrikkelijk te regenen. Wanneer je even niet goed had opgelet, en tijdig een schuilplaats had gevonden, was het reeds te laat en was je tot op het ondergoed nat. Druppels groot als tranen vielen uit de donkere hemel. Een traan voor elk door Komrij geschreven teken. Het was een prachtig eerbetoon van de weergoden aan de koning van het woord.

woensdag 25 juli 2012

Sterren Springen

SBS6 heeft weer een briljant format bedacht wat de op drift geraakte zender er weer bovenop moet krijgen. De titel? Sterren Springen op Zaterdag. Met onder andere ‘Terror Jaap’ als gast. Goed idee dacht ik. Terror Jaap die van grote hoogte naar beneden springt is prima. Ik hoef het niet te zien maar verder vind ik het prima. Ik voelde dan ook een milde teleurstelling toen ik hoorde dat het ging om schoonspringen. Dus niet van grote hoogte op een plak vers aangelegd asfalt. Nee, van een duikplank in het zwembad. SBS ster Gerard Joling giert de hele boel aan elkaar en bij schoonspringen moet natuurlijk ook een badmeester zijn en daarvoor heeft Dries Roelvink zich beschikbaar gesteld. Opmerkelijk omdat de lat van Roelvink, als het gaat om mediaoptredens erg hoog ligt. Over Zomergasten wil hij wel nadenken maar tegen DWDD en Pauw en Witteman zegt hij steevast nee. Onder zijn niveau. Andere ‘bekende’ deelnemers aan dit licht fatalistische programma zijn onder andere Kelly van der Veer, Justine Pelmelay, Patty Brard en Liza Sips. Liza wie? Ja, die dus. Kelly is beroemd omdat ze vroeger én in Big Brother zat én omdat ze vroeger een piemel had. Voor Justine Pelmelay moet dit programma een eitje zijn want zij zat op de Costa Concordia toen het schip voor de kust op de rotsen sloeg. Patty Brard is tenminste wel een bekende Nederlander (geweest 32 jaar geleden). Zou het een idee zijn om dit programma een vleugje Ter Land, Ter Zee en In de lucht mee te geven? Voor het extra gezellige zaterdagavondgevoel? Zitten wij met natte haartjes op de bank terwijl zij met natte haren uit een zwembad klauteren. Elke aflevering kan je dan zo mooi een eigen thema meegeven. Ik geef maar vast een voorzetje: ‘Met je mond op de grond’ , ‘Met je been op een steen‘, ‘Met je flank op de plank’ of ‘Met je tand op de rand’. Gelukkig is het programma op een zaterdag. Zo behoudt Dries Roelvink de kans om dit seizoen al in Zomergasten aan te schuiven wanneer de 34.695 Bekende Nederlanders voor hem toch niet blijken te kunnen.

maandag 16 juli 2012

Rutger Kopland

Ik heb hem twee keer kort gesproken. Een keer aan de telefoon en een keer tijdens een poëziefestival in Deventer. Nee, dat is niet helemaal waar. Drie keer sprak ik kort met Rutger Kopland. Ik belde hem eenmaal en niet lang daarna belde hij terug. In mijn hoedanigheid als redacteur van een programma met Paul de Leeuw belde ik hem op met de vraag of hij voor Sinterklaas een gedicht wilde schrijven. Hij nam de telefoon op met ‘Van den Hoofdakker’. Hij wilde even nadenken over het voorstel en zou me kort daarna terugbellen. Toen hij kort daarna al terugbelde stelde hij zich voor met ‘Kopland’. Wonderlijk dacht ik. Hij zei het een grote eer te vinden maar er niet de tijd voor te hebben. Te bescheiden naar mijn mening om een gewoon ‘nee’ te verkopen. Heel kort sprak ik hem een klein jaar later in augustus 2005 een paar maanden voor zijn afschuwelijke ongeluk in december van dat jaar. Als een verlegen puber schuifelde ik aan de tafel voorbij waar hij zat te signeren en ik opende een net gekochte bundel met de vraag of hij zijn handtekening erin wilde zetten. Hij maakte een kwetsbare indruk. Een prachtig kwetsbare en breekbare indruk zoals hij die ook in zijn poëzie aan de dag legde. Gevoelig, teer en ogenschijnlijk simpel waren zijn gedichten. Hij signeerde. Maar met het verkeerde jaar. Zijn handtekening plaatste hij volgens het zwijgend papier niet in 2005 maar in 2004. Prima dacht ik. Mooie man. Nu is na Komrij ook Kopland overleden. Het is net alsof, met het dovend cultuurbeleid in Nederland, ook haar vaandeldragers sterven.