vrijdag 18 januari 2013

Livewrong

We zijn op de helft van het interview tussen Lance Armstrong en Oprah Winfrey. Beiden al een tijdje gestopt met waar ze goed in waren en beiden over hun hoogtepunt heen. In een Holiday Inn-achtige hotelkamer geeft The Boss toe dat hij alles heeft gebruikt dat verboden was. Epo? Yes. Bloedtransfusies? Yes. Cortison? Yes. Als Oprah nog even had doorgevraagd had ze waarschijnlijk veel meer losgekregen. Kwik? Yes. Vloeibaar lood? Yes. Asbest? Yes, maar alleen gesnoven.

In de keurig bij de kleur van het papier uitgekozen jurk, laat Oprah Armstrong leeglopen als een fietsband die over een paar kapot geslagen ampullen met doping is gereden. Of Lance ook een bedrieger was. Hij vond van niet. Voor de zekerheid had hij in het woordenboek de definitie van het woord ‘bedriegen’ maar even opgezocht. Waarschijnlijk had hij daarna het boek weer dicht geklapt wat een gemiste kans is want beter had hij ook de definities kunnen opzoeken van ‘manipulatief’, ‘bipolaire stoornis’ en ‘bescheiden’. Zo maar wat woorden en termen die de man wellicht wat inzicht zouden kunnen geven.
Het rapport van de USADA noemde de ploeg rondom Lance Armstrong de meest geavanceerde dopingmachine aller tijden. Nou, daar dacht hij zelf anders over. Want wat te denken van  de Oost-Duitsers in de jaren 80? Toen wonnen vrouwen met baarden en mannen met complete vachten op allerlei sportdisciplines. Misschien heeft hij daar wel gelijk. Misschien ook scheert hij zich gewoon heel goed.

Een van de door Armstrong in het verleden aangevallen personen is Betsy Andreu, de vrouw van oud-prof en ploeggenoot van Armstrong, Frankie Andreu. Ja, hij had haar een gek genoemd. Ja, hij had haar een trut genoemd. Maar nee, nee, nee, hij had niet gezegd dat ze dik was. Dat wilde de kampioen wel even zeggen. Even een puntje maken in zijn eigen voordeel. Zeven keer de Tour winnen als een reizende apotheek op een fiets? Prima. Mensen bedreigen en aanklagen die de waarheid spreken? Ook prima. Maar tegen Betsy Andreu zeggen dat ze dik is, nee, dat ging hem te ver.
Ook gaf hij aan altijd het gevoel te hebben gehad met zijn rug tegen een muur te staan. Hij was, in zijn eigen woorden, hierdoor een vechter geworden. De muur achter Armstrong is nu weggevallen met een donderend geraas. Het biedt zicht op de toekomst en als je maar met een weidse blik durft te kijken zie je Armstrong niet eens meer staan.