Gisteravond stapte ik in een volle trein voor een kort ritje naar Amsterdam. Ik zat aan het gangpad en naast mij, aan de andere kant van het gangpad, zat een gezin. De moeder, een antroposofisch uitziend type, en de jongste dochter van een jaar of negen zaten aan het raam tegenover elkaar. De oudste dochter van een jaar of elf zat schuin tegenover mij aan het gangpad tegenover haar vader. Haar vader zag eruit alsof hij tussen zijn twaalfde en zijn zeventiende, de tijd waarin een mens hard groeit, permanent een ander mens op zijn hoofd had gehad waardoor zijn nek nooit heeft kunnen doorgroeien. Los van een ontbrekende nek zag de man er in zijn geheel nogal ingedeukt uit.
De twee meiden waren beiden moe en melig. Ze probeerden zo lang mogelijk stil te zijn maar hadden onderling kennelijk afgesproken dat ze wel enorme armgebaren mochten maken en ook giebelen was niet uitgesloten. De moeder zat ondertussen verdiept in haar mobieltje terwijl de man zonder nek naar buiten staarde en zich afvroeg of het de planeet Jupiter was die hij naast de maan zag. Oh nee, toch een vliegtuig. De aandacht van de giebelende zusters verschoof naar de mobiel van moeders. Kennelijk had ze verbinding met Internet en kennelijk had ze net een Belgenmop op het schermpje staan waardoor de dochters het uitproesten. Uit het niets begonnen de dochters weer te praten. Het was volgens de vader onmogelijk voor hun om tien minuten stil te zijn. Pedagogisch niet een al te handige uitspraak dunkt mij maar de oudste dochter liet het niet op zich zitten en zei meerdere malen 'jij bent gek' tegen haar vader. De man zonder nek reageerde hier niet op en bleef tussen de landende vliegtuigen naar Jupiter zoeken.
De moeder begon over het weer van de dag erna te praten. Kennelijk had ze niet alleen naar moppen gezocht op de mobiele telefoon maar ook naar de weersverwachting. Wat er daarna gebeurde was wonderlijk want de mobiele telefoon, inmiddels in handen van de man zonder nek, bleef maar sms'en ontvangen met de weervoorspelling. De een na de ander kwam binnen tot grote frustratie van de nekloze die nog niet zo vaak met het bijltje van de mobiele telefonie had gehakt.
Om een eind te maken aan deze frustratie besloot hij het over een andere boeg te gooien en de aandacht van de kinderen en zijn vrouw te verleggen van zijn gestuntel met telefoons naar moppen over Belgen. In een volle trein vroeg hij aan zijn dochters waarom vogels ondersteboven over Belgiƫ vliegen. Na een korte stilte, korte pijnlijke stilte van mijn kant, kwam hij met de verklaring. De nekloze zei dat de vogels het niet meer konden aanzien en gniffelde. Zijn kinderen lachten hard en ook zijn vrouw gnuifde zachtjes tegen het raam van de trein.
Toen kwam zij met een mop. Waarom waren de bussen in Belgiƫ dertig meter breed en drie meter lang? Weer vragende gezichten van het kroost. Omdat iedereen voorin wilde zitten. Dar werd door de kinderen niet begrepen waardoor de man zonder nek de toch al oerslechte mop ook nog eens moest uitleggen.
'Gelukkig', zei ik bijna hardop. We naderden Amsterdam CS. De familie ging staan en kwam er toen achter dat ze wel wat vroeg stonden. Ze gingen weer zitten en op dat moment stopte de trein aan het perron. Ze stapten nog wat flauwtjes lachend uit. Jupiter liet zich die avond niet meer zien.