woensdag 24 juni 2009

Lait

Er zijn momenten dat je het spreekwoordelijke kwartje bijna hoort vallen. Ik herinner me nog goed dat ik door het Amsterdamse Rijksmuseum liep en ineens de straatnamen in de Pijp begreep. Ferdinand Bol, Govert Flinck, Albert Cuyp, het waren kennelijk allemaal schilders. En bepaald geen amateurs ook.
Gisteren zat ik in Parijs op een terrasje in de Rue de Roi Sicilië. Ik begreep hieruit dat Sicilië kennelijk ooit een koning heeft gehad. Kijk, zo steek je toch nog wat op tijdens je vakantie. Deze gedachten schoten allemaal door mijn hoofd terwijl ik zat te wachten op mijn café au lait. Heel lang duurde het gemijmer niet want de serveerster begon in een zin minstens twaalf keer het woord 'lait' te gebruiken. Nu spreek ik aardig Frans maar ook een half dove Chinees had opgemerkt dat er geen melk meer aanwezig was. En een café au lait zonder lait is een café en daar had ik niet om gevraagd. Ik wilde wel maar kreeg de kans niet omdat de serveerster druk doende was de kok uit te schelden. Tussen de scheldwoorden door kwam meerdere malen het woord 'lait' voor waardoor ik geruststellend kon concluderen dat het onderwerp van gesprek nog niet veranderd was. Even later liep de kok als een geslagen hond langs mijn tafeltje de hoek om en kwam een minuut of vijf later met twee pakken melk terug. De serveerster griste ze uit zijn handen en kwakte nog geen minuut later een lauwe kop café au lait op mijn tafel. Zonder me een blik waardig te gunnen smeet ze ook het bonnetje met daarop de prijs voor de koffie, slechts 3,50, op tafel en ging verder met waar ze mee bezig was; chagrijnig zijn. De kok zag ik niet meer. Waarschijnlijk zat hij in zijn keuken nog wat na te trillen maar stiekem hoopte ik dat er in die keuken een deurtje zat waardoor hij op deze zonnige zomerse dag kon ontsnappen aan de hooghartige Reine du Lait.