vrijdag 15 februari 2013

Doemscenario



Een grote groep mannen zit met gebogen hoofd in een afgesloten, koele ruimte. Sommige mannen prevelen wat maar de meeste zijn stil. Dan gaat, totaal onverwachts, de deur open.

‘Wel rodondendron!’, verzucht de oudste man in het vertrek, ‘Joseph, wat doe jij hier?’
‘Ik dacht, ik kom eens even langs. Even buurten. Het is koud in mijn kamer en er is niemand.’
‘Ja maar Joseph, dat is een beetje je eigen schuld, jij wilde stoppen.’
‘Ik dacht dat ik jullie daar een plezier mee deed!’
‘Ja, dat deed je ook. En ons niet alleen trouwens.’
‘Het is koud op mijn kamer en er is niemand!!!’, zegt Joseph nu op zeurende toon.
‘Nee, nogal wiedes, we zitten allemaal hier. Jouw idee hoor. Hoe kom je eigenlijk binnen?’
‘Ik was in de buurt.’
‘Ja, nogal logisch dat je in de buurt was. Jij wil hier blijven wonen!’
‘Als voormalig sleutelbewaarder had ik nog een setje reservesleutels’, zegt Joseph olijk terwijl hij naar de andere aanwezigen knipoogt.
‘Ah, nee hè! Echt? Een setje of meerdere?’
Joseph grinnikt. ‘Wie het weet mag het zeggen.’
‘Joseph, dit is geen moment voor grapjes. Trouwens, je maakte nooit grapjes dus waarom nu ineens wel?’
‘Pompidompidom’, mompelt Joseph vrolijk.
‘Joseph, dit is een ongelooflijk serieuze zaak. Zou je de deur willen dichtdoen en vertrekken?’
‘Lalalalala.’
‘Joseph, kappen nou!’
‘Goed dan’, zegt Joseph, ‘ik heb een ietsiepietsie spijt misschien.’
‘Te laat Joseph! Te laat!’, buldert de oude man nu door de ruimte. Hij is overduidelijk zijn geduld aan het verliezen.
‘Okay, okay. Ik ga al. Maar mag ik mijn ring misschien wel terug?’
‘Nee! Die ring is kapot! Het was jouw beslissing om het bijltje er bij neer te gooien!’
‘Mijn kleren dan? Wit staat mij supergoed!’
‘Nee, nee, nee!’
‘Hallo zeg, ik wist niet dat je kwaad werd. Ik ben al weg hoor.’
‘Mooi. En laat je sleutels achter.’
'Is al goed. Is al goed. Stank voor dank noemen ze dit bij ons in Beieren. Mag ik nog een adviesje geven? Ik ben er nu toch.’
‘Als je daarna weg gaat!’
‘Ik zou niet die neger nemen.’
‘Joseph, nou is het genoeg! Opsodemieteren!’
Joseph geeft de sleutels aan de oude man. Op het moment dat de oude man de sleutels aan wil nemen pakt Joseph zijn hand.
‘Ich habe es echt niet gewusst hoor’, zegt hij gnuivend en overdreven knipogend.


Joseph schuifelt naar achteren het vertrek uit. Vlak bij de deur maakt hij een onverwachte beweging die in de verte iets weg heeft van de danspassen van Michael Jackson. De beweging eindigt met een hand in zijn kruis.
‘Who’s bad?!?’ roept hij vragend door de ruimte. Dan trekt hij de deur achter zich dicht. Het is tijd voor bezinning. Voor even dan.