dinsdag 4 november 2008

Zo is ie nou eenmaal gebakken...

Mijn dag begon vroeg want om kwart voor negen zat ik al in de wachtkamer van het ziekenhuis voor een afspraak met een orthopeed. Na anderhalf jaar geklooi aan de rechterknie maar eens kijken of het met grover geschut op te lossen valt door er een heus chirurg naar te laten kijken.

Om kwart voor tien zat ik trouwens nog steeds in de wachtkamer van het ziekenhuis en om tien uur ook. En dit terwijl patiënten die na mij waren binnengekomen al lang weer naar huis waren. Misschien, dacht ik even, heeft dat wel met mijn status te maken.

Toen ik me meldde bij de balie bleek namelijk dat ik nog geen status had verworven. 32 Jaar voor niets gevochten schoot het kort door mijn hoofd maar de status had gelukkig betrekking tot het patiënt -zijn. Een gerustelling waar ik meer dan een uur in alle rust van kon genieten in de steriele wachtkamer. Ik besloot toch maar even te checken waarom het zo lang duurde. De oplossing voor mijn wachten was vrij snel gevonden. Mijn map, met daarin een smetteloos leeg dossier, lag niet tussen de mappen die de artsen oppakten om een nieuwe patiënt af te roepen, maar lag ergens op een stoel in de hoek.

Na de vondst van mijn dossier werd ik zeer snel opgeroepen door de arts. De man stelde zich met zijn achternaam voor en werd in zijn kielzog gevolgd door een spichtige arts in opleiding. De chirurg ging voortvarend te werk. Dat wil zeggen dat hij mij niet liet uitspreken en me halverwege een antwoord op zijn vraag onderbrak met een nieuwe vraag. Zijn laatste vraag klonk meer als een bevel: Trek je broek even uit, dan kan ik er even naar kijken. (Ik had toch geschreven dat ik voor mijn knieën kwam toch? Om elke vorm van misverstand maar vast in de kiem te smoren)

Op zijn verzoek liep ik wat heen en weer in de kleine spreekkamer terwijl de chirurg en zijn assistent aandachtig naar mijn knieën keken. Toen richtte de chirurg het woord tegen zijn assistent die hij daarvoor, in woord en gebaar, nog had genegeerd.
‘Kijk, hij heeft opvallend weinig kuit voor een grote man.’ Hij liet er nog een paar latijns-medische termen op volgen maar mijn gedachten waren bij mijn kuiten. Kennelijk had ik weinig kuit voor een grote man? Toen ik het hardop herhaalde antwoordde de arts dat het voor mij toch niet te eerste keer was dat ik dat hoorde? Eh, ja, dat was het wel. Er is volgens mij niet zoveel mis met mijn kuiten. Ik heb nog nooit klachten ontvangen over mijn kuiten of klachten gehad aan mijn kuiten. Mijn kuiten zijn prima dacht ik bij mezelf.

Toen ik vlak voor de arts stond keek hij naar mijn voeten en haalde een medische term aan die ik wel snapte: Charlie Chaplin voeten. Ik keek naar beneden en zag inderdaad dat mijn voorvoeten wat naar buiten stonden. ‘Maar zo is ie nou eenmaal gebakken’ luidde het commentaar van de chirurg. Ik ben gebakken met dunne kuiten, opmerkelijk dunne kuiten, en Charlie Chaplin voeten.

Voor de zekerheid maar even foto’s laten maken waarop gelukkig niets te zien was en weer herhaalde de man dat ik ‘nou eenmaal zo gebakken ben’. Ik keek even naar de leerling die bevestigend knikte naar zijn meester en hoopte maar dat hij in de toekomst zijn patiënten op een iets andere manier zal gaan behandelen.

Terwijl ik dit schrijf kruipt de middag voorbij en bedenk ik me terloops wat ik zal gaan eten vanavond. Ik denk dat ik wat ga koken. Zo ben ik nou eenmaal gebakken.