zaterdag 31 oktober 2009

Axe-effect

Vaibhav Bedi heet de man die tegen de producenten van Axe een proces aan heeft gespannen. De Indiase man, 26 jaar alweer, klaagt het bedrijf aan omdat hij na zeven jaar intensief gebruik van Axe nog steeds geen vriendin heeft gevonden. Het zogenaamde Age-effect waarmee producent Unilver adverteert gaat dus niet op voor de arme Vaibhay. Ergens is het niet zo heel verrassend dat Bedi naar de rechter stapt want als je werkelijk gelooft dat veel en langdurig spuiten met Axe de vrouwen in je omgeving in katzwijm doet vallen is het natuurlijk logisch dat je dan na zeven jaar wel eens resultaat wil zien.
Mijn eerste reactie was dat Bedi een malloot is die niet helemaal weet hoe reclame werkt. Na jarenlang melk drinken heb ik ook nog steeds geen witte motor. Laat staan een rijbewijs.
Aan de andere kant heeft Bedi wel een punt. We worden dagelijks genept door producenten die van alles beweren over hun producten die, op zijn zachtst gezegd, niet helemaal stroken met de werkelijkheid. Inmiddels zijn we hier kennelijk zo murw door geslagen dat we het maar accepteren en, sterker nog, het vaak geloven ook.
In die zin heeft de actie van Bedi mijn ogen wel geopend. Waarvoor dank beste Vaibhay. Het Axe-effect wordt deze keer niet aangewend om talloze Indiase schonen om de vinger te winden maar om even met een andere blik naar de dagelijkse tsunami van commercials te kijken.

dinsdag 27 oktober 2009

Heb ik het nodig

'Heb ik het nodig?'
'Nee'
'Jawel'
'Nee hoor'
'Echt niet?'
'Nee, echt niet'
'Huh?'
'...'
'Maar waarom bied je het dan aan?'
'Gewoon'
'Ja hallo, en ik moet dat geloven?'
'Hoeft niet, mag wel'
'Ik weet het niet hoor'
'Dan niet'
'Ik heb het nodig hè?'
'...'
'Dat kan je gewoon tegen me zeggen hoor. Sterker nog, ik heb liever dat je het gewoon tegen me zegt'
'...'
'Niets zo vervelend als mensen die het er achter je rug over hebben'
'Je hebt het niet nodig'
'Maar je biedt het me toch aan?'
'Ja'
'Dat snap ik dan niet zo goed'
'Dat is dan jammer'
'Hola, waarom nu ineens zo gepikeerd?'
'Ik ben niet gepikeerd'
'Jawel. En alleen omdat ik iets niet van je aanneem'
'Voor de laatste keer. Ik bied het je nog een keer aan...'
'Ik heb het echt niet nodig?'
'Neehee!'
'Geef dan maar. Dan bewaar ik het nog even. Voor als ik het straks wel nodig heb'






maandag 26 oktober 2009

Belgenmop

Gisteravond stapte ik in een volle trein voor een kort ritje naar Amsterdam. Ik zat aan het gangpad en naast mij, aan de andere kant van het gangpad, zat een gezin. De moeder, een antroposofisch uitziend type, en de jongste dochter van een jaar of negen zaten aan het raam tegenover elkaar. De oudste dochter van een jaar of elf zat schuin tegenover mij aan het gangpad tegenover haar vader. Haar vader zag eruit alsof hij tussen zijn twaalfde en zijn zeventiende, de tijd waarin een mens hard groeit, permanent een ander mens op zijn hoofd had gehad waardoor zijn nek nooit heeft kunnen doorgroeien. Los van een ontbrekende nek zag de man er in zijn geheel nogal ingedeukt uit.
De twee meiden waren beiden moe en melig. Ze probeerden zo lang mogelijk stil te zijn maar hadden onderling kennelijk afgesproken dat ze wel enorme armgebaren mochten maken en ook giebelen was niet uitgesloten. De moeder zat ondertussen verdiept in haar mobieltje terwijl de man zonder nek naar buiten staarde en zich afvroeg of het de planeet Jupiter was die hij naast de maan zag. Oh nee, toch een vliegtuig. De aandacht van de giebelende zusters verschoof naar de mobiel van moeders. Kennelijk had ze verbinding met Internet en kennelijk had ze net een Belgenmop op het schermpje staan waardoor de dochters het uitproesten. Uit het niets begonnen de dochters weer te praten. Het was volgens de vader onmogelijk voor hun om tien minuten stil te zijn. Pedagogisch niet een al te handige uitspraak dunkt mij maar de oudste dochter liet het niet op zich zitten en zei meerdere malen 'jij bent gek' tegen haar vader. De man zonder nek reageerde hier niet op en bleef tussen de landende vliegtuigen naar Jupiter zoeken.
De moeder begon over het weer van de dag erna te praten. Kennelijk had ze niet alleen naar moppen gezocht op de mobiele telefoon maar ook naar de weersverwachting. Wat er daarna gebeurde was wonderlijk want de mobiele telefoon, inmiddels in handen van de man zonder nek, bleef maar sms'en ontvangen met de weervoorspelling. De een na de ander kwam binnen tot grote frustratie van de nekloze die nog niet zo vaak met het bijltje van de mobiele telefonie had gehakt.
Om een eind te maken aan deze frustratie besloot hij het over een andere boeg te gooien en de aandacht van de kinderen en zijn vrouw te verleggen van zijn gestuntel met telefoons naar moppen over Belgen. In een volle trein vroeg hij aan zijn dochters waarom vogels ondersteboven over België vliegen. Na een korte stilte, korte pijnlijke stilte van mijn kant, kwam hij met de verklaring. De nekloze zei dat de vogels het niet meer konden aanzien en gniffelde. Zijn kinderen lachten hard en ook zijn vrouw gnuifde zachtjes tegen het raam van de trein.
Toen kwam zij met een mop. Waarom waren de bussen in België dertig meter breed en drie meter lang? Weer vragende gezichten van het kroost. Omdat iedereen voorin wilde zitten. Dar werd door de kinderen niet begrepen waardoor de man zonder nek de toch al oerslechte mop ook nog eens moest uitleggen.
'Gelukkig', zei ik bijna hardop. We naderden Amsterdam CS. De familie ging staan en kwam er toen achter dat ze wel wat vroeg stonden. Ze gingen weer zitten en op dat moment stopte de trein aan het perron. Ze stapten nog wat flauwtjes lachend uit. Jupiter liet zich die avond niet meer zien.

zondag 25 oktober 2009

Toneelstukjestelevisie

Vanochtend viel ik tijdens een korte zapronde in het programma Business Class. De presentatie is zoals elke week, en dat al een flink aantal jaren lang, in handen van Harry 'ik draag een piepklein doch goed zichtbaar zwart microfoontje op mijn das' Mens. Fascinerende televisie vind ik dat. Eigenlijk is het meer een toneelstukje op de televisie. De acteurs schuiven bij de protagonist aan tafel om daar, tegen betaling, hun uit het hoofd geleerde tekstje op te mogen lepelen. Een goed toneelstuk is het niet. De inhoud van de teksten vervliegt met de wind die buiten de Hotels van Oranje, waar het programma wordt opgenomen, over de zee geblazen wordt. De acteurs lijken gecast door een tweederangs castingbureau want acteren is niet hun tweede natuur. Ook niet hun derde en ook niet hun vierde, vijfde of zesde. Geld verdienen is verreweg het belangrijkst. Acteren wordt gezien als een hobby die weliswaar veelvuldig moet worden uitgevoerd omdat anders de boodschap die ze over willen brengen verwordt tot wat het eigenlijk is; gebakken lucht. De acteurs is nooit geleerd hoe ze hun adem moeten beheersen wat resulteert in een te hoge ademhaling die, als je er op gaat letten, benauwend werkt. De teksten worden haspelend uitgesproken en de stemmen van de acteurs zijn vaak bovennatuurlijk hoog. Harry Mens ondertussen zit het uurtje uit, stelt vooral geen kritische vragen en laat zich zakken in de voor hem fluwelen gedachte aan het geld dat door de acteurs wordt binnen gebracht.
Het programma staat voor mij symbool aan de financiële wereld an sich. Het is een op niets gebouwd kaartenhuis dat door een aantal slechte acteurs wordt bezongen en in stand wordt gehouden. Twijfel aan het systeem kan funest zijn voor het systeem zelf. Dat heeft de financiële crisis ons inmiddels wel geleerd. Maar of de wereld er slechter uit gaan zien na de crisis weet ik zo net nog niet. Misschien is het juist wel een verademing. In ieder geval zou ik er geen traan om laten wanneer een exponent van de financiële wereld, het programma Business Class, omvalt en met donderend geraas in de Noordzee dondert.

maandag 12 oktober 2009

Filezwemmen

Vanochtend was ik voor het eerst sinds ik uit Amsterdam vertrokken ben weer in het zwembad waar ik menig nat uur heb doorgebracht. Het Marnixbad met de trage caissières, de veel te kleine omkleedhokjes en de overbevolking in de zwembanen; ik had het maar gemist.
Het was, zoals meestal, filezwemmen. Net als met files op de weg ontstaan de files in het zwembad niet in de eerste plaats door drukte maar door mensen die de regels van, in dit geval, het bad niet kennen en hun eigen plan trekken. En die mensen zijn weer in een aantal categorieën onder te brengen. Hieronder de meest in het oog springende en de meest opmerkelijke.

De 'ik-zwem-lekker-op-mijn-eigen-tempo-ook-al-is-dat-in-de-snelle-baan' mensen.
Een slag erger zijn deze:
De 'ik-zwem-lekker-op-mijn-eigen-tempo-ook-al-is-dat-in-de-snelle-baan-en-het-maakt-mij-geen-fuck-uit-wat-jij-daar-van-vindt' mensen
Ook erg zijn de borst of rugcrawl gerelateerde mensen. Daarin zijn natuurlijk hoofd- en subcategorieën maar laat ik mij tot de hoofdzaken beperken.
De 'ik-kan-keigoed-borstcrawlen-en-het-maakt-mij-niets-uit-dat-ik-dan-dwars-over-je-heen-zwem' mensen.
Binnen deze categorie bestaat nog een roekelozer soort.
De 'ik-doe-lekker-de-rugcrawl-en-het-maakt-me-niets-uit-dat-ik-een-ander-dan-keihard-in-zijn-gezicht-mep' mensen.

Ikzelf heb de gewoonte om in de snelle baan mijn schoolslag te beoefenen. Een paar maanden terug dacht ik een medestander te hebben gevonden. We hadden allebei net aangetikt toen hij begon uit te wijden hoe vervelend het wel niet is als er trage mensen voor je zwemmen. Ik knikte instemmend en verheugde me op een vriendschap in de dop, geboren uit een gezamenlijke frustratie. Toen de jongen vervolgens weer een baantje begon te trekken zag ik de aanstaande vriendschap als in een film die nooit uit is gekomen aan me voorbij trekken. Hij zwom zo langzaam dat hij nog net niet naar de bodem van het bad zakte.

Er is ook een categorie zwemmers, meestal mannen, die zich prima aan de snelheid houden, niet als een achterlijke crawlen en ook niemand tijdens de rugcrawl in het gezicht slaan. Toch dient deze categorie wel benoemd te worden als zijnde een categorie waarin ruimte voor verbetering mogelijk is.
Iedereen die, net als ik, met een duikbrilletje zwemt zal het waarschijnlijk wel herkennen.
De 'ik-zwem-met-een-broek-met-hele-wijde-pijpen-waardoor-je-lekker-alles-kan-zien-maar-dat-maakt-me-niet-uit' mensen.
Of de 'ik-zwem-met-een-broek-met-hele-wijde-pijpen-waardoor-je-lekker-alles-kan-zien-alleen-ben-ik-de-enige-die-dat-niet-weet' mensen.

Het is een beetje te makkelijk om anderen maar in hokjes te proppen en jezelf buiten schot te laten. Vandaar de volgende, op mijzelf betrekking hebbende categorie.
De 'bekijk-het-maar-ik-ga-daar-lekker-niet-meer-zwemmen-nou-de-groetjes' man.

maandag 28 september 2009

Baby-Dump

Toegegeven. Misschien ben ik wat gevoeliger voor bepaalde titels van bepaalde winkelketens wegens de zwangerschap van mijn zus. Zou best kunnen. Maar zelfs als mijn zus niet zwanger zou zijn, nee, zelfs als ik geen eens een zus had maar een broer, en zelfs als ik niet eens een broer had maar gewoon twee hamsters die luisterden naar de namen Arie en Fred, dan nog zou ik 'Baby-Dump' een belachelijke naam voor een winkelketen vinden.
Tot gisteravond wist ik van het bestaan niet af totdat ik langs de A4 een filiaal van de Baby-Dump raasde. Nu begrijp ik ook wel waarom de winkel zo heet dus wat dat betreft is het een duidelijke titel maar het roept bij mij ook de associatie op van een jonge moeder die na een ongewenste zwangerschap, overlopend van verdriet, haar kind achterlaat bij een ziekenhuis in Utrecht. Of bij Vlaamse moeders die hun kind achterlaten in wat daar de vondelingenschuif heet.
Het ergste is nog dat er waarschijnlijk ook serieus over de naam is nagedacht. Bij mij borrelt dan de vraag op welke afgekeurde titels er de revue zijn gepasseerd maar laat ik voor deze vraag maar geen antwoord verzinnen.

Ik zie een tafel voor me waar een aantal mannen in gemakkelijk zittende kleding koffie uit plastic bekertjes drinken. De stilte wordt alleen doorbroken door het getik van de plastic roerstaafjes in de bekertjes. Een man gaat met zijn hand over zijn kin. Even denkt hij dat hij het heeft. Nog net op tijd slikt hij zijn suggestie weer in. Het is weer stil in het kamertje waar behalve de aanwezigheid van de heren ook een ficus staat die nodig water moet. Dan valt er een koffiebekertje om. Het bekertje, leeg gelukkig!, rolt naar de rand van de tafel en kiepert ervan af. Een van de mannen probeert het op te vangen maar is te laat. Het bekertje ligt inmiddels op het grijze tapijt. De man schuift zijn stoel naar achteren en helt voorover om het bekertje op te kunnen pakken. Zijn buurman geeft er nog een klein schopje tegenaan zodat de man zich nog wat verder moet strekken. Met een rood hoofd en het bekertje in zijn hand komt hij weer boven de tafel. 'Baby-Dump', zegt hij. De anderen, blij dat ze het kamertje met de halfdode ficus en het kunstlicht spoedig kunnen gaan verlaten knikken instemmend. 'Baby-Dump', mompelen een paar mannen en ze kijken elkaar tevreden aan.
'Lunch?', zegt de een.
'Lunch!', zeggen de anderen.

woensdag 23 september 2009

Stoelen en banken

Ik probeer het vaak onder stoelen of banken te steken. Maar soms, als er iets gebeurt dat me werkelijk raakt verschuiven de stoelen en banken en komt daar de moraalridder in mij onder vandaan. Een ridder op een houten paard weliswaar, met een tweedehands roestig en bot zwaard in de rechterhand terwijl ik linkshandig ben.
De stoelen en banken in mijn huis hebben gisteravond, om iets over tien, even getrild en geschud nadat ik op het journaal zag dat er weer een nieuwe film is uitgebracht die ons, mensen, moet wijzen op de gevaren van de klimaatsverandering en over het moordende tempo waarin wij, mensen, bezig zijn de natuurlijke energiebronnen de lucht in te schieten.
In de film 'The Age of Stupid' verteld een archivaris in het jaar 2055 als laatste mens op aarde vanaf een gesmolten Noordpool over de totale uitverkoop van grondstoffen in de tweede helft van de twintigste eeuw. En over de gevolgen die dat heeft gehad op het klimaat. De film ging onlangs in premiere in 62 landen waaronder Nederland. Ik denk niet dat ik ga. Ik weet niet of ik dat wel aankan. Je kijkt gedurende de film in een spiegel die je een lelijk spiegelbeeld voorschotelt. Als je jezelf niet ziet in de spiegel komt dat hoogstwaarschijnlijk door het bord voor je hoofd dat jou en de spiegel scheidt. Er moet iets veranderen. Zoveel is duidelijk. Maar dat kan alleen als we, ik, jij, hij, zij en ook de anderen dat echt willen.
De zin die mijn moraalridderschap tevoorschijn deed toveren onder de stoelen en de banken in mijn huis was:
"Hoe konden we zo lang denken dat we onszelf niet hoefden te redden?"
" Je zou haast denken dat we het niet de moeite waard vonden."

dinsdag 22 september 2009

Koninklijke zucht

Terug van weg geweest. Letterlijk en figuurlijk. Tijdens een heerlijke vakantie op het Griekse eiland Chios heb ik een excursie gemaakt naar de Turkse stad Izmir.
De stad is nogal groot. Het verschil tussen de kalmte van Chios en de hectiek in de miljoenenstad Izmir is er een van dag en nacht.
Vanaf Chios ging er een Tsjechische gids mee om ook de niet Engels sprekende Tsjechen van dienst te kunnen zijn. Tijdens de busrit naar Izmir vertelde een enthousiaste Turkse in het Engels over de bijzonderheden onderweg. Hetzelfde verhaal werd door de Tsjechische gids, Romana, vertaald. Maar altijd net iets minder enthousiast dan de trotse Turkse. 'Iets minder enthousiast' is eigenlijk te mild uitgedrukt. Het leek wel alsof Romana er geen enkele zin in had getuige de zucht die ze inzette voordat ze een nieuwe zin begon. De zucht, ook nog eens versterkt door een microfoon galmend door de bus, deed me denken aan dertig april toen koningin Beatrix eerst diep zuchtte alvorens haar gevoelige toespraak tot het volk te houden naar aanleiding van de gebeurtenissen in Apeldoorn. Romana had dezelfde zucht. Een koninklijke zucht.
Romana zuchtte onder andere over een oud kasteel, bovenop de heuvels van Izmir, dat door Alexander de Grote was bezocht. Het kasteel zelf was niet zo bijzonder. Iemand had het laatst over stoffige blokken. Nou, dit waren stoffige blokken. Er stonden nog wat muren en een poort en op het plein in het midden was een mini bazaar waar je door de lokale bevolking op de voor hun zo typische wijze, en de voor mij zo opdringerige wijze, naar de koopwaar werd geleid.
Buiten de kasteelmuur liepen jonge jongetjes helemaal niets te doen behalve zich te vervelen en te kijken naar onze witte bus alsof het de eerste bus was die ze ooit in hun leven hadden gezien. Op het moment dat we vertrokken waren de jongetjes er als de kippen bij om ons zwaaiend met hun middelvinger uitgeleide te doen. Vrolijk lachend en gesticulerend bleven zij achter tussen de stoffige blokken terwijl de bus, onder het gezucht van Romana, zich een weg door de nauwe straatjes richting de baai van Izmir baande.

woensdag 26 augustus 2009

De zomer voorbij

Nog even en dan is de zomer voorbij. Ik word niet graag met dit feit geconfronteerd in de wetenschap dat na de zomer zonder enige twijfel de herfst gaat komen met als persoonlijke dieptepunten de maanden oktober en november.
Om het er nog maar eens in te wrijven dat de zomer echt voorbij is komt de TROS voor het derde jaar op rij met het programma 'De Zomer Voorbij'. De camera volgt de olijke Volendammers Jan, Jan, Jan, Jaap en NickenSimon op hun bonte tochtjes langs de Spaanse kusten. Elk jaar hetzelfde ongeschreven scenario van de gezworen vrienden die elkaar in zwembaden duwen, wakker maken midden in de nacht, optreden voor rood verbrande Hollanders en handtekeningen uitdelen aan de kinderen van de roodverbrande Hollanders.
Het is altijd feest bij Jan, Jan, Jan, Jaap en NickenSimon. Altijd gezellig. Vrijheid, blijheid. Dat soort dingen. Kwajongensstreken ook. Dik Trom-achtige taferelen onder de Spaanse zon. Waarschijnlijk gebeurt er ook dit jaar niets spectaculairs in 'De Zomer Voorbij'. En dat terwijl de Spaanse costa's een broeinest waren voor de Mexicaanse griep. Volkszanger Thomas Berge kwam zelfs naar Nederland met die vervelende hoest. Maar waarschijnlijk blijft dat Jan, Jan, Jan, Jaap en NickenSimon ook bespaard.
Het is straks al erg genoeg dat de zomer voorbij is. Hopelijk houdt de TROS volgend jaar dan ook op met deze 'niets aan de hand' televisie. Of, maar die kans acht ik kleiner, gaan Jan, Jan, Jan, Jaap en NickenSimon zelf inzien dat het nu wel een beetje over is met het kijken naar de Volendamse aapjes. Ook al hebben die jongens, die overigens heel normaal zijn gebleven, nog zo'n lol.

zaterdag 15 augustus 2009

Langeleegte

De trotste koploper in de Eerstedivisie na twee speelronden is BV Veendam.
Veendam met illustere bijnamen als de Veenkolonialen en de Black Yellow Angels.
Veendam met vedetten als Gersom Klok, Tjeerd Korf en Haaje Feenstra en onder de bezielende leiding van Joop Gall heeft er in twee wedstrijden rustig op los gescoord.
Tot vorig jaar had het stadion van de Veenkolonialen de mooiste naam uit de Nederlandse stadiongeschiedenis.

De Langeleegte.

De Langeleegte. Een prachtige naam waarin rust, wanhoop, oneindigheid, eenzaamheid, angst en bezinning samen komen. Sinds dit jaar heeft een sponsor gemeend haar naam te moeten verbinden aan de club waardoor het stadion nu het Gjaltema stadion aan de Langeleegte heet. Gelukkig blijft het mythische Langeleegte wel terug te vinden in de naam. En dat is al een verademing te noemen in de tijd waarin het MariFlex stadion (RBC), het Mandemakersstadion (RKC) en het Parkstad Limburg stadion (Roda JC) als commerciële paddestoelen uit de grond schieten.
Dat de commercie meer en meer haar stempel drukt op het voetbal is algemeen bekend maar gelukkig hebben ze aan het eind van de Nederlandse wereld in ieder geval nog de naam van het oude stadion weten te behouden.
Zelf ben ik er nog nooit geweest. Maar heel moeilijk lijkt het me niet om supporter te zijn van de Black Yellow Angels. Want wat is er mooier dan, met in de ene hand een lauw biertje en in de andere hand een koude kroket, te filosoferen over wat erachter ligt. Achter die lange Langeleegte.


foto: Jaap van Heusden