Mijn zus die, samen met haar Franse vriend en tweeling van bijna drie in Parijs woont, stuurde via whatsapp een mini-verslagje van de moeilijke ochtend die zij had doorgemaakt. Samen met de tweeling, die zij en haar vriend tweetalig opvoeden, was ze vanochtend thuis toen het mis ging.
De drama-ochtend begon op het moment dat mijn neefje de zoutpot had gevonden. Geen onoverkomelijk probleem zou je zeggen ware het niet dat er geen deksel opzat en het tapijt door het hele huis binnen no time was veranderd in het droge equivalent van de Dode Zee.
Na de rommel te hebben opgeruimd was het tijd voor de boodschappen. Monter ging mijn zus op stap met de, steeds mondiger wordende, tweeling. Bij de groentenafdeling aangekomen ging het fout. Finaal fout. Het zakjes bietjes dat uit het schap was gepakt scheurde open waardoor de vloer van de winkel veranderde in het supermarktequivalent van de Rode Zee.
Mijn nichtje, scherp en oplettend als altijd, wees naar de bieten op de grond en sprak, in een mengeling van Frans en Nederland, op luide toon: ‘Ce sont des bites! Ce sont des bites!’
De niet-Frans sprekende lezers van dit stukje zullen zich achter de oren krabben en zich afvragen wat daar zo vervelend aan is. De Francofielen onder u hebben het al begrepen. Daarom voor de volledigheid en ter vervolmaking van dit stukje de vertaling van het Franse woord ‘bite’ naar het Nederlands:
Lul.