Bij een groot aantal dingen die vele vrouwen dagelijks doen sta ik, als man, niet stil. Natuurlijk weet ik wel dat vrouwen hun nagels lakken maar om dat op te merken moet je over een antenne bezitten die bij niet is ontwikkeld.
Totdat je er op een dag plompverloren mee wordt geconfronteerd.
In de trein.
In een kleine tweedeklas treincoupe.
Een dame van middelbare leeftijd was bezig haar nagels te lakken op het moment dat ik de treincoupe binnenstapte.
Rood.
Tegenover haar zat haar man. Hij had dit tafereel zonder twijfel al talloze malen aanschouwd en hield zijn mond om zijn echtgenoot niet af te leiden bij haar klusje waardoor de kleine coupe zwanger werd van de zware lucht die nagellak draagt.
De coupe waarin wij zaten hadden geen ramen die open konden. Wel was er een ventilatiesysteem dat niet werkte.
Terwijl de dame met haar gestifte lippen stijf op elkaar haar nagels bewerkte schoten de wissels onder de trein door.
Op het traject zijn veel wissels.
Heel veel wissels.
Ik hoopte op een misser, een uitschieter, maar deze bleef uit. Het kleine zwarte kwastje met de felrode punt deed zijn werk. Concentratie en ervaring deden de rest.
Even dreigde er een klein relletje toen de vrouw haar potje nagellak in haar tas wilde stoppen.
De dop zat er niet goed op.
Ik zag een zwarte leren tas met een stinkende bloedrode voering voor me.
Haar man greep in.
Hij nam het flesje over van zijn vrouw en draaide de dop er stevig op.
Flesje in de tas.
Tas dicht.