donderdag 6 januari 2011

Het rode licht

Sommige mannen zullen de situatie herkennen. Je loopt door een buurt waar de dames van lichte zeden achter de ramen zitten. Wanneer ze je opmerken wordt er op de ramen geklopt en verleidelijk, maar dat is overigens voor interpretatie vatbaar, gekeken. Helemaal op mijn gemak loop ik dan ook niet door dat soort buurten maar soms moet je wel.
Zo zit er op de Oudezijds Achterburgwal in Amsterdam een castingbureau waar ik regelmatig mag casten. De enige manier om dan niet met de dames in contact te komen is door bij de Damstraat het water in te springen om vervolgens onder water te zwemmen tot de plek van bestemming. Meestal word ik niet gevraagd voor rollen waarin een nat pak gewenst is dus loop ik schichtig langs de rood verlichtte ramen.

Nog pijnlijker is het als er een prille liefde naast je loopt. Die zou zo maar kunnen denken dat de lichtekooi een bekende van je is. En mijn ervaring is dat, hoe vaker je het ontkent, hoe kleiner de kans wordt dat ze je geloven.

Ik zou alle mannen, zeker in het begin van de relatie waarbij het vertrouwen nog moet worden opgebouwd, dan ook willen adviseren om deze buurten in het bijzijn van je partner vooral te mijden. Als er geklopt wordt op het raam kijk ik uit beleefdheid altijd wel even naar de dame in kwestie. Gewoon doorlopen en doen alsof je niets gehoord hebt werkt niet omdat degene die naast me loopt het ook heeft gehoord. Je wil van je nieuwe partner echt niet de vraag krijgen of je de dame achter het raam kent.

Zojuist liep ik over het Begijnhof in Haarlem. De rosse buurt is hier een stuk minder ontwikkeld dan in Amsterdam. Bijkomend voordeel is dat er ook geen hordes dronken Engelsen door de stad zwalken. De Engelsen zijn gewend dat de pub om elf uur sluit dus tanken ze zich vol. Als dan blijkt dat het café bij ons gewoon openblijft gaan ze vrolijk door met alle gevolgen van dien.

Ook op het Begijnhof probeerde een dame mijn aandacht te vangen. Ik keek naar links en lachte vriendelijk. Dat was voor haar kennelijk genoeg reden om haar slip opzij te trekken en mij een uitzicht te gunnen op… Nou ja op… Nou, op dat dus. Terwijl ik bijna struikelde over de altijd losliggende straattegels in dit soort buurtjes draaide ik mijn hoofd af en keek stoïcijns voor me uit.

De volgende keer loop ik wel een stukje om.