Zevenentwintig jaar later rijd ik op mijn gloednieuwe
moutainbike over een speciaal aangelegd parcours in de Zandvoortse duinen pal
naast het circuit. Ik waan me een beetje als Jente terwijl ik mijn hippe fiets
over de smalle paadjes jaag en tegen de steile duinen op. De geur van coniferen
heeft plaats gemaakt voor die van de gevaarlijk uitziende duindoornstruiken
waarin het ongetwijfeld slecht vallen is. Ik ben weer even tien en minstens zo
stoer als Jente die net als ik zijn benen afmat om de fiets nóg sneller te
laten rollen. Een paar keer val ik en hoop op zichtbare maar niet al te
pijnlijke wondjes als stille getuigen van mijn avontuur in de speeltuin aan
zee.
Op Facebook zie ik dat Maarten met zijn hoge stem inmiddels
in Londen werkt en een kindje heeft. Ik vermoed dat zijn stem een aantal
octaven is gedaald. Jente, zo zie ik, woont in Amsterdam en kijkt nog altijd
even stoer op zijn profielfoto als dat hij deed vlak voordat hij een
zandheuveltje aanviel in de speeltuin. Ik ben zevenendertig en voel me, dankzij
mijn fiets, het parcours, Jente, Maarten met zijn hoge stem, de speeltuin, de
coniferen en de duindoorns een superstoer jongentje dat precies doet wat hij
wil; keihard met een fiets door het zand scheuren.